De aanleiding tot het schrijven van dit boek was de vraag van een cursuscentrum een voordracht te geven over humor. In humor zit vaak een levensles verborgen. Wie het mechanisme van spontane humor ontdekt heeft, geeft het een grotere plaats in zijn dagelijks leven. Iemand die leuk uit de hoek komt noemen we geestig (Latijn, spiritus = geest). Om de juiste sfeer op te roepen bij de introductie van dit boek moet u zich voorstellen hoe ouderen kinderen een sprookje vertellen. Het begint met: ... er was eens... heel lang geleden... De logica wordt dan uitgeschakeld, een mechanisme wordt in werking gesteld om ontvankelijk te zijn. Als je een woord, een beeld en een gevoel samenbrengt op een manier dat het bewuste verstand er niet tussenkomt, heb je de drie voornaamste toegangen gebruikt waarmee het onderbewuste te bereiken is, namelijk het auditieve kanaal, het visuele kanaal en het kinestetisch kanaal (gevoelskanaal). En dan schiet je midden in de roos en kan de mens tot ver-lichting komen. En wanneer het onderbewuste het goed begrepen heeft, dan pas begint het te werken... en met plezier. Humor heeft nog een belangrijke eigenschap: het relativeert en de wereld om je heen krijgt een geheel nieuwe gloed... humor verlicht.
Dit boekje gaat over humor, maar het is geen humoristisch boekje, meer wat gefilosofeer over humor en wat je er aan kunt hebben. Soms wel een aardige gedachte. Een voorbeeld: Als je ‘ ‘s morgens vroeg bezig bent als een bij, de ganse dag werkt als een paard, en ‘‘s avonds moe bent als een hond, dan moet je eens voor onderzoek naar de dierenarts gaan, want je zou wel eens een ezel kunnen zijn.
Kortom, over de kunst van relativeren en het komen tot zelfinzicht.
De auteur schrijft ook over neurolistisch programmeren.