Jump to ratings and reviews
Rate this book

Niemand ontbijt meer met een glas wijn: Tableau van Parijs 1781-1788

Rate this book
Meisjes in Parijs die geen vermogen hadden en niet van goede komaf waren moesten al op jeugdige leeftijd zelf de kost verdienen. Ze gingen uit huis, op kamers en beoefenden vaak eerzame beroepen als hoedenmaakster, naaister en coupeuse. Deze meisjes werden grisettes genoemd. Maar wat doe je als de inkomsten aan de lage kant zijn en je charmes alleen al vanwege de jeugdige leeftijd in volle bloei staan? De inkomsten uit het handwerk aanvullen met behulp van jeugd en schoonheid. Aan de hand van dit voorbeeld schetst Louis Sebastien Mercier in zijn boek ' Niemand ontbijt meer met een glas wijn' op een sublieme manier de positie van de vrouw in het Parijs van rond 1780. Vele andere zaken komen aan de orde.Melkvrouwen, de schoenlapper, azijnvrouwen, hij tovert ons een Parijs voor dat op die manier niet meer bestaat of misschien toch wel. Mercier weet op een ongeevenaarde manier de sfeer van Parijs weer te geven, zijn geuren en kleuren, een beeld dat van alle tijden is. Sla bij het eerstvolgende bezoek aan Parijs de reisgidsen over, lees het boek van Mercier en zwerf gewoon wat rond. Na een paar dagen heb je Parijs niet alleen gezien maar ook gevoeld. En natuurlijk ontbijten met een glas wijn. Al is het maar een keer.

BESPREKING:

De haringvrouwen van de Hallen, de verkoopsters van verse vis, al die robuuste vrouwen drinken 's ochtends hun koffie met melk, net zogoed als de markiezin en de hertogin. De deskundigen moeten maar uitmaken welke uitwerking deze drank uiteindelijk op de constituties heeft. Ik zie in Parijs niemand meer ontbijten met een glas wijn.'

Dit is slechts een van de talloze observaties van Louis Sébastien Mercier die hij publiceerde in de twaalf delen van Tableau de Paris, verschenen tussen 1781 en 1788- Mercier werd er wereldberoemd mee, dat wil zeggen in heel Europa. Hij bracht dan ook iets nieuws: een beschrijving in 1050 op zichzelf staande hoofdstukken van het dagelijks leven in Parijs, de hoofdstad van de wereld. Daarbij komen de meest uiteenlopende onderwerpen aan de orde: buurrijtuigen, wandelstokken en openbare toiletten, ambtenaren, lichte vrouwen en schoenlappers, inentingen, politievonnissen en goede manieren. En passant portretteert Mercier diverse tijdgenoten, van schrijvers als Diderot, Rousseau en de Crébillons tot en met de architect Ledoux, de actrice Marie-Joséphine Laguerre en de kleine Parijse burgerman Blunet (de Hercules van Parijs).

Mercier kan met recht de eerste columnist worden genoemd. Beurtelings geschokt en geamuseerd, nu eens ironisch of raillerend, dan weer vermanend, steeds op zoek naar de illustratieve anekdote heeft Mercier een uiterst boeiende, welhaast documentaire schildering van zijn tijd - het prerevolutionaire Parijs - nagelaten en vooral, zoals deze royaal toegelichte selectie van Willem Derks laat zien, een geestig commentaar op de menselijke komedie, die van alle tijden is.

Louis Sébastien Mercier (1740-1814) was in zijn tijd een bekend schrijver die vrijwel alle genres beoefende. Zijn roem werd definitief gevestigd door de publicatie van Tableau de Paris. Hoewel hij zelf in de vergetelheid raakte, bleven bloemlezingen uit Tableau de Paris (tot in deze eeuw en in Japan toe) verschijnen.

223 pages, Paperback

First published January 1, 1999

2 people are currently reading
16 people want to read

About the author

Louis-Sébastien Mercier

618 books5 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
5 (29%)
4 stars
9 (52%)
3 stars
3 (17%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
Profile Image for Reyer.
474 reviews45 followers
November 21, 2024
Reading this Dutch translation of Le tableau de Paris by Louis-Sébastien Mercier (1740-1814) was like stepping into a time capsule. The collection features a series of short, column-style pieces portraying Parisian life between 1781 and 1788, the years just before the French Revolution. The ancien régime (Louis XVI) was still in power, Rousseau and Voltaire had died only a few years earlier, and Baron Haussmann hadn’t even been born yet.

The chronicler offers a glimpse into everyday life in late 18th-century Paris, when duels were falling out of fashion, baptism served as civil registration (and the Tuileries as a public toilet), the Code noir was still in effect, and people were discussing vaccination while still believing the Seine’s water was drinkable. Mercier has a keen eye for society’s margins and critiques social injustice. In our time, he would undoubtedly have commented on the number of immigrants sleeping in the streets or the priority city planners give to cars. Here and there, Mercier draws international comparisons, notably with Switzerland, a country he clearly admires. Despite some deeply religious moral undertones, I appreciated his progressive perspective on urban life.

Next on my list are the diaries by the brothers De Goncourt, God, geld en seks .

Ik verdwaal, ik raak de weg kwijt in deze immense stad; ik ken zelf de nieuwe wijken niet meer. Landerijen die groente voortbrengen wijken terug en maken plaats voor gebouwen. Chaillot, Passy en Auteuil zitten al aan de stad vast. Nog even en Sèvres is aan de beurt; en als dit in de komende honderd jaar doorgaat tot aan Versailles, aan de andere kant tot Saint-Denis en aan de kant van Picpus tot aan Vincennes, dan zal de stad zonder twijfel erger dan een Chinese stad zijn.


Wanneer een koetsier u levend vermalen heeft, zoekt de politie uit of het het grote of het kleine wiel was. De koetsier is alleen aansprakelijk voor het kleine; en als u omkomt onder het grote is er geen financiële schadeloosstelling voor uw erfgenamen. Verder is er een tarief voor de armen, de onderbenen, de bovenbenen; en dat is een bij voorbaat afgemaakte prijs.


De priester komt alleen nog bij het gewone volk, want die bevolkingsgroep heeft geen portier. Bij iedere andere zieke wacht men tot hij op sterven ligt: dan wordt er ijlings iemand naar de parochie gestuurd en komt de priester buiten adem met het heilig oliesel aangehold. Hij treft niemand meer aan; de goede bedoeling telt voor de daad zelf.


De haringvrouwen van de Hallen, de verkoopsters van verse vis, al die robuuste vrouwen drinken ’s ochtends hun koffie met melk, net zo goed als de markiezin en de hertogin. De deskundigen moeten maar uitmaken welke uitwerking deze drank uiteindelijk op de constituties heeft. Ik zie in Parijs niemand meer ontbijten met een glas wijn.
Profile Image for WillemC.
605 reviews28 followers
February 11, 2025
Mercier beschrijft in deze "columns" hoe het is om de jaren 1780 in Parijs te wonen. Niet de geschiedenis dus, maar het nu komt aan bod. De auteur richt zijn oog op van alles en nog wat: de Seine, bloempotten, boekencensuur, wandelen, het gerecht, chirurgijnen, kraamvrouwen, huishoudsters, openbare toiletten, mist, godsdienstvrijheid, inentingen, vondelingen en zoveel meer. Een interessante en goed geschreven inkijk in het grootstedelijke Frankrijk van net voor de Revolutie.

"Het meest ondankbare oor voor alle muziek was dat van Voltaire; toch heeft hij erover durven schrijven."

"[...] maar niet iedereen was tevreden met de spiegel die ik heb voorgehouden."

"Die overvloed van kunstmatige haren was werkelijk de meest bizarre mode die ooit geheerst heeft."

"Het is een wijdverbreid misverstand in de provincie dat Seinewater ongezond is en diarree veroorzaakt."
Profile Image for Hans Moerland.
560 reviews15 followers
November 1, 2023
Niets dan goeds eigenlijk valt er wat mij betreft te zeggen of te schrijven over de observaties en overdenkingen die de, zeker in ons land zo goed als vergeten, veelschrijver Louis Sébastien Mercier (1740-1814) bijna tweeënhalve eeuw geleden noteerde. Een selectie daaruit is in Nederland verschenen in de reeks Privé-Domein, onder de op zich al veelbelovende titel “Niemand ontbijt meer met een glas wijn; Tableau van Parijs 1781-1788”. De columnachtige teksten zijn bezorgd –gekozen, vertaald, ingeleid en van de nodige context voorzien, ook waar in ruimere zin leven en werk van Mercier in het geding zijn– door Willem Derks. Deze heeft hiermee lezers met belangstelling voor het Parijse leven net vóór de Franse revolutie van 1789 een buitengewoon goede dienst bewezen.
Ook echter voor wie gespeend is van een sterke interesse te dier zake, kan het lezen van de onderhavige uitgave zeker de moeite waard zijn. Mercier laat zich uit over vele, zeer uiteenlopende onderwerpen. Daarbij kan het gaan om de handel en wandel bij de uitoefening van een diversiteit aan beroepen (variërend van meisjes van lichte zeden tot wasvrouwen, van schoenlappers tot azijnmakers, van huishoudsters tot tandartsen, van ambtenaren tot predikanten, van afficheplakkers tot biechtvaders, enz.), maar er zijn ook stukken waarin tastbare dingen als huurrijtuigen, openbare toiletten, bloempotten en wandelstokken centraal staan, of de toenemende populariteit van het drinken van koffie, mogelijkerwijs riskant, in plaats van wijn.
Abstractere onderwerpen worden echter allerminst geschuwd. Zo laat Mercier zich als volgt uit over de aan de Sorbonne gedoceerde theologie: “De theologie heeft alles in de wereld verpest; zij heeft de angsten van de mensen verdubbeld in plaats van tot bedaren gebracht; zij heeft de wereld bijgelovig gemaakt in plaats van gelukkig” (p. 25). En naar aanleiding van het door hem geopperde idee om vrouwen te ontslaan van de verplichting bij het sluiten van hun huwelijk een bruidsschat in te brengen: “Dit nog niet uitgewerkte idee zou het verdienen onderwerp van een gedegen studie te worden. Hoe ver ook afstaand van onze zeden en wetten, geleidelijk aan moet alles onderworpen worden aan de waarheid en de rede, en zal er een eeuw komen waarin men de noodzaak van zo’n wet zal inzien, voor de huiselijke orde, de goede zeden en de openbare rust” (p. 117). Ronduit kostelijk is de dialoog waarmee Mercier de (mogelijke) gang van zaken illustreert bij de handel in lijfrentes, een gesprek tussen een rentenierster die in het bezit is van de desbetreffende papieren en degene die zij op het oog heeft als koper daarvan (pp. 91-95).
In feite wemelt het in Tableau van Parijs van zulke prikkelende, citerenswaardige passages en zinsneden. Waar het me echter mede om te doen is, zijn de wijze waarop Mercier de door hem behandelde kwesties aan de orde stelt en de positie die hij zelf daarbij inneemt. Hij staat in beginsel aan de goeie kant, deugt in die zin dat hij maatschappelijke problemen signaleert en zich bovendien daarmee begaan toont. Soms laat hij het daar niet bij, maar suggereert hij ook nog eens –met gebruikmaking van een af en toe opvallende creativiteit– een oplossing voor het probleem in kwestie. Des schrijvers rationaliteit, redelijkheid en gelukkig ook humor voeren daarbij de boventoon. Daartegenover staat dat de auteur, ondanks het feit dat hij bij tijd en wijle enige slordigheid tentoonspreidt en zichzelf lijkt tegen te spreken, over het algemeen behoorlijk zelfverzekerd overkomt, om niet te zeggen eigenzinnig of zelfs eigenwijs; zo wil hij er per se niet aan dat het wel eens ongezond zou kunnen zijn om het water uit de Seine te drinken (pp. 148-149). Naar het zich bij oppervlakkige beschouwing laat aanzien bespreekt Mercier trouwens ook wel eens een kwestie die een kleine 250 jaar later nog opgeld zou kunnen doen in de actualiteit…
Ten slotte een enkel puntje van kritiek op de tekst waarin Willem Derks de columns van Mercier van de broodnodige context voorziet (pp. 204-212). Die tekst is zonder meer lezenswaardig en biedt in kort bestek een heleboel interessante informatie, maar aan het onderscheid tussen strafrecht en strafprocesrecht lijkt de auteur geen boodschap te hebben.
Displaying 1 - 3 of 3 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.