Isaac Newton en het ware weten door Floris Cohen
\n
\nIn dit boek, dat eind maart 2010 verschijnt, beschrijft Cohen Sir Isaac Newtons (1643-1727) belangrijkste werken, de Opticks en de Principia en het toenmalige natuurwetenschappelijke debat waarbinnen deze twee tot stand kwamen. Cohen is een fervent voorstander van het concept Wetenschappelijke Revolutie, een idee dat door sommige wetenschapshistorici niet als vanzelfsprekend wordt gezien. Newtons onwaarschijnlijk succesvolle bijdrage aan ozne wetenschappelijke kennis over licht, beweging en zwaartekracht mogen volgens Cohen echter met recht revolutionair genoemd worden. In vergelijking met de belangrijkste wetenschappers van zijn tijd (Cohen gaat uitgebreid in op de ideeën van Descartes, Galilei, Huygens, Hooke en Boyle) staan niet alleen Newtons feitelijke ontdekkingen op eenzame hoogte, maar dat zijn methodologische rigueur minstens zo uitzonderlijk was. De unieke combinatie van een deductieve mathematische en een inductieve experimentele aanpak, deze laatste geschraag
d waar wenselijk met precisie-metingen, leverde Newton zijn revolutionaire vondsten op. Natuurlijk droegen daarnaast zijn volstrekt monomane persoonlijkheid en doorzettingsvermogen in aanzienlijke mate bij tot zijn succes. Cohen illustreert overtuigend het mathematische talent van Huygens of het experimentele en conceptuele talent van Hooke nooit aan Newtons theorieën vergelijkbare kennis zouden hebben opgeleverd. Dat Newton zelf zijn hele leven gestreden heeft tegen zijn eigen esotherische speculatiezucht, maakt zijn wetenschappelijke arbeid des te opmerkelijker. Het moge genoegzaam bekend zijn dat Newton een groot deel van zijn energie besteedde aan alchemistisch onderzoek en theologische speculaties. Opvallend is wel dat hij ook hierbij zijn methodologische gestrengheid toepaste, overigens met aanmerkelijk minder revolutionaire gevolgen. Het sterke punt van het boek is dat Cohen enerzijds Newton als genie de plaats toekent die hem toekomt, maar hij anderzijds niet verh
uld dat ook dit mega-genie regelmatig de plank spectaculair kon misslaan. Het zegt veel over zijn perfectionistsiche vasthoudenheid dat de inconsistenties die zijn missers opleverden voor Newton in het algemeen aanleidingen waren met dubbele energie verder te zoeken. Hoewel Cohen zowel in zijn inleiding als zijn conclusie erkent dat de term 'het ware weten' problematisch is, immers ware, onweerlegbare en onveranderlijke wetenschappelijke kennis is een tegenstelling in termen, doet deze omschrijving de uniciteit en wetenschappelijke kracht van Newtons prestaties, zeker in vergelijking met zijn tijdgenoten volledig recht.
\n