In ‘Rottumerplaat’ beschrijft Barwolt Ebbinge zijn bezoeken aan dit natuurreservaat zo nauwgezet en levendig, dat het lijkt alsof je zélf voet zet op dit verboden eiland. Hoewel Rottumerplaat niet in het beroemde ezelsbruggetje TVTAS voorkomt, is ‘Plaat’, zoals het eiland ook wel liefkozend genoemd wordt, voor velen geen onbekend stukje Nederland. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zaten Godfried Bomans en Jan Wolkers er elk een week lang alleen: voor beiden een indrukwekkende ervaring, die ze echter totaal verschillend beleefden. En voor veel natuurliefhebbers is Rottumerplaat een verboden vogelparadijs: niemand mag er komen, behalve een handvol, door Staatsbosbeheer aangestelde vogelwachters. Barwolt Ebbinge was jarenlang een van hen. Samen met zijn vrouw Doortje Dallmeijer verbleef hij regelmatig, maanden achtereen, op Rottumerplaat om broedvogels, doortrekkers en wintergasten te tellen.
Dit boek verdient een betere editor. De opbouw van het boek is wat rommelig en ook de opbouw van sommige zinnen kan beter. Wel heb ik nu zin om zelf naar een onbewoond eiland te gaan en vogels te tellen.
Bij een boek over maandenlange verblijven met niemand anders dan je levenspartner op een eiland dat verboden is voor anderen, over een behoorlijk solitair leven dus, verwacht ik beschrijvingen van de flora en fauna, van de gesprekken met je partner, van lange wandelingen, filosofische overpeinzingen, kortom; van al die dingen die je dan kunnen bezighouden. Maar, helaas helaas, dat was dit boek niet. Dit boek ging alleen, alleen, alleen over de vogels op Rottumerplaat. Nu kwam de auteur ook in opdracht van Staatsbosbeheer op Rottumerplaat terecht, met als op opdracht om vogels te tellen, maar laat dat dan terugkomen in de omschrijving van het boek. Dan wordt het boek alleen door vogelaars gelezen, en dat is nou bij uitstek het geschikte publiek.