Goed opgebouwd verhaal in een soort raamvertelling. De verteller, Frits Goudvis, rijdt naar Mohrbach/ St Hubert, waar zijn vader gestorven is. Omwille van de levensverzekering is het niet geheel duidelijk of het zelfmoord was of dat Dirkzwager, een medepatiënt in de psychiatrische instelling waaruit ze zijn ontsnapt, hem daarbij geholpen heeft. Deze is daarna verongelukt. Op weg naar Mohrbach vertelt Frits het verhaal van zijn vader tegen een lifter: de geschiedenis van de vlucht van zijn vader met een passagier lijkt zich te herhalen: zijn vader had hetzelfde traject twee weken eerder ook afgelegd Het geschetste beeld van die vader is niet zo positief: hij was een nietsnut, werkte met tegenzin maar verstond de kunst van het epibreren , begon stevig te drinken en probeerde zelfmoord te plegen toen zijn vrouw hem verliet, lichtte de verzekeringsmaatschappij Tielsche waar zijn zwager baas was, op. enz. Kortom, in de ogen van Frits: een lafaard, een nietsnut, zeer ijdel, de schone schijn ophouden. Frits stelt echter vast dat hij meer en meer op zijn vader begint te gelijken: dezelfde voorover gebogen houding, zelfde uiterlijk,...Niet echt een positief beeld; Het verhaal blinkt uit door het prachtige Nederlands: mooie zinnen, geweldige woordenschat. De soms cynische ondertoon past geheel bij het verloop van de intige en de aard van de personages.
‘We tell ourselves stories in order to live.’ Dit befaamde citaat van Joan Didion vindt zijn belichaming in ‘De nietsnut’. De hoofdpersoon in deze geraffineerd ineengezette novelle, Frits Goudvis, wordt geconfronteerd met het plotselinge overlijden van zijn vader, waarvan de oorzaak onbekend is. Hij probeert daarmee om te gaan door zijn vaders leven om te zetten in een betekenisvol verhaal, waarbij de grens tussen feit en fictie van ondergeschikt belang blijkt: ‘Alles wat ik van mijn vader weet is even belangrijk of onbelangrijk. Ik moet een vorm vinden voor zijn leven, ik moet er een verhaal van maken. Zoals het nu is verdwijnt het tussen de omstandigheden.’
Het levensverhaal van zijn vader dat Frits op eloquente wijze uit de doeken doet is daarom meer constructie dan reconstructie. Hierdoor weet de lezer niet waar de werkelijkheid ophoudt en de verbeelding begint, en wordt ook de verhouding tussen tekst en betekenis tamelijk expliciet gethematiseerd. Door al deze postmodernistische spelletjes is het boek ietwat technisch, en minder spannend dan het doorsnee verhaal over een onopgelost sterfgeval. Niettemin maken de doorwrochte structuur en de gelaagdheid (waarvan ik beslist het meeste niet eens heb meegekregen) ‘De nietsnut’ tot een boeiende novelle over het menselijk-al-te-menselijke verlangen naar zingeving.
NB: Ik heb mijn rating aangepast, omdat ik mij net realiseerde dat de kracht van dit verhaal niet het verhaal zelf is, maar de portretten die Kellendonk schildert van al zijn personages, de echtheid en menselijkheid. En dat doet hij goed.
***
Misschien is mijn probleem dat ik mening probeer te vinden waar het verhaal dat niet heeft - hoewel ik dat betwijfel, Kellendonk kennende. Het verhaal zou makkelijk een thriller kunnen zijn (of in ieder geval spannend) als het door een andere schrijver geschreven was, maar dit boek is vrij letterlijk zijn ondertitel: een vertelling. Niet zozeer saai alswel een drama zonder veel verdriet of gedoe. Ik heb in zekere zin wel van het boek genoten, maar ik denk niet dat ik er over een jaar nog eens over zal praten.