Als een dodelijk virus steeds grotere delen van de wereld platlegt, komt een alleenstaande moeder in een voor haar vreemde stad voor een onmogelijke keuze te staan. Ze raakt zelf besmet met het virus, en om dit het hoofd te bieden zal ze een aantal weken worden opgenomen in het ziekenhuis. Omdat ze nog nauwelijks iemand kent in de stad, moet ze haar baby bij onbekenden achterlaten. Onder koortsachtige omstandigheden neemt ze een beslissing, zonder te weten of ze wel het juiste doet. Een week of vier is een actuele en hartverscheurende roman over intense moederliefde tegen de achtergrond van een verhit Europa.
Laura van der Haar (1982) is de auteur van onder meer de romans Het wolfgetal (2018) en Een week of vier (2020, longlist Libris Literatuur Prijs), de vrolijke essaybundel Loslopen (2019) en het historische non-fictieboek Rooswijk 1740 (2021). Ze debuteerde met de dichtbundel Bodemdrang (2014) nadat ze het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam won. Van der Haar heeft een achtergrond als archeologe, maakte de podcast Het Volkskrantgeluid en schreef satirische stukken voor De Speld . De kuil is haar eerste roman bij De Bezige Bij.
Laura van der Haar schetst een realistisch beeld van deze crisis en het speelt zich af net voordat Nederland in een intelligente lockdown ging. Het is geen dik boek, maar ik deed er toch wel lang over. Het verhaal heeft een naargeestige ondertoon. Zelfs de liefde die Ida voor Joanes voelt, voelde naargeestig. Dit boek -en vooral het eind- moest bij mij echt even bezinken!
Coronaliteratuur, worden dit soort boeken genoemd. Ik vond deze van Laura van der Haar best aardig. Ze schets een goed beeld van de corona-situatie (in dit geval in Spanje) en weet je te laten meeleven met de hoofdpersoon. Toch miste ik soms de vaart in het verhaal, vooral in het begin.
Hoewel ik het boek in een dag uit had, ben ik er niet daverend enthousiast over. De eerste helft probeert de auteur je zo mee te slepen in de moederliefde van hoofdpersoon Ida (37) dat het voor mij een beetje te veel is. Dat is misschien ook wel het punt, want haar hele wereld bestaat nog uit haar baby. Haar vriend is met de noorderzon vertrokken en ze woont in een stad die nooit haar thuis is geworden. Op zich een interessante setting - noodzakelijk ook voor het plot, maar het raakt me niet. Dat ligt niet aan de schrijfstijl, die is vlot en goed en af en toe zitten er ook echt mooie zinnen tussen, maar toch kabbelt het mij te veel en blijft het langdradig. Het tweede deel van het boek krijgt meer vaart, meer echte spanning bovendien en daarom toch drie sterren. Het slothoofdstuk is bovendien bijzonder goed: alle woorden die daar staan, horen daar precies zo te staan.
Ik hou van Laura's schrijfstijl. Het verhaal zit erg goed in elkaar. Indringend, spannend, beklemmend. Deed me op meerdere vlakken heel erg aan Dagen van Verlating van Elena Ferrante denken.
Ik aarzel tussen drie en vier sterren. Het verhaal zit spannend in elkaar, en gaat over een jonge moeder die besmet raakt tijdens een pandemie en in korte tijd moet beslissen hoe en bij wie ze haar baby achterlaat. En daar zit de crux, want dit gruwelijke verhaal wordt mooi, zij het hier en daar wat te uitgebreid, verteld terwijl de horror ervan me weerhoudt om vier sterren te geven.
Het einde was vele malen beter te doen dan het begin. Heb gewoon niet helemaal het geduld voor dit soort schrijfstijlen.
Edit: ik heb dit boek voor een leesclub gelezen, en ik ga mijn sterren aanpassen van een krappe 3 naar een 2. ‘Het zat er wel in, maar het kwam er niet uit’ is nog wel de beste omschrijving voor dit boek.
We komen eigenlijk niks over Ida te weten, en de dingen die we te weten komen worden soms in anderhalve zin tussen neus en lippen door vermeld (bijvoorbeeld dat gedoe met die kat). De rit in de ambulance was een prima moment om meer te doen met flashbacks, of op z’n minst om iets aan world building te doen, maar dat gebeurde gewoon niet.
De eerste 130 pagina’s zijn zwaar en kabbelen maar wat voort, zonder dat er wat gebeurt. De laatste pagina’s gaan juist weer als een sneltrein. Die laatste pagina’s zijn ook de Laura die ik van Wolfgetal ken (een boek waar ik wél van genoten heb).
Het boek zelf beslaat niet alleen een week of vier, maar het is zelf ook in een week of vier geschreven en geredigeerd. Dat valt te merken, want als er meer tijd was genomen voor de feedback, dan was hier veel meer uitgekomen.
Las in een review van Trouw dat dit boek(je) geheel op de ontknoping drijft en dat er geen enkele beklijvende zin instaat. Dat vind ik een passende samenvatting. Het verhaal kabbelt rustig voort, maar wordt nergens echt levendig. Laatste paar hoofdstukken zijn wel spannend met een enigszins verrassend slot.
Het verhaal begint wanneer de in Barcelona wonende alleenstaande moeder Ida Mansholt (36) de noodlijn belt om te melden dat ze waarschijnlijk lijdt aan het in Spanje alom aanwezige dodelijke virus. Ida heeft een baby van drie maanden en de telefoniste zegt dat ze onmiddellijk een busje zal sturen en dat zijzelf onderdak moet zoeken voor de baby Joanes, anders wordt die op een staatslocatie geplaatst. Dat zijn dus angstaanjagende vijfenveertig minuten voor Ida. Ze belt met haar yogavriendin Nellie en vraagt of die voor de baby wil zorgen. Ze geeft nog snel enkele gegevens door. (sleutelplek, eten voor Joanes). In Spanje is intussen een totale lockdown afgekondigd, er liggen dode mensen op straat. Op de afgesproken tijd komt het busje haar halen: Ida moet zich uitkleden en de speciale kleding aantrekken, waaronder ze naakt is. De baby laat ze op dat moment alleen.(Nellie zal immers snel ter plekke kunnen zijn).
Onderweg naar het ziekenhuis denkt ze steeds na over iets uit het verleden: de eerste ontmoeting en het huwelijk met Rainer, die haar vóór de geboorte van Joanes al weer verliet, de dood van haar moeder al twintig jaar geleden, de verhuizing naar een huurappartement in Spanje, haar wens om weer terug naar Nederland te gaan. (Met de Duitse Rainer Mannheim was er sprake van een snelle romance: bezoek kerstmarkt, seks, mee verhuizen naar Barcelona, en nadat ze een positieve zwangerschapstest had gedaan, was de man al weer uit haar leven verdwenen)
De Spaanse chauffeur van het busje spreekt weinig met haar. Soms geeft hij wat informatie over de noodhospitaals. Tijdens de rit krijgt hij ineens het teken dat het ziekenhuis waarheen hij op weg is, vol ligt. Hij krijgt een ander adres op. Onderweg blijft Ida maar nadenken. O.a over Nelly, zal die wel goed voor haar Joanes zorgen? ( Nelly was vier maanden ervoor bevallen van een dood geboren kind. Ze dronk nogal wat alcohol als ze uit yogales kwamen) Ida weet dat ze na deze zomer weer terug zal gaan naar Nederland: ze heeft heimwee naar het gewone en wat ze nu nog in Barcelona doen. Het liefst gaat ze naar een knus dorp in het oosten.
Bij aankomst in een noodhospitaal wordt Ida meteen in de richting van de IC gebracht. Een dokter vertelt haar wat ze gaan doen en dat het een zware periode zal worden.
Drie weken later komt Ida weer uit haar kunstmatige coma. Ze heeft het gered, maar ze is erg verzwakt. Het enige waaraan ze denkt, is dat ze zo snel mogelijk Nellie moet bellen om te vragen hoe het met Joanes, maar dan slaat de paniek toe. Ze heeft geen nummer van Nelly, weet zelfs niet waar ze woont. Haar telefoon ligt thuis. Via de yogalerares kan ze aan een mailadres komen en ze stuurt een mail via ene gekregen laptop, maar ze hoort niets terug. Eigenlijk wil ze zo snel mogelijk naar huis, maar ze is veel te zwak. Na een kleine week is ze niet meer te houden. Ze wordt door een taxibusje weer thuis afgezet en hoort van de chauffeur dat er honderdduizenden doden zijn.
Wanneer ze haar huis 'na een week of vier' wil binnengaan, ziet ze dat de sleutel nog op dezelfde plaats ligt. Haar telefoon moet aan de oplader en daarin verschijnen later zeven berichten. Ze zijn van Nellie, die zegt dat ze bij het telefoontje te veel op had en ze vraagt daarna hoe het met Ida en Joanes gaat.
Wat een boek 😱 Als jonge moeder voor het eerst sinds tijden onrustiger geslapen als ik voor bedtijd een stukje hieruit gelezen had. Almaar blijf je denken dat het goed komt, maar hoe langer het duurt, hoe meer het gevoel sterker wordt dat er helemaal niets meer goed kan komen. Vreselijk verontrustend en daardoor ook wel mooi. Laatste hoofdstukken bijna ademloos en met hartslag in mijn keel uitgelezen.
This entire review has been hidden because of spoilers.
In de basis vond ik dit boek briljant. Sterke schrijfstijl en een gedurfde verhaallijn. Ik had al een vermoeden over het einde, maar dat vond ik bij dit boek niet erg, het maakte het juist beter. Het enige wat me weerhoudt van 5 sterren is dat ik de stukjes waarin Ida over Joanes nadenkt op een gegeven moment iets te herhalend vond.
3,5 ⭐️ Bevreemdend verhaal. Dat gevoel wordt versterkt door het boek nu te lezen; een moment waarop de wereld gehaast en krampachtig vooruit wil springen: weg v h virus: alsof het een boze droom was. Het verhaal laat me weemoedig en koortsig achter ... wat een benauwende laatste hoofdstukken.
Laura kan goed schrijven, boek vol taalvondsten. Maar dit boek zit ook vol met onwaarschijnlijkheden en onuitgewerkte verhaallijnen. Heeft Ida een beroep, waarom vertrok haar man?
De ontknoping is heel goed. De mate van moederliefde is enigszins irritant, maar in de loop van het boek wordt het voor mij wel duidelijk waar het vandaan komt. Indringend.
Zeer actuele roman over Ida die door een besmetting met een virus opgenomen wordt op de IC van een noodhospitaal. Ida kampt met de naweeën van een stukgelopen relatie en wordt volledig in beslag genomen door de zorg en de liefde voor haar paar maanden oude kind. Door de besmetting moet Ida haar kind bij een ‘vriendin’ onderbrengen. De actualiteit houdt het boek overeind.
2.5 sterren Een boek wat vlot leest door het aantal pagina,s en ook omdat je wilt lezen hoe het verder gaat. "Zoetsappig" maar met een verrassend eind.
Boeken waarin grote historische gebeurtenissen een rol spelen, verschijnen gewoonlijk minimaal drie jaar na de beschreven periode. Daar is een goede reden voor: pas als duidelijk is dat een episode volledig achter ons ligt, kunnen we althans de directe gevolgen voldoende beoordelen om een al te absurde duiding te vermijden. De Tweede Wereldoorlog heeft voor ons gedaante gekregen door Pastorale 1943 (1948), The Naked and the Dead (1948) en De tranen der acacia’s (1949). De aanslagen van 11 september 2001 kregen vorm door Extremely Loud & Incredibly Close (2005), The Emperor’s Children (2006) en The Good Life (2006). Zo bezien wekt het geen verwondering dat ook recent verschenen romans zich nog altijd afspelen in een wereld waarin mondkapjes als een Japanse neurose werden beschouwd.
Het boek Een week of vier van Laura van der Haar vormt op bovenstaande wetmatigheid een uitzondering: het verscheen al in 2020. En daar zie je meteen het gevaar van te vroege conclusies. Het virus in het boek is veel virulenter dan de varianten die we inmiddels hebben leren kennen: soms treedt de dood al dertig seconden na het eerste symptoom in. Mensen vallen op straat dood neer, en daar blijven ze liggen omdat niemand het aandurft hun stoffelijk overschot op te ruimen. Een vaccin is er niet. Er worden dan ook heel strenge maatregelen getroffen: niemand mag zijn huis verlaten, en besmette personen worden afgevoerd naar uit de grond gestampte noodhospitalen (sterk gelijkend op festivalterreinen), waar ze voorzichtigheidshalve een aantal weken in coma worden gebracht. Zo’n pandemie zien we nu niet, maar in de eerste maanden van 2020 deden de berichten uit China er wel voor vrezen. Is het heel erg dat de werkelijke ontwikkelingen niet precies samenvallen met die in het boek? Nee, evenmin als het bezwaarlijk is dat de spoken en monsters van Stephen King niet werkelijk bestaan. De fictieve wereld van het boek heeft niet de plicht met onze realiteit samen te vallen, zolang we niet pretenderen er praktische adviezen aan te kunnen ontlenen.
Diepe psychologische of filosofische inzichten moet de lezer ook niet verwachten: dit is in de eerste plaats een spannend boek. Het is meeslepend geschreven en niet te dik, zodat veel lezers het in één zitting tot zich zullen nemen. Na afloop daarvan zullen ze wel even moeten uithijgen, want de laatste bladzijde bevat een huiveringwekkende plotwending. Dat is niet het enige aspect waardoor het mij sterk deed denken aan Het gouden ei van Tim Krabbé. Nu maar afwachten of de scholieren het ontdekken.