Lambik is in de ban van het Wilde Westen en vertrekt meteen als hij van een oude Indiaan het plan krijgt van de bibbergoudmijn. Samen met Suske en Wiske moet hij het opnemen tegen de Flatfeet-Indianen maar ze worden geholpen door de oude Kid Karbonkel en door een sprekende beer. Als ze eindelijk de bibbergoudmijn bereiken, wordt die bewaakt door een reuzegroot Schanulleke...
Voor een vroege Suske en Wiske is dit best een spannend verhaal met veel grappige maar ook ongeloofwaardige momenten. Er zijn ook enkele personages vermomd en we leren pas aan het einde wie het zijn die Lambik proberen te stoppen het bibbergoud te bemachtigen.
Na een bezoek aan een fantasie-Midden-Oosten (Prinses Zagemeel) en een fantasie-China (De witte uil) bezoeken Suske en Wiske nu een fantasie-Wilde Westen. Het avontuur kent een geheimzinnige gemaskerde vijand en kent wel heel veel bijna-dood-ervaringen, maar boeit maar matig. Het beste is de scene waarin de jonge squaws Lambik beoordelen als huwelijksmateriaal. Ook fraai is dat Lambik halverwege weet wie de gemaskerde is, maar het ook de lezers niet mag zeggen.