9 mei 1940; het is avond in Berlijn. Dit keer wordt de executie niet meer uitgesteld. Toen 'de Geheime Informant' naar buiten kwam greep hij majoor Sas bij de arm en zei met moeilijk bedwongen emotie: 'Das Schwein ist abgefahren zur Westfront; jetzt ist es wirklich endgültig aus.'
Meer dan twintig keer stelde Hitler zijn grote aanval op Nederland en België uit. Elke keer werd de Nederlandse Militair Attaché majoor Sas door zijn Duitse vriend, een hoge, fel anti-nazistische officier, nauwkeurig over de aanvalsplannen ingelicht. Zij werden allen aan Den Haag doorgegeven, maar vonden steeds minder geloof.
Aan de hand van eigen ervaringen en nieuwe bronnen heeft de auteur, ex-diplomaat Dr. J.G. de Beus, destijds Gezantschapssecretaris te Berlijn alle waarschuwingen nauwkeurig gereconstrueerd vanaf de eerste onheilsboodschap in oktober 1939 tot de laatste wanhopige uitroep van 'de Geheime Informant'.
In de winter van 1939-1940 was majoor Sas Nederlands militaire attaché in Berlijn. Hij gaf informatie over Hitlers aanvalsplannen door aan Den Haag. Die informatie baseerde hij grotendeels op wat hij zelf doorgespeeld kreeg van zijn geheime informant uit hoge Duitse legerkringen: kolonel Hans Oster van de contraspionagedienst Abwehr, een man die het nazi-bewind verachtte (en ook in het vervolg van de oorlog bij ongeveer alle plannen om Hitler uit de weg te ruimen betrokken zou zijn). Sas onthulde zijn naam pas na de oorlog voor de Parlementaire Enquêtecommissie.
In Den Haag werd door velen getwijfeld aan de inlichtingen van majoor Sas én diens 'geheime informant'. Vele malen gaf Sas aanvalsdata door die verstreken zonder dat er iets gebeurde. Steeds meer leden van de Nederlandse Generale Staf vermoedden dat de Duitsers een spel met hem speelden. Achteraf weten we dat dat niet zo was, dat Oster 100% betrouwbaar was, en Sas ook, maar Hitler stelde de aanval tussen november 1939 en 10 mei 1940 niet minder dan achttien keer uit.
Dit boekje van De Beus brengt die episode in beeld en was bij verschijning niet in de laatste plaats bedoeld ter rehabilitatie van de tragische figuur Sas. Hij en Oster hebben het historische gelijk aan hun kant, maar zouden bij leven nooit die erkenning krijgen. Ze zouden allebei tragisch aan hun einde komen (zij het op zeer verschillende wijzen).
De kracht van dit boekje is dat de auteur, J.G. de Beus, uit eigen ervaring vertelt: hij was destijds 2e secretaris op het Nederlandse Gezantschap in Berlijn, zat middenin in het intrigenetwerk van diplomatie en inlichtingen en was persoonlijk getuige van Sas' gevecht voor geloofwaardigheid.
De positie van De Beus is zowel de kracht als de zwakte van dit boekje, dat overigens een zelfstandig uitgegeven en voor de gelegenheid bewerkt en aangevuld deel is van een omvangrijker boek ('Morgen bij het aanbreken van de dag' uit 1977): het boek schetst een intrigerend beeld van de Nederlandse diplomatie in Berlijn in die bange winter, zijn pleidooi is overtuigend (omdat het niet de toon van een pleidooi heeft), maar de vertelling verliest wel wat aan vaart wanneer details over de diplomatie de overhand krijgen over de militaire intrige. Bovendien: De Beus deed dit verhaal in 1977 en 1984. Het bevat voor de ingevoerde lezer anno 2020 niet zo veel nieuws.
Beslist interessant voor wie iets met het onderwerp heeft. En voor een diplomaat uit de jaren dertig schrijft De Beus opmerkelijk vlot.