Leuk en toegankelijk geschreven boek over vragen stellen. Zouden meer mensen moeten doen (of is dat een oordeel???)…
Effectieve vragen
“Een goede vraag is een uitnodiging. Een uitnodiging tot nadenken, uitleggen, aanscherpen, verdiepen, informatie verschaffen, onderzoeken, verbinden.
Een goede vraag is helder geformuleerd en wordt geboren uit een open, nieuwsgierige houding.
Een goede vraag blijft bij (het verhaal van) de ander.
Een goede vraag zet het denken in beweging.
Een goede vraag leidt tot verheldering, nieuwe inzichten of een nieuw perspectief voor de beantwoorder van die vraag.”
Niet-effectieve vragen
Een goede vraag is niet: “advies geven, hypotheses checken, invullen, een mening delen, een suggestie doen of een manier om een ander klem te zetten.” “Maar al te vaak, zonder dat we het doorhebben of het per se zo bedoelen, gaat een vraag eigenlijk over onszelf. Over onze angsten en gevoelens, ideeën, allergieën, behoeftes. Die projecteren we - onbewust - op het verhaal van een ander.”
Slechte vragen:
- Na een ruzie: ‘Je denkt er nu zeker over om bij hem weg te gaan?’ Invullen.
- Na vakantie in Italië: ‘Kon jij op een gegeven moment ook geen pizza meer zien?’ Mening.
- Bij een zieke ouder: ‘Ga je mantelzorgen? Heb ik ook gedaan, dat is zwaar hoor…’ Gesprek naar jezelf toehalen.
Er zijn geen inherent goede of slechte vragen, wel vragen die goed of slecht zijn geformuleerd of gesteld.
Een goede vraag is een vraag die werkt, in de context waarin-ie wordt gesteld, die past bij de intentie.
Waarom stellen we vaak slechte vragen?
- Biologie: over jezelf praten is leuker dan vragen stellen.
- Vraagvrees: soms eng.
- Scoren: meningen scoren vaak beter dan vragen. Je wilt niet onwetend overkomen.
- Objectiviteit: we zijn verleerd objectief te redeneren.
- Tijd: we denken dat vragen tijd kost.
- Competentie: we hebben het niet geleerd, geoefend.
Biologie
We zijn van nature self-centered. Reflexen die duiden op slecht luisteren:
- Onderbreken, ratelen, eigen standpunt herhalen
- Denken aan wat je gaat zeggen terwijl de ander praat. Meestal gelijk na de eerste zinnen willen reageren maar je inhouden.
- Help- en adviesreflex
- Dat heb ik ook! (Maar dan erger). “Spelletje: gesprekskapertje”.
Plato over Ideeën en meningen:
- Mening = van iemand, toegeëigend
- Idee = behoort aan niemand, is te bevragen, onderzoeken etc. Ideeën uitwisselen is gelijkwaardig.
Vragenvrees: angst voor
- Ongemak bij de ander
- Eigen pijn en eigen ongemak
- Conflict, ruzie, ongezelligheid
Vrijheid
Daan Rovers, denker des vaderlands, over vrijheid van meningsuiting: “VvM is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen tov hun ouders, of van burgers tov elkaar. En bij die vrijheid hoort dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te nemen.”
Beschermen
Elke vorm van weerstand (een klap, uitgescholden worden, een tegengestelde mening) activeert hersenen op dezelfde manier. We ontlenen onze identiteit grotendeels aan onze opvattingen en overtuigingen; onze reflex is: beschermen.
Vragen stellen
Kunst van het vragen stellen is drie-ledig:
1. Socratische houding (de kern): een onwetende, verwonderde houding, zoals kinderen; niet zeker weten. Basis=ken jezelf, observeer je eigen gedachten. Echte nieuwsgierigheid.
2. Vraagvoorwaarden: basisvoorwaarden voordat je een vraag stelt. (1) Goed luisteren, (2) neem taal serieus, (3) vraag toestemming, (4) vertraag, neem de tijd, (5) verdraag frustratie
3. Vraagvaardigheden: praktische techniek, tips en trucs.
Confirmation bias = als je al een kordeel hebt dan zoek je naar bevestiging daarvan. Kortom: voorkom oordelen. ‘Je mag niet oordelen’ is in zichzelf een oordeel…
Alternatief voor empathie: niet empatische compassie. Emotionele empathie, het voelen van andermans pijn, beïnvloedt je vermogen tot objectief oordelen. Goede vragen stellen vereist ‘uitschakelen’ van emotionele empathie.
Methodiek
Het boek stelt de volgende methodiek voor:
1. Stel eerst een statement vast
2. Specificeer het statement eerst. Stel concretiserende vragen. Blijf feitelijk: wanneer, wat precies, wie betrokken, in welke situaties komt het voor, etc
3. Abstraheer daarna. Stel vragen over achterliggend principes: waarom vind je dat, wat heeft dit met iets anders te maken?
Vraagtechnieken
- Eerst concretiserende vragen stellen (wanneer, wat zei hij, wat deed zij…), daarna abstracte (wat bedoel je hiermee, waarom is dat zo vlgs jou, wat heeft x met y te maken).
- Vragen die beginnen met een lidwoord zijn geen vragen maar meningen. Vragen die beginnen met een werkwoord zijn vaak suggestief.
- Vermijdt aanvallende waarom-vragen. Formuleer om: wat is de reden dat…, wat is je argument voor…, wat maakt dat je dat zegt?(
- ‘Vertel eens…’ als uitnodiging.
- Vermijd komma-sukkel-vragen, vragen waar je eigenlijk ‘, sukkel’ achter wilt zetten: nog niet klaar (, sukkel)?
- Vermijdt ‘maar-‘vragen en helemaal ‘maar … niet’ vragen: maar waarom heb je het niet aan jan gevraagd?
- Stel 1 vraag per keer, geen spervuur.
- Stel duidelijke vragen.
- Stel geen onterecht of-of-vragen, alsof er maar twee opties zijn.
Een goed gesprek is meer dan twee monologen.
Doorvragen in twee richtingen:
- In de eigen richting: hoe weet je dat zeker, welk argument heb jij hiervoor
- Een ander standpunt opzoeken: denkt iedereen er zo over, kan het ook anders zijn?
Echovraag: letterlijk herhalen wat de ander zojuist zei.
Confronteren = de ander met je vraag dwingen om na te denken over wat zij eigenlijk zegt.
Stel-dat-vraag: het denken aanzwengelen.