Leon en Vera Teitelbaum worden in 1936 door hun Oostenrijke familie naar Rotterdam gestuurd. Hun vader, fabrikant van porselein, heeft al vóór de Anschluss begrepen dat er voor joden geen plaats meer is in Oostenrijk. In de Maasstad moeten de twintigers een zelfstandig bestaan zien op te bouwen. Vera werkt als secretaresse bij de Bijenkorf en wordt verliefd op de rijke, flamboyante Hugo Barton. Leon is graveur in serviezenspeciaalzaak Jungerhans en kan zijn ambitie als kunstschilder waarmaken als galerie Leiker zijn doeken aan de man brengt.
Terwijl de oorlog dreigend dichterbij komt, merkt Vera dat haar afkomst als een muur tussen haar en Hugo in staat. Tegelijkertijd raakt Leon betrokken bij een complot van kunstvervalsing en zet hij hun bestaanszekerheid op het spel met zijn communistische sympathieën. En wanneer in 1940 de eerste bommen op Rotterdam vallen staan beiden voor onmogelijke keuzes.
Gesitueerd in het Rotterdam van de late jaren dertig geeft Nu ik je nooit meer zie een realistisch beeld van de oude stad en de bedrieglijke rust waarin het leven zich daar afspeelde.
De Joodse Vera en Leon Teitelbaum vluchten vlak voor de Tweede Wereldoorlog vanuit Wenen naar Nederland en komen in Rotterdam terecht. Als de oorlog uitbreekt ziet zij kans om naar Engeland te vluchten. Leon is bij de politiek betrokken en komt in de gevangenis terecht.
The Jewish Vera and Leon Teitelbaum flee from Vienna to the Netherlands just before the Second World War and end up in Rotterdam. When the war breaks out, she sees a chance to flee to England. Leon is politically involved and ends up in prison.
Wat bijzonder dat dit boek nog maar zo weinig reviews heeft. Terwijl het toch best een mooie roman is. Ik vond het een boeiend verhaal, dat wel iets beter (gedetailleerder) uitgewerkt had mogen worden. Ook had ik de pech dit boek middels de audioversie te beleven, en dat was met recht een ramp te noemen. Er is iets behoorlijk misgegaan met die opname! Voortdurend hoor je de voorlezer zichzelf verbeteren, zinnen opnieuw inspreken, hard zuchten als ze weer een fout maakt, enz. Het is logisch dat er versprekingen plaatsvinden maar dat hoort er normaal gesproken netjes uitgeknipt te worden in de studio. Alle fouten zitten er nog in. Dit maakt het heel rommelig en hierdoor komt het amateuristisch over, wat echt zonde is. Als de schrijver of iemand van de uitgeverij dit leest: doe er aub iets aan! want nu krijgt dit boek allemaal 1* en 2** beoordelingen op Storytel, en dat is niet eerlijk.
‘... Maar de confrontatie met het schilderij was er een te veel geweest. Het doek symboliseerde niet alleen alles wat er niet meer was maar ook wat er nooit meer zou komen, wat nooit toekomst was geworden. Mensen, dromen, scheppingen. In een flits was alles aan haar geestesoog voorbijgetrokken: de feestjes in het Weense atelier, de vriendschappen, maar ook het appartement van haar ouders, de fabriek, de familiebijeenkomsten. Het was maar even geweest, zoals het zicht op het verwoeste stadscentrum slechts minuten had geduurd. Toch was het lang genoeg geweest om nooit meer te vergeten.’
Een op zich boeiende en prettig leesbare roman, die evenwel zowel voor wat betreft bepaalde verhaallijnen als personages wat te veel aan de oppervlakte blijft. Zeer genoten heb ik hoe dan ook van de Rotterdamse setting, van de mij van jongs af aan bekende locaties, gebouwen, straten die er allemaal in voorkomen. Zo heb ik zelden of nooit eerder een boek gelezen dat me de route van een daarin beschreven autorit of wandeling (bijvoorbeeld van de Nolensstraat in Blijdorp naar de gevangenis op de Noordsingel) zo helder en concreet voor ogen deed staan.