Je kunt veel van Tofik Dibi zeggen. Zeker na de mislukte leiderschapskandidatuur vonden veel mensen hem een politieke ijdeltuit zonder oog voor het partijbelang. En hoewel ze op dat moment misschien een punt hadden, is het oneerlijk om hem daarop te beoordelen. In dit boek schrijft Dibi over zijn jeugd in Vlissingen, zijn vroeg gestorven vader en het vertrek naar de grote stad Amsterdam. Ondertussen worstelt hij met het anders zijn. De Marokkaan in Zeeland, de timide Zeeuw in Amsterdam, de intellectueel tussen de kansarmen en boven dit alles: het. Homoseksualiteit wordt niet gewaardeerd in de islamitische gemeenschap en Dibi worstelt hiermee tot het einde. Hij wil namens zijn gemeenschap spreken, maar kan dat niet als hij uitkomt voor zijn geaardheid. En wat zal zijn familie er wel niet van zeggen? Hij is jarenlang clandestien zoekend naar rolmodellen die er nauwelijks zijn, telkens doodsbang dat het uitkomt. Dit vlot geschreven boek zal velen zo'n rolmodel geven. De worsteling is prima onder woorden gebracht en verdient het om door lotgenoten en geïnteresseerden gelezen te worden. Het best bestede wachtgeld in jaren.
Mooi boek. Ongelooflijk hoelang Tofik zichzelf in de tang houdt. Maar mooi om te lezen hoe hij langzaam zichzelf durft te zijn. Ben benieuwd wat voor mooie dingen hij nog gaat doen.
Vlot geschreven persoonlijk verhaal over geloof, cultuur, politiek en coming out. Interessante spiegel op hoe we ons al snel een mening over iemand vormen en nooit alle lagen waarnemen.
“Het grootste deel van mijn leven heb ik mezelf niet weerspiegeld gezien. Niet in mijn familie, niet in mijn vriendenkring, niet op school of op straat, en niet in boeken, films of series. Zelfs nu is het nog zeldzaam dat ik mezelf herken. Ik heb lang gedacht dat mensen zoals ik niet bestonden, en dat betekende dat ik niet kon bestaan.”
Wat als je niet alleen een minderheid bent in een land, maar ook weer een minderheid binnen die minderheid? Wat als je bang bent om niet geaccepteerd te worden door je eigen familie en vrienden, en je je verschuilt? En wat als je dan ook nog een bekend politicus bent, die opkomt voor minderheden? Verloochen je hiermee jezelf en de mensen voor wie je opkomt? Allemaal belangrijke vragen, waarmee oud-GroenLinks kamerlid Tofik Dibi lang geworsteld heeft. Een jaar geleden kwam hij – als moslim zijnde – uit de kast, en hij schreef aan de hand daarvan Djinn. Niet alleen om zich niet langer onzichtbaar te voelen, maar ook was het zijn ‘hartenwens dat het anderen helpt om zichzelf te kunnen zien’.
Het boek begint sterk, met een voorwoord van Dibi over waarom hij dit boek heeft geschreven (‘voor zijn broeders en zusters’) en een scene waarin hij verkracht wordt. Ja, dit boek is heftig.
Het is een dun boekje (het bevat slechts 157 pagina’s), en leest makkelijk weg. Ik merkte dat ik de vertelstem van Dibi vrij prettig vond, en ik had het boek dan ook binnen twee dagen uit. Vantevoren wist ik vrij weinig van Tofik Dibi, maar in dit boek verschaft hij ons ook een inzicht in zijn jeugd, zijn ideeën en ook de aanloop naar zijn politieke loopbaan wordt uiteraard beschreven.
‘Dacht je nou echt, Tofik, dat als je maar hard genoeg zou vechten tegen discriminatie en racisme, ze je zouden accepteren?’
Hij vertelt over zijn worsteling met de Islam, en hoe hij wanhopig op zoek ging in de Koran voor het bewijs dat hij geen monster was. Zijn innerlijke gevecht tussen aan de ene kant opkomen voor minderheden in Nederland en aan de andere kant zijn homoseksualiteit verzwijgen is enorm interessant om over te lezen, en ik begrijp nu ook beter dat hij het zolang verborgen heeft gehouden. Dit is geen sprookje waarbij iemand uit de kast komt en alles opeens ‘goed’ is, maar het omschrijft juist de innerlijke strijd in Dibi die niet zomaar overwonnen wordt.
Dat Dibi uiteindelijk uit de kast is gekomen en dit boek heeft uitgebracht is weer een stap vooruit voor hemzelf, en ik hoop dan ook van harte dat hij in die zin als voorbeeld kan dienen voor anderen.
Een in mijn ogen eerlijk, oprecht en dapper boek.
‘Ze zeggen dat monsters geen spiegelbeeld hebben, omdat een spiegel de ziel openbaart en monsters zielloze wezens zijn. Ze zeggen zoveel. Monsters worden gecreëerd als mensen zichzelf geen gezicht en stem gunnen. Spiegels kunnen niet weerkaatsen wat door zelfhaat wordt verslonden. Want dat is wat het en ze al die tijd waren, haat voor mezelf.
Ik ga het gewoon proberen, voor een spiegel staan.’
Het is natuurlijk best gek om rond je 35ste een boek over je eigen leven te schrijven. Ik vond meneer Dibi bij vlagen vervelend, naief, pedant. Die kneuzigheid is ergens ook wel fijn - niemand is perfect. Het verhaal van een homoseksuele Marokkaanse Nederlander uit Vlissingen is toch ook wel een waardevol verhaal om te vertellen. Over xenofobie, islamofobie, bange en boze mensen en groepsdenken aan alle kanten. Over zijn eigen gevecht tegen homoseksuele gevoelens als moslim en hoe 'ie daar aan de ene kant niet omheen kon, en aan de andere kant niet voor uit durfde te komen. Over de ontwikkelingen die ertoe leidden dat 'ie toch uit de kast kwam.
Al bij al niet erg goed geschreven, maar oh zo interessant. Een unieke, persoonlijke inkijk in een strijd op vele fronten: Marokko, Nederland, Politiek, Media, Geaardheid, Islam, Familie, Zelf. Eén van de metaforen die Dibi gebruikt is die van de spiegel, eentje die hij zichzelf voorhoudt. Maar dit boek kan een spiegel zijn voor ons allemaal. Iedereen kan hier iets van leren.
Ik vind het persoonlijk lastig om dit werk te beoordelen: aan de ene kant vind ik het zo goed hoe hij zich uitspreekt, hoe hij zijn worstelingen laat zien, of hoe hij probeert te worstelen met de verschillende actoren die aan hem trekken. Echter, naast de relatieve slechte manier van schrijven, creeërt het werk toch pijn in mijn hart: de slachtofferol (ik mis ontzettend zijn eigen handelen of daar een kritische reflectie: het werk lijkt te impliceren dat hij nergens invloed op heeft, dat hij nergens bij betrokken of actief in is, maar slechts lijdt aan alles), zijn demoniseren van homoseksualisteit (tot het feit dat hij het constant wegwenst en niet eens het woord durft te gebruiken), tot de onzettend slechte opbouw. Het idee van de titel vind ik ontzettend interessant, maar door zijn passiviteit en demoniseren lijkt het alsof hij zichzelf al gedoemd heeft tot een slechte demoon. Dit is jammer, zeker omdat hij in het begin hoopt dat veel jongeren hier inspiratie uit kunnen vinden, maar voor jongeren die hiermee worstelen het voornamelijk een grote klap kan zijn.
Djinn connected me to my religious background and depicted the juxtaposition of loving your religion and community with the shame that comes with being an “outsider” or sinner so well. Gave me insight into an unfamiliar culture and and how it’s similar to mine in many ways, creating a sense of connection between me and Tofik.
Een heel mooi, rauw en ontroerend boek. Je leest er snel doorheen. Je wordt als het ware meegenomen in de zoektocht en ook de struggles van Tofik gedurende zijn leven omtrent zijn geaardheid, maar ook andere onderwerpen zoals racisme komen voor. Ik raad dit boek zeker aan!
Dibi is very open about his experiences trying to find a place in society, always feeling like he's different, and about trying to balance different parts of his identity - religion and sexuality - scared of what others might think of him, scared that maybe there is no way for these parts to peacefully coexist. And of course it sheds some light onto why Dibi decided to challenge party leader Jolande Sap and what happened afterwards.
Dit boek komt authentiek en oprecht over. Het is interessant als een schildering van het leven van een homoseksuele Marokkaan die opgroeit in Nederland. Dibi laat duidelijk zien dat het taboe en de door de gemeenschap geëiste geheimhouding hem kwetsbaar maakten en ertoe bijdroegen dat hij in gevaarlijke situaties terechtkwam. Ook is het politiek gezien interessant te lezen dat een kamerlid tijdens zijn mandaat onder zware druk stond.
Interessante thematiek, een jonge Marokkaanse Nederlander worstelt met zijn identiteit. Hij is homo in een islamitische wereld en hij is moslim in het Nederland na 9/11, na de moord op van Gogh.
Niet heel goed geschreven, beetje clichématig taalgebruik, en soms wat puberaal, maar het blijft wel boeien.
Tofik Dibi is geen goede schrijver, als politicus heb ik hem nooit gevolgd. Desondanks ben ik blij dat ik zijn boek gelezen heb, een pijnlijke (innerlijke) strijd die velen voeren krijgt op deze manier een gezicht. Een minderheid zijn brengt al de nodige struggles met zich mee, maar wat miet je doen als je een minderheid binnen die minderheid bent? Enorm veel respect voor Tofik :)