Kira keek naar elk mensdier. Een meisje met een gladde, lichtbruine huid, een beetje ouder dan zij. Een jongen van een jaar of zeven met magere beentjes en felle ogen. Een dikke jongen van zeker veertien, die deed alsof hij sliep. Allemaal met zo'n stomme luier om. Boven de deur van elk hok hing een nummer van zes cijfers en twee letters. 'Hebben ze geen naam?' vroeg Kira. 'Nee', zei Miranda. 'We vinden het beter dat het baasje die zelf kiest. Dat schept meteen al een band.'