Toen Pandora haar beruchte doos opende en de godin Apate ontsnapte, kwamen de misleiding en het bedrog in de wereld, zo vertelt de Griekse mythe. En Apate is nog steeds onder ons: we zijn allemaal haar nazaten, stelt Gescinska in dit essay. Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn betoogte ze, en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van ‘post-truth’, alternatieve feiten en nepnieuws. Gescinska legt onder het verval van de waarheid in onze tijd een diepere crisis bloot. Niet het verspreiden van onjuiste informatie op zichzelf is het grootste probleem, maar de malafide intenties waarmee dat gepaard gaat. De echte malaise van onze tijd is volgens haar een gebrek aan waarachtigheid, aan oprechtheid tegenover anderen. Meer factchecken is daarom niet genoeg in de strijd tegen de oprukkende leugens. Zonder een hernieuwde toewijding aan de waarachtigheid komt de democratie onder steeds grotere druk te staan. Daarbij dreigen we, zo betoogt Gescinska, misschien wel ons kostbaarste goed te verliezen: de vrijheid.
Alicja Gescinska (Warschau, 1981) is schrijver en filosoof. Haar filosofische debuut De verovering van de vrijheid (2011) oogstte alom lof. Met haar debuutroman Een soort van liefde (2016) won ze de Debuutprijs 2017 en werd ze genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs. Haar essay Thuis in muziek. Een oefening in menselijkheid (2018) stond op de shortlist voor de Socratesbeker. Intussen komen mensen om (2019) werd bekroond met de Liberales-boekenprijs 2019. In 2020 schreef ze het essay voor de Maand van de Filosofie: Kinderen van Apate. Over leugens en waarachtigheid . In 2021 debuteerde ze als dichter met de bundel Trojaanse gedachten. Haar theatermonoloog Apate spreekt verscheen in het voorjaar van 2022, waarin zij spreekt over de leugen als deugd.
Om meer waarachtigheid en minder halsstarrige waarheidsclaims in het politieke en maatschappelijke debat te krijgen, kan de filosofie van grote waarde zijn. Althans, de filosofie zoals die begrepen werd door Hans-Georg Gadamer, die stelde dat filosofie en kennis draaien om het verruimen en versmelten van onze geestelijke horizonten. Uit je eigen denkkaders treden, dat is het begin van alle inzicht. Voor wie daar niet toe in staat is, is nadenken niets anders dan een surplace van de geest. Toen Gadamer op hoge leeftijd ooit gevraagd werd hoe hij zijn filosofie zou samenvatten, antwoordde hij met een enkele zin: Der Andere könnte Recht haben. De ander kan gelijk hebben.
Een gesmaakte eerste kennismaking met Alicja Gescinska, deze "Kinderen van Apate". In dit kleinood van amper 70 pagina's analyseert ze de toestand van ons huidige politieke klimaat, niet alleen in België, maar even goed op het Europese en het wereldtoneel. Dat onze open samenleving onder druk komt te staan is één van de uitgangspunten van haar betoog:
"De nobele waarden van verdraagzaamheid en gelijkheid vormen zowel het kloppend hart als de achilleshiel van de open samenleving. In naam van verdraagzaamheid en de gelijkheid en gelijkwaardigheid van mensen moeten we denkbeelden tolereren of accepteren, die grenzen aan het intolerante en onacceptabele. Tolerantie betekent dat we elkaar geestesvrijheid gunnen, ook als met die vrijheid heel wat geestelijke onzinnigheid gepaard gaat. Maar wanneer die houding te ver wordt doorgedreven, eindigen we met het normaliseren van denkbeelden die bestaande normen en waarden ondermijnen. Zo dreigt ook de waarheid zelf als waarde ondermijnd te raken. Misschien was de liberale democratie zelf, veel meer nog dan het postmodernisme, een wegbereider voor het normaliseren van foute denkbeelden en het vertroebelen van het onderscheid tussen wat waar is en wat niet." (p. 23)
Naast het begrip 'waarheid' brengt ze de notie van 'waarachtigheid' binnen in haar tekst, om vervolgens de anatomie van de leugen van dichtbij te analyseren. Het verspreiden van leugens, of valse of misleidende informatie, is op zich niet het meest problematische, maar wel de intenties waarmee dat al dan niet gedaan wordt. Dat brengt haar naadloos bij 'oprechtheid' en 'authenticiteit', om van daaruit de link te leggen naar onze omgangsvormen, het publieke debat, en de actuele politiek. Haar betoog eindigt dan ook met de oproep tot meer waarachtigheid, meer oprechtheid en authenticiteit in de politiek:
"(...) vanuit de overtuiging dat de politiek het algemeen belang moet dienen, niet het eigenbelang. Dat moet de basishouding zijn waarmee we naar politiek kijken én waarmee we aan politiek doen. Ondanks de soms overweldigende hoeveelheid aan bewijsmateriaal voor het tegendeel, moeten we politiek als iets nobels zien en de leugen als de aberratie en niet als de norm beschouwen." (p. 67)
Wat schrijft Gescinska toch altijd helder en ter zake. In het heikele en bijna onoplosbare debat over waarheid en onwaarheid, in politiek en maatschappij, wijst ze ons resoluut op het belang van de intenties achter leugens en misleiding. En zo komt waarachtigheid centraal in beeld, een veel duidelijker criterium, al blijkt ook dat begrip wel iets complexer dan gedacht. Gescinska legt het aan de hand van een trits bekende filosofen voor ons bloot. Ze sluit af met een warm pleidooi voor het heilzaam recept van de zelftwijfel, die de basis van elke filosofie zou moeten zijn, en die het politiek-maatschappelijke debat weer zou kunnen saneren. Zo waar!
Mooie intro op de leugen versus waarheid en waarachtigheid en waarom dit kan leiden tot vrijheid. Ideale lectuur voor een lesbundel over fake news en de technieken van manipulatie. En zeer actueel in de zeer vreemde ontwikkelingen en afwikkeling van de Amerikaanse verkiezingen.
"Misleiding en manipulatie zullen altijd deel zijn van de menselijke relaties en onze politiek. Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn, en revolteren tegen onze afkomst en de verlokking van de leugen."
In ‘Kinderen van Apate’ gaat Gescinska dieper in op de begrippen waarheid en leugen. In het eerste hoofdstuk behandelt ze het ‘post-truth tijdperk’. De auteur gaat hierbij op zoek naar de oorzaak van de devaluatie van waarheid. Enerzijds staat ze stil bij het postmodernisme van de voorbije decennia waarbij het filosofisch relativisme een opgang kende: waarheid is slechts een kwestie van perspectief. Anderzijds staat ze stil bij de analytische taalfilosofie: waarheid is een leeg concept. Toch erkent ze dat dit nogal eenzijdige conclusies zijn. De huidige politiek is immers die van het grote eigen gelijk, niet die van ‘ieder zijn gelijk is gelijk’. Bijgevolg zijn er meerdere factoren die een rol spelen, waaronder het feit dat expertise niet langer met de nodige eerbied benaderd wordt.
“Het [= de leugen] is door de geschiedenis heen een zeer sterke groepsvormende en daardoor polariserende factor: een verbindende én verblindende kracht.”
In het tweede hoofdstuk bekijkt de auteur de leugen van nabij. “Eerder dan onwaarheid is onwaarachtigheid een fundamentele eigenschap van de leugen.” Het gaat om de intentie om te misleiden én de overtuiging dat de verstrekte waarheid niet strookt met de werkelijkheid. Wanneer het besef van een leugenachtige bewering ontbreekt, kan er wel sprake zijn van misleiding en manipulatie. De leugen is niet zozeer het tegendeel van de waarheid maar eerder het tegendeel van waarachtigheid. “Waarheid toets je aan feiten, waarachtigheid aan intenties.”
In hoofdstuk drie gaat Gescinska dieper in op het begrip waarachtigheid. De waarachtigheid tegenover anderen kunnen we oprechtheid noemen, de waarachtigheid tegenover jezelf authenticiteit. Ze benadrukt ook het sociaal belang van oprechtheid. Dit is onontbeerlijk voor elke menselijke interactie. Bij authenticiteit gaat het om het samenvallen van de gekende waarheid en de geleefde waarheid. “Waarachtigheid leven vergt de wil tot waarheid, de wil tot weten.”
In het vierde hoofdstuk plaatst de auteur het begrip waarachtigheid tegenover de samenleving. Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid (tegenover de ander) en authenticiteit (ten opzichte van het zelf) met elkaar harmoniseren dan wel botsen. Hierbij legt Gescinska een verband tussen leugen en verdrukking en tussen waarachtigheid en vrijheid. Zo staat ze ook stil bij diverse visies rond vrijheid. Negatieve vrijheid draait om de afwezigheid van externe restricties en belemmeringen (vb. manipulatie en dominantie). Positieve vrijheid gaat om de aanwezigheid van concrete vaardigheden om zelf sturing aan je leven te geven (vb. zelfrealisatie). “Een menswaardig leven vergt vrijheid. En vrijheid vergt waarheid en waarachtigheid.”
In een laatste deel zoekt de auteur een uitweg. Zo is het ontoereikend om de leugen met louter feiten en feitenkennis te bestrijden. Het gaat niet alleen om een crisis van woorden maar ook om een crisis van waarden (vb. malafide beweegredenen). Er is nood aan meer waarachtigheid, oprechtheid, authenticiteit en vertrouwen. Om dat te bereiken is er de bereidheid nodig om je geestelijke horizonten te verruimen, om je eigen denkkaders te verbreden.
In een kort essay kan je nooit dezelfde diepgang en omvang verwachten als in een lijvig boek. Gescinska erkent deze moeilijke opdracht omdat waarheid een complex filosofisch thema is waarover al veel geschreven is. Toch vind ik dit essay waardevol. Ze formuleert haar gedachten heel helder. Bovendien slaagt ze erin om in een beperkte ruimte gestructureerd een aantal kernbegrippen en belangrijke elementen rond waarheid en leugen te duiden waardoor een mooi denkkader met de nodige nuance geschapen wordt. Het vormt een mooie inleiding voor wie zich verder wil verdiepen in deze nog steeds actuele en urgente materie. Haar aangename schrijfstijl nodigt me uit om nog ander werk van haar te lezen.
Essay in het kader van ‘Maand van de Filosofie’. ‘De echte malaise van onze tijd is een gebrek aan waarachtigheid, aan oprechtheid tegenover anderen. Zonder een hernieuwde toewijding aan waarachtigheid komt de democratie onder steeds grotere druk te staan. Daarbij dreigen we wel ons kostbaarste goed te verliezen: de vrijheid’ Het is na het lezen van dit boekje wel duidelijk dat filosofie niet mijn ding is.
Ondanks mijn stem ben ik toch ergens blij dat Gescinska niet verkozen geraakte en dat ze tijd heeft voor dit soort boekjes. Op een erg bevattelijke manier filosoferen over begrippen als waarheid en leugen is niet iedereen gegeven.
Kort filosofische essay dat een karakteristiek van de huidige tijd aansnijdt: post-truth, waarheid, waarachtigheid en hoe belangrijk die zijn voor onze vrijheid en de goede werking van de democratie. Stemt tot nadenken maar is geen diepgaande studie.
Interesting concepts hence 4 stars. Yet, slightly dissapointed in the way the are given form in this short essay. It turns out it might be more difficult to write a short essay on abstract subjects like truth and truthfullness -without just quoting different philosophers or straying from the essence- than writing a long book about it. If you want to understand Gescinska's argument, you can just as well read the NRC article that was just published, the essay itself does not add much for me. However, pretending I have not read the article, I think Gescinska makes an absolute vital point about truthfullness in our 'posttruth(fullness)'times. An important plea to trust each other and politics more in the name of liberty.
Het laatste hoofdstuk en het nawoord zijn zonder meer vijf sterren waard. Gescinska is hier scherp en to the point en voegt ook iets wezenlijks toe aan het debat over politiek in het 'post-truth' tijdperk. Het eerste deel van het boek roept een aantal vragen bij mij op. Die vragen gelden eigenlijk voor meer boeken waar over waarheid en authenticiteit geschreven wordt. Vraag 1: hoe wenselijk is het in ons dagelijkse leven om waarheid en/of waarachtigheid na te streven? In mijn ogen speelt seksualiteit een voortdurende rol in onze onderlinge relaties. Een rol die zelden benoemd wordt en in ieder geval in dit boek buiten beschouwing blijft. Wanneer iemand zich seksueel aangetrokken voelt tot - zeg maar - een collega, dan kan ik me veel situaties voorstellen waarin het gepast is om dit gevoel niet te benoemen of op een andere wijze te laten merken. Toch kan het zo zijn dat die aantrekkingskracht een grote rol speelt in de manier waarop er bijvoorbeeld wordt samengewerkt. Naast seksualiteit kunnen ook ergernis en onzekerheid een rol spelen in werkrelaties. Het verzwijgen van ergernis en onzekerheid of zelfs het ontkennen van deze gevoelens hoeft echter niet moreel laakbaar te zijn. Sterker nog: ik denk dat er veel waarden zijn die gediend worden met een zekere terughoudendheid. Vraag 2: kun je wel leven zonder jezelf voor de gek te houden? Authenticiteit wordt in het boek omschreven als eerlijk zijn tegenover jezelf. Dat levert in mijn ogen minimaal twee problemen op. In tal van opzichten ken ik mezelf niet en heb ik wellicht niet eens door dat ik mezelf voor de gek houd. En op de terreinen waar ik wel een helder beeld van mezelf heb is het leven bijna niet te doen als je zo eerlijk naar jezelf kijkt. Voor een betekenisvol leven lijkt het nodig te zijn dat je gelooft in de invloed die je op jouw omgeving uit kunt oefenen, dat je het idee hebt dat je waardevol bent en dat jouw leven zin heeft. Wie door heeft dat zijn invloed en zijn waarde voor anderen te verwaarlozen zijn komt nauwelijks aan leven toe (ook al leeft hij op dat moment in waarheid). Wie doet alsof hij veel te bieden heeft en alles van hem afhangt, kan een zinvol leven leiden (ook al houdt hij zichzelf dan voor de gek). Kortom: waarheid en authenticiteit zijn geen zuivere nastrevenswaardige doelen. Ik verlang naar een boek waarin de problematische kant van deze waarden aan bod komt en waar een mogelijke uitweg uit de door mij geschetste dilemma's wordt geboden.
Un interesante ensayo breve, pero no mucho más que eso. En lo personal esperaba alguna postura algo más original, no solo una exposición prolija de estos tres términos (verdad, posmodernidad, mentira). También hago alguna salvedad con respecto al uso de ciertas posturas ideológicas y del más que débil uso del término "populista", el cual es usado por la autora de una manera muy liviana y bastante acrítica (paradójicamente, podría decirse que el uso que Gescinnka hace de este término adolece, de alguna manera, de un notable sesgo populista).
Hoewel dit boek al een paar jaar in mijn kast stond en het me dus blijkbaar niet genoeg aansprak om het daadwerkelijk te gaan lezen, vond ik het een behoorlijk goed boek! Waar ik had verwacht dat het vrij academisch geschreven zou zijn en dus veel vage concepten zou bevatten, was het eigenlijk heel leesbaar en werd juist gebruik gemaakt van heel concrete en actuele (2020) voorbeelden. Zeker een aanrader voor mensen die wel geïnteresseerd zijn in de filosofie van de waarheid, leugen en (on)vrijheid, maar geen behoefte hebben aan diepgaande academische teksten.
'Kinderen van Apate' is een beknopte en heldere uiteenzetting over waarachtigheid en leugens, alsook authenticiteit en oprechtheid in de (politieke) maatschappij. Met name het laatste hoofdstuk en het nawoord inzake zelftwijfel weten te boeien. 4 Sterren
"Para vivir en libertad hay que ser veraz" es la frase que resume este ensayo. Parece utópico pero es necesario defender siempre la verdad. Como dice la autora, somos hijos de Ápate pero podemos ser hijos rebeldes.
Een niet al te moeilijk te doorgronden uitleg over waarachtigheid. Mijn uitleg: de basis voor de democratie en de dialoog. Leugen en wantrouwen staan hier haaks op.
Helder en bevlogen, een moeilijk filosofisch thema erg bevattelijk beschreven, met een warme oproep voor meer waarachtigheid én filosofie in de politiek, om onze vrijheid te vrijwaren.
Very interesting and concise take on the nature of lying, the moral value of integrity, honesty and authenticity, and how they relate to each other and to freedom.