Guust Van Mol – een pseudoniem – is al op jonge leeftijd een fanatieke maoïst bij Amada, de voorloper van de PVDA. Op aanraden van de enig zaligmakende marxistisch-leninistische partij breekt hij zijn universitaire studies af om in een fabriek te gaan werken. "Proletariseren' heet dat in het begin van de jaren zeventig. Guust werkt in een asbestbedrijf, delft naar kolen en rijdt met de tram. Elke vrije minuut steekt hij in de opbouw van de revolutionaire partij. Zeer tegen de zin van zijn kameraden gaat hij op latere leeftijd geneeskunde studeren. Hij breekt met de partij na een ontnuchterende studiereis naar China. Van Mol wordt huisarts in Turnhout en veroorzaakt daar reuring. Hij wordt actief bij de Sp.a, schopt het zelfs tot Vlaams parlementslid, maar verlaat uiteindelijk ontgoocheld de partijpolitiek. Hij zoekt asiel in Rotterdam, waar hij tien jaar lang huisarts is in een achterstandswijk. Hij maakt er kennis met de boeken van de oerconservatieve arts en denker Theodore Dalrymple. Alles waar Guust ooit in geloofde, besluit hij, berust op een leugen. Je helpt mensen niet door solidair te zijn.
De ideologische reis van Guust Van Mol (JVD) van extreem links (Amada/pvda) naar conservatief rechts. Aan de hand van pamfletten, verslagen en dagboekfragmenten die door Louis Van Dievel mooi door een bindtekst bijeen gebracht worden.
Officieel is “De dokter is uw kameraad niet” een roman maar eigenlijk zijn het capita selecta uit de biografie van Jan Van Duppen, de Kempense activist, dokter en politicus. Hij is een interessante intellectueel avonturier en zoeker naar een zinvol aards bestaan, die in zijn leven studie en kennis weet te verbinden met de praktijk van maatschappelijk engagement en van sociale en professionele omgang.
Het leven van Guust Van Mol (het pseudoniem van Jan Van Duppen in de roman) heeft een picareske structuur en daardoor het boek ook. Aanvankelijk krijgen we dus aan vrij hoog tempo in chronologische volgorde episodes uit het leven van Guust voorgeschoteld: kinder- en schooltijd, student, aansluiting bij AMADA (maoïstische voorloper van de huidige PVDA) in Leuven, werk als mijnwerker in Beringen en arbeider in verschillende fabrieken, legerdienst, … Later in het boek wordt die zuivere chronologische opéénvolging van werkveranderingen, verhuizingen, nieuwe studies, nieuwe functies binnen het partijapparaat losgelaten en krijgt de lezer langere tijdspannes te lezen die temporeel overlappen met vorige en volgende hoofdstukken en die meer ruimte geven aan introspectie en beschouwingen. Die latere stukken in het boek hebben een hogere emotionele intensiteit, zijn minder rechtlijnig en bieden voor mij meer waarde.
Dat heeft natuurlijk ook te maken met de breuk in het leven van Guust: hij valt van zijn communistisch geloof en de nimmer twijfelende ideologische hemelbestormer en energieke partijsoldaat blijft wel een hyperactieve veeldoener maar is filosofisch en ideologisch veeleer een zoekende geworden. Dat is een interessanter perspectief. Op persoonlijk vlak zijn we getuige van de zware interne worsteling van iemand die zich moet losmaken van zijn allesoverheersende engagement voor een radicale ideologie, die, zo blijkt, het gebrek aan realiteitszin steeds meer met Orwelliaanse kromredeneringen en platte leugens moet compenseren. Er is weinig paradijselijk aan de dictaturen van het proletariaat in Albanië of China. Maar intussen bestaat zijn hele leven en zijn mentale ruimte, professioneel, sociaal, ja zelfs familiaal (Guust/Jan Van Duppen is de broer van Geneeskunde-voor-het-volk-dokter Dirk Van Duppen) vrijwel geheel uit partijrelaties en dito activiteiten. Inzien dat men op een al te fanatieke manier ergens achteraan heeft gelopen is zwaar.
Niet dat Guust zich niet meer nuttig maakt: hij bouwt een dokterspraktijk uit in Turnhout, doet aan politiek bij de SPa, schopt het tot volksvertegenwoordiger en bouwt daarna nog een tweede dokterspraktijk uit in een moeilijke buurt in Rotterdam. Alleen al het verhaal van een man die op vele plekken en in vele situaties is geweest is genoeg stof voor een boek. Het ontbreekt ook niet aan veelkleurige, amusante en verbazende anekdotiek en er zijn smeuïge verhalen over bekende spelers uit het ultralinkse AMADA biotoop uit de jaren 70 & 80 (Ludo M. en Kris M!) of later uit de SPa waaruit wij kunnen afleiden dat Guust niet echt de vriend was van Steve S. of Patrick J.
Louis Van Dievel kwijt zich goed van zijn taak als verteller. Hij hanteert een éénvoudige taal en een droge humor die goed bij de rechtlijnige vertelstructuur past. Van Dievel weet ook het familiale leven van Guust met zijn broers en ouders, zijn vrouw en kinderen mooi in het verhaal in te bedden. In die zin heeft het boek inderdaad wel een romanvorm. Toch zijn de beste stukken van de hand van Gus/Jan Van Duppen zelf. Het zijn fragmenten uit correspondentie, artikels en traktaten uit het archief van de man, soms ook delen van gesprekken met Van Dievel en die laten zien hoe intens en ook wel integer de man zijn worstelingen en levenskeuzes beleeft. Maar die stukken zijn door Van Dievel geselecteerd en geordend wat toch ook een verdienste is.
Het is vlotte lectuur en ik heb het graag gelezen: een erg interessante figuur, emotionele spanning, maatschappelijk engagement, toegepaste filosofie van het leven, een originele inkijk in een stuk recente politieke geschiedenis van ons land en de wereld. Het relaas van iemand die een ideologisch-filosofische reis maakte in denken en doen, via Marxisme-Leninisme, naar socialisme, langs de loge tot bij Theodore Dalrymple. Meer moet dat niet zijn op vakantie of in een lockdown.
'De dokter is uw kameraad niet' van Louis Van Dievel is zijn recentste roman. Het woord roman staat wel vermeld op de kaft, maar het is maar de vraag of dit een roman is. Want het boek is gebaseerd op ware feiten en het levensrelaas van Jan Van Duppen, de broer van de onlangs overleden Dirk Van Duppen (dokter van de aan PVDA gelieerde Geneeskunde voor het volk). In het boek heet het hoofdpersoon Guust Van Mol, zijn broer Johan. Verder zijn er personages als Ludo M. (Ludo Martens, de toenmalige voorzitter van AMADA), Patrick J. en Steve S. (ook makkelijk te herkennen in SP.A-verband). Dit boek is ook heel documentair: er staan cursieve stukken in uit gesprekken van de auteur met Jan Van Duppen, evenals fragmenten uit brieven, pamfletten e.d.
Deze inleiding geeft al voor een stuk weer waar dit boek over gaat: over dokters, over politiek. Guust Van Mol groeit op in de Kempen, in een katholiek gezin. Als jonge student in Leuven in de jaren zeventig komt hij in contact met de MLB (marxistisch-leninistische beweging, gelieerd aan AMADA). Hij wordt een overtuigd militant, die veel leest over het marxisme, meedoet aan acties, lid wordt van de partij (die later PVDA wordt). Guust engageert zich dusdanig ver dat hij zijn studie psychologie laat varen en arbeider wordt, om dichter bij het 'proletariaat' te komen en zijn rol als militant ten volle op te nemen. Hij werkt in fabrieken, een tijd lang in de mijn in Beringen, wordt nadien trambestuurder in Antwerpen. Zijn vriendin Marianne is eveneens militante, net zoals zijn broer Johan die al sinds zijn veertiende onder de invloed van het marxisme was (en dat tot zijn dood in 2020 zou blijven). Het gaat hier om de maoïstische versie: voorzitter Ludo M. volgt getrouw de politiek van China, met alle ideologische bochtenwerk van dien. Na een aantal jaren als arbeider besluit Guust toch geneeskunde te studeren. Ondertussen blijft hij nauw betrokken bij de partij (hij werkt mee aan het blad Solidair). Maar na een studiereis van de redactie aan China beseft hij dat theorie en praktijk van het socialisme in China twee verschillende zaken zijn. Geleidelijk aan ontworstelt hij zich aan de partij, die hij als een sekte ervaart. Maar het duurt vele jaren voor hij dit hoofdstuk in zijn leven verwerkt heeft. Ondertussen is hij dokter geworden en werkt hij in een praktijk eerstelijnszorg van de Bond Moyson in Turnhout. Later engageert hij zich in de SP.A en hij schopt het zelfs tot Vlaams parlementslid. Een aantal jaren nadien verlaat hij teleurgesteld de sociaal-democratie. Nog later gaat hij werken in een praktijk in Rotterdam, waar de eerstelijnszorg waar hij eerder van droomde realiteit is. Hij wordt er eveneens geconfronteerd door de werkelijkheid van een overwegend allochtone bevolking. Gedesillusioneerd in de -ismen van voorheen ontdekt hij nu de geschriften van de conservatieve psychiater Theodore Dalrymple.
De intellectuele evolutie die Guust doormaakt doorheen zijn leven is bijzonder boeiend. Als jonge student meent hij de enige echte waarheid gevonden te hebben in het marxisme-leninisme (in de maoïstische variante). Slechts heel geleidelijk aan dringen andere denkbeelden tot hem door en uiteindelijk slaat hij een meer conservatieve en minder naïeve weg in. Guust blijft bijna zijn hele leven worstelen met het gegeven dat hij in zijn jeugd zo sterk beïnvloed is door een extreme ideologie. In dit opzicht is dit boek bijzonder interessant voor wie een beetje een vergelijkbaar pad heeft afgelegd (maar zij het veel minder geëngageerd en militant). Het verhaal biedt ook een erg ontluisterend beeld van het uiterst-links engagement en gedachtegoed.
Ik heb erg van dit boek genoten. Perfecte zomerliteratuur. Niet dat de schrijfstijl van Van Dievel zo pakkend is. Het is een relatief droge weergave van het leven van Jan Van Duppen, voormalig maoïst die “geproletariseerd” werd in de mijnen, als tramchauffeur, in een asbestfabriek, met studiereizen naar China en Albanië, en ga zo maar door. Hij is uiteindelijk van revolutionair naar sociaal-democraat naar conservatief verveld (alsook huisdokter geworden). Maar dat op zich is niet de waarde van dit boek. Het zijn de letterlijk onvoorstelbare anekdotes in zijn revolutionaire periode die het boek meer dan de moeite waard maken. In die zin heeft Van Dievel er goed aan gedaan om het verhaal zichzelf te laten vertellen. Toegevoegde dramatiek zou het verhaal toch maar in de weg staan of de feiten ongeloofwaardig hebben doen overkomen. Daarnaast zijn Van Duppens eigen woorden, schrijfsel, columns, politieke interventies en toespraken een genot om te lezen.
Voor mij mist dit boek veel. Het is een redelijk droge beschrijving van een bewogen leven waarin we gaan van extreem linkse mijnwerker tot (rechts)/conservatieve dokter. Vaak zijn bweegredenen waarom hij in zijn leven bepaalde beslissingen neemt zeer oppervlakkig beschreven. De uitzondering hierop is de beschrijving hoe hij na jaren de PVDA achterlaat. Dit is in mijn mening ook het beste stuk van het boek en ook het stuk dat dit boek gered heeft van een 1 ster review.
Verder vind ik het vreemd dat we in een boek dat gaat over het evolueren van politieke ideologiën doorheen het leven we meer dan de helft van het boek blijven bij één aspect van dit verhaal (met name de amada/PVDA).
Het boek is in mijn ogen inhoudelijk interessant, maar niet goed uitgevoerd.
Het boek leest duidelijk meer als een biografie dan als een roman en daar knelt net het schoentje. Het is zo een beetje op twee gedachten hinken. Correct feiten weergeven maar tegelijk de protagonisten niet (volledig) bij naam noemen. Is dit om hen niet te kwetsen? Ook al lijkt het op sommige momenten op een afrekening van personen/visies door Jan Van Duppen, de man achter het pseudoniem 'Guust van Mol'...
***1/2 Voor wie van "bluvn goan" houdt. Inspirerend relaas. Ten allen tijde kritisch blijven, vooral naar jezelf, niet externaliseren, wat zo veel makkelijker is.
We lezen hoe een mens van ideologie in ideologie tuimelt. Die mens wordt hierin geholpen door zijn jeugd, door andere mensen die wel alle antwoorden lijken te hebben, of door zijn eigen kracht. Hoe verder zijn jeugd achter zich ligt, hoe meer de mens zich moet of enkel nog wil beroepen op zijn eigen kracht. De andere mensen blijken er namelijk even weinig van te verstaan als hemzelf.
De hele inleving toont ons hoe het er vier, drie en twee generaties geleden aan toe ging in het doordeweeks Vlaanderen van scholieren, arbeiders, mijnwerkers, journalisten, studenten, huisartsen, gemeenteraadsleden, en volksvertegenwoordigers.
Wat een fantastische mens staat ons toe die blik in één leven samen te bundelen, meesterlijk verhaald in dit boek.
Hoe komt iemand er toe om alles over te hebben voor en volledig zijn leven te laten bepalen door een groep mensen/partij die dit van je vraagt, of toch voor een bepaalde periode? Dit is de overheersende vraag die me blijft achtervolgen na het lezen van het nieuwste boek, een ‘biografictie’, van Louis van Dievel, zoals hij dit zelf noemt: De dokter is uw kameraad niet.
Het boek gaat over het leven van Guust Van Mol, oftewel Jan Van Duppen, die schuilgaat achter dit pseudoniem. Bij de naam Van Duppen denken veel Vlamingen aan de geëngageerde ‘(Kiwi-)Dokter van het volk’, Dirk Van Duppen (1956-2020) die in dit voorjaar overleed aan pancreaskanker. Het levensverhaal van deze dokter, opgeschreven door EPO-redacteur Thomas Blommaert, Zo verliep de tijd die mij toegemeten was, las ik niet zo lang na diens dood tijdens een golf van solidariteit die toen terug de kop opstak. Bij de Van Duppens, een familie uit de Kempen, waren verschillende zonen: Jan was de oudste zoon uit dit onderwijzersgezin.
Louis van Dievel, gepensioneerd journalist en schrijver die ook al veel watertjes doorzwommen heeft, en gewezen trotskist, is toch bevriend geraakt met de ex-marxist/leninist Jan Van Duppen, die de begindagen van de toen marxistisch-leninistische partij AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders) heeft meegemaakt en jaren later toch erg naar conservatief-radicaal rechts is doorgeschoven volgens mij, finaal verloor deze Jan Van Duppen volledig zijn geloof in de partijpolitiek. Trotskisten en marxisten stonden in hun hoogdagen - naar verluidt - tijdens en na dat gezegende jaar 1968 lijnrecht tegenover elkaar. Louis van Dievel over het verschil tussen beiden: “De trotskisten waren iets democratischer en we zaten liever op café dan dat we vroeg opstonden om aan de fabriek te gaan staan.” (Bron: Lang zullen we lezen/Canvas).
Jan Van Duppen wordt in het boek Guust Van Mol, zijn pseudoniem bij de Amadezen, zijn familie krijgt andere namen en bekende en minder bekende politici worden met de voornaam en de initiaal van hun achternaam aangeduid, waaronder Kris M, Steve S en Patrick J. Dit omdat het een boek is over het personage van Louis van Dievel en een boek slechts een selectie kan bevatten uit een leven. Ook al schetst de schrijver het waarom voor deze kunstgrepen in zijn voorwoord, ware het handiger geweest dat sommige oudere en minder bekende namen toch beter op te zoeken waren geweest voor niet-generatiegenoten… Just sayin’.
De geselecteerde informatie in het boek komt echter volledig overeen met het leven van Jan Van Duppen, fictief is het boek allerminst, dus toch geen roman? In zijn bekende zwierige stijl maakt Louis van Dievel van het levensverhaal van Guust Van Mol een fascinerend meeslepend boek. De verschillende levensfasen van deze Van Mol worden afgewisseld met teksten uit een groot archief aan notities en brieven die de schrijver mocht gebruiken.
Jan Van Duppen werd in 1968 meegezogen in de marxistisch-leninistische idealen: eerst ontdekte hij in Lier, waar hij sinds zijn dertiende naar de progressieve rijksnormaalschool ging, het linkse Werksentrum (ja, ook progressief gespeld), nadien aan de KU Leuven de MLB, de Maoïstisch-Leninistische Beweging, en toen ging hij samen met zijn kameraden in 1969 op een dag naar Antwerpen waar in 1970 de jonge partij AMADA zou ontstaan. Die ontwikkelt zich in 1979 dan weer verder tot de Vlaamse socialistisch-communistische partij PVDA. Jan brak zijn eerste studie Psychologie af – tot grote spijt van zijn ouders die zich zoals zovele ouders hadden opgewerkt en hun kinderen wilden laten studeren – om dan zoals vele andere partijleden te gaan proletariseren, te gaan werken in de vuilste fabrieken, in zijn geval in Antwerpen en Limburg. De beschrijving van wat Jan in de Beringse mijnen maar ook in een asbestfabriek in Mol heeft meegemaakt, hakt er ferm in. Volgens Jan verdienden die arbeiders zeker niet minder dan de academici van die tijd en konden ze goed sparen, waardoor deze niet echt een boodschap hadden aan de leer van AMADA; de arbeidsomstandigheden waren toen andere koek. Nadien zouden zowel Jan als Dirk opnieuw gaan studeren voor huisarts aan de Universiteit Antwerpen.
Jan deed eerst alles voor de partij en zette er zelfs zijn gezondheid voor op het spel. Het was een soort sekte, geeft hij zelf toe. Maar toen begon zijn denken om te slaan, en toen hij te kritisch was geworden volgens de partijtop, maakte men het er naar dat hij half zelf opstapte, half de laan werd uitgestuurd. Dit gebeurde in 1986. Jan laat in dit boek in primeur optekenen dat zelfs Dirk Van Duppen er toen aan dacht om de PVDA te verlaten, maar dat men er toen alles aan deed om de toen al populaire dokter bij hen te houden. Jan groeide zelf ook uit tot een populaire huisarts door zijn praktijk in Turnhout i.s.m. de Socialistische Mutualiteiten, en kwam zo bij de sociaaldemocratische SP.A terecht. Zijn gal over de zogenaamde ‘Teletubbies’, of de machtspolitici van de SP.A toen, Steve Stevaert en Patrick Janssens met name, is echter na die periode zo mogelijk nog zuurder dan t.o.v. de PVDA.
Het boek bevat enorm veel informatie en er is eigenlijk te veel interessants om over te vertellen wat op zich een goed teken moet zijn. Enkele elementen die me toch enorm frappeerden, waren onder andere het afreizen van ‘Johan Van Mol’, oftewel Dirk Van Duppen naar Beiroet, Libanon en de gijzelingszaak rond Jan Cools die broer Jan de partijtop enorm kwalijk heeft genomen en de genaamde Kris M vol voor de voeten heeft geworpen; meer geschiedkundige achtergrondkennis over de nu succesvolle boekenzaak De Groene Waterman waar Jan en zijn vrouw blijkbaar nog aan meegewerkt hebben in de beginjaren; en de menselijkheid die zowel dokter Jan als dokter Dirk in hun beider praktijken aan de dag moeten hebben gelegd naar hun patiënten toe. Ook al hadden ze op politiek vlak volledig gebroken met elkaar, hadden ze dit duidelijk toch gemeenschappelijk.
Jan Van Duppen heeft na zijn lidmaatschap bij de SP.A en een vierjarig mandaat in het Vlaams parlement voor die partij een aantal jaren in het grootstedelijke multiculturele Rotterdam gewerkt, in de wijk Charlois, en daar door hard werken een interdisciplinair centrum opgebouwd. Dat lukte hem in Turnhout door enorm veel tegenwerking van zijn collega-huisartsen eerst niet, omdat hij er zijn tijd duidelijk mee vooruit was. Zo heeft hij ook de gezondheidszorg in Nederland goed leren kennen en heeft hij deze kunnen vergelijken met de Belgische. Voor de VRT-nieuwssite heeft hij gedurende een aantal jaren over de Nederlandse gezondheidssector nog blogartikels geschreven. In Rotterdam heeft hij ook de ideeën van Theodore Dalrymple leren kennen, een oerconservatieve arts en denker. Sindsdien vindt hij de ideeën van goed doen en solidariteit maar flauwekul, omdat we dit enkel zouden doen om onszelf beter te voelen.
Door het fileren van de islam zowel als de ontwikkelingssamenwerking en precies het kind met het badwater weg te gooien, zie ik in hem geen figuur die gemakkelijk water bij de wijn kan doen of het op een akkoordje kan gooien. Respect wel voor zijn tentoongespreide eruditie, onder andere in het Vlaams parlement, en zijn nu op schrift gestelde belevenissen en levenservaring. Hij is een kenner van grote literatuur. Hij rekent genadeloos af met AMADA/PVDA waar dit boek zeker hard aangekomen moet zijn, en de SP.A waar hij bij de grote mannen van zijn tijd “geen inhoud vond, alleen populisme”. Het verhaal dat Louis van Dievel hier heeft neergezet van deze man, is zeker blijven nazinderen.
Gefascineerd was ik door de spanningsboog die door zijn leven snijdt, van heel links naar stevig rechts: Amadees, proletaar, doktoor, sociaaldemocraat, politieke paria, emigrant, aanhanger van Theodore Dalrymple, rechtse conservatief, bestrijder van het marxisme en de ‘linkse leugen’ van de solidariteit. Die evolutie wilde ik graag in een boek gieten.
Review : Louis van Dievel is journalist en auteur. Zijn roman 'De pruimelaarstraat' prijkte op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2007 en 'Hof van Assisen' werd bekroond met de Knack Hercule Poirotprijs 2012. Zijn recentste roman 'De onderpastoor' kende vier drukken.
De dokter is uw kameraad niet is de jongste roman van Louis Van Dievel,
Protagonist Guust Van Mol – een pseudoniem – is al op jonge leeftijd een fanatieke maoïst bij Amada, de voorloper van de PVDA. Op aanraden van de marxistisch-leninistische partij breekt hij zijn universitaire studies af om in een fabriek te gaan werken. Guust werkt in een asbestbedrijf, delft naar kolen en rijdt met de tram. Elke vrije minuut steekt hij in de opbouw van de revolutionaire partij. Zeer tegen de zin van zijn kameraden gaat hij op latere leeftijd geneeskunde studeren. Hij breekt met de partij na een ontnuchterende studiereis naar China. Van Mol wordt huisarts in Turnhout en botst daar met andere artsen en politici ook al is die polikliniekliniek zeer succesvol. Hij wordt actief bij de Sp.a, schopt het zelfs tot Vlaams parlementslid, maar verlaat uiteindelijk ontgoocheld de partijpolitiek. Hij komt in Rotterdam terecht , waar hij tien jaar lang huisarts is in een achterstandswijk. Hij maakt er kennis met de boeken van de oerconservatieve arts en denker Theodore Dalrymple en zoekt voor de afwisseling extreem rechts op. Alles waar Guust ooit in geloofde, besluit hij, berust op een leugen. Je helpt mensen niet door solidair te zijn. Ontwikkelingshulp is afschuwwekkend. Guust vindt nergens rust ook niet bij de vrijmetselaarsloge want diep in hem schuilt nog een restje van oercatolicisme en conservatisme uit zijn jeugd. De dokter is uw kameraad niet start in het Kempische dorp Gierle, een typisch twintigeeuws Vlaams dorp met een uiterst katholiek gezin met twee zonen die fanatieke militanten van Amada worden en zéér getrouw zijn aan de partijlijn . En zo krijgen we de hele weg uitgestippeld die Guust gaat afleggen, de broer blijft tot zijn dood trouw aan de partijlijn. Het lijkt een onwaarschijnlijk verhaal deze biografictie maar toch schijnt het hele verhaal op werkelijkheid te berusten.
Wat een figuur, die Guust Van Mol. Dat Louis Van Dievel brood zag in zijn levensverhaal is niet verwonderlijk. Als tiener al militeren voor de communisten, in de mijnen gewerkt, dokter geworden, Amada, SP.A, Dalrymple...
Van Dievel mag het wel biografictie noemen, dit is een biografie pur sang, en daarom is het storend dat alle nevenpersonages opgevoerd worden met voornaam en beginletter van de achternaam. Amadees Ludo M., partijvoorzitter Steve S. ... . Noem ze toch bij hun naam, er wordt zo veel voorkennis over hen verondersteld dat het hypocriet is te doen alsof het ook maar iemand anders zou kunnen zijn. Dat dit boek maar op een fragment van de waarheid over hen licht werpt, dat begrijpt de lezer ook wel.
Ook wat vervelend maar wellicht onvermijdelijk in een biografie is de oppervlakkige behandeling van sommige gebeurtenissen, terwijl andere dan weer overvloedig toegelicht worden. En het hele boek voelt aan alsof het geschreven is voor de generatie die er het onderwerp van uitmaakt, niet voor een dertiger als ik.
Maar toch, vier sterren. Omdat dit boek me echt geraakt heeft. Het blijft aan me plakken. Want je voelt mee met de zoektocht van Van Mol, een zoektocht, zoals de brieven naar zijn vriendin Anneloes zo wanhopig beschrijven, naar zin, en naar een coherent wereldbeeld waarbinnen alles klopt. Anneloes' raad om de complexiteit van het leven en onze eigen nietigheid te aanvaarden, kan hij gewoon niet opvolgen. Het zit niet in zijn aard. Hij zoekt en blijft zoeken.
Het contrast met broer Johan blijft de lezer bij. De ene broer kan niet leven met hypocrisie, kleinmenselijkheid, tegenstrijdigheid, maar vindt nergens wat hij zoekt. De andere broer blijft altijd de doctrine en de partij trouw. Hoe komt dat? En wat heeft het meeste opgebracht?
Ik had van de schrijver reeds gelezen: ik ben de vuilnisman. Ook dit boek over Guus van Mol is ook weer mooi geschreven. Een jongen uit de Kempen die van de ene ontgoocheling na de andere tegenkomt. Ongeacht zijn inzet. De laatste paragraaf geeft een mooie samenvatting van het leven van Guust van Mol. Wat hij tegenkomt in zijn politieke loopbaan en we vandaag nog altijd mooie voorbeelden. Zie maar naar Calvo van Groen. Hij dacht ook dat hij zou beloont worden voor zijn inzet. Ik heb tijdens mijn inzet voor de samenleving, niet zoals Guus, ook mijn ontgoochelingen gekregen. Ook vandaag nog. Ik kan het boek aanraden.
Aanrader voor iedereen die in politiek geinteresseerd is, en wil zien hoe het - in de praktijk - kan gaan van actief uiterst links naar conservatief. Ik kan me levendig inbeelden dat er nog niet zoveel veranderd is: organisaties die zwelgen in het eigenbelang, en niet gediend zijn van kritisch denken. Animal Farm, maar dan in het echt, als biografie van dokter Jan Van Duppen
I enjoyed this thinly disguised account of the life of Jan Van D. The only thing marring it was the poor editing in the latter part of the book. I had the impression that paragraphs were repeated and more rigorous sub-editing could have eliminated this blemish. For the rest it was an interesting reminder of how much Belgian (Flemish) society has changed since the sixties.
Meer biografie dan roman. Dat bekende politiekers met voornaam en eerste letter van familienaam vermeld worden stoort. Iedereen weet wie Louis T. Is en Patrick J. Wel boeiend als tijdsdocument en Van Dievel is een goede verteller.
interessant! Unieke inkijk ook in de interne keuken van AMADA (later PVDA) in de jaren 70 en 80. Verteld aan de hand van het (ongelofelijk boeiende) leven van Guust van Mol aka Jan van Duppen.
Dit is geen roman maar een - vrij saaie - biografie. Over wie gaat het zelfs? Ik geraakte niet verder dan 20 bladzijden. Jammer want Hof Van Assisen was briljant.
Het leven en lijden van Guust Van Mol. Van AMADA militant tot logebroeder en Dalrymple adept. Een leven vol strijd, filosoferen, overtuigen, lezen, hard werken en fietsen.