Hoe lossen we de grote problemen van deze tijd op: de klimaatverandering, de groeiende ongelijkheid en de biodiversiteitscrisis? Moeten we soberder leven, met minder groei, consumptie en reizen, zoals de groene beweging wil? Of ligt de oplossing in minder overheid, minder ontwikkelingsgeld en minder wetenschap, zoals het rechts-populisme voorstaat? Niet mínder, maar méér is de enige weg, volgens de auteurs van dit uitdagende boek. Zo pleiten ze voor meer economische groei en welvaart om armoede te bestrijden en duurzame technologie mogelijk te maken, en voor meer overheidsingrijpen om individuele vrijheid te creëren. Een overvloedige, moderne wereld leidt tot meer geluk en autonomie. Als we dan ook nog in onszelf en ons vernuft durven geloven, ligt er een stralende toekomst in het verschiet.
In dit boek wordt een interessante propositie verdedigd: dat "meer" nog helemaal niet zo slecht is voor aan de ene kant de groei van de welvaart en aan de andere kant het behoud van het klimaat. Zo ben ik dankzij dit boek overtuigd geraakt van de visie dat boeren en ecologen veel meer de samenwerking moeten opzoeken omdat zij meer gezamenlijke belangen hebben dan ik dacht. Toch wist dit boek niet mij van de filosofie van het ecomodernisme te overtuigen. De inhoudelijke kwaliteit van de hoofdstukken verschilt sterk: sommige hoofdstukken zijn vooral opinie en bevatten te weinig wetenschappelijke onderbouwing of weerleggen geen tegenargumenten. Behalve de gedachte dat er juist "meer" van een bepaald iets moest komen, en een geloof in technologie en wetenschap dat net zo "extreem" genoemd zou kunnen worden als de klimaatactivisten of conservatieven die in bijna ieder hoofdstuk bekritiseerd worden - wellicht terecht - ontbrak voor mij de overkoepelende grondslag. Sommige hoofdstukken spreken elkaar direct tegen, andere hoofdstukken refereren echter wel aan elkaar. Wellicht was het niet de insteek van dit boek om een waterdicht vloeiend verhaal te leveren, maar voornamelijk om te prikkelen. Dat laatste is zeker gelukt en daarom vond ik dit boek ook geen onplezierige leeservaring. Dat is ook te wijten aan de schrijfstijl van de auteurs, veelal schrijver of opiniemaker van dit beroep, die hun visie in niet al te veel pagina's - de hoofdstukken zijn kort - willen vertegenwoordigen. Jammer genoeg komt de inhoudelijke overtuigingskracht daardoor soms op de tweede plaats.
Techno-optimistisch boek in de geest van Hans Rosling, Matt Ridley en Steven Pinker. Onderbouwd met feiten en bronnen. Wel wat variatie in kwaliteit hoofdstukken. Goed rationeel tegengif tegen onderbuikpessimisme.
Citaten: De waarheid is dat mensen de natuur altijd en overal naar hun hand hebben gezet. Alleen zijn ze er sinds de moderne tijd veel slimmer en doortastender in geworden, met een explosieve bevolkingsgroei tot gevolg.
de US Geological Survey. Deze dienst volgt het gebruik van maar liefst 72 grondstoffen, van hout tot zand, papier en glas. Geen willekeurige selectie, maar een overzicht van de meest onmisbare grondstoffen voor onze samenleving. Van deze 72 zijn er slechts 6 waarvan het verbruik niet afneemt. Het gaat om diatomeeënaarde (een grondstof van onder andere beton) en industrieel graniet, en schaarse grondstoffen zoals edelstenen, zout, zilver en goud. De uitdaging aan ons is om ook dit zestal de ‘post-peak’-hobbel te laten nemen.
Consumeren staat symbool voor een bevolking die zich verheft uit de armoede. Maak daar gebruik van. Wie zich verzekerd weet van een dak boven zijn hoofd en voldoende voedsel, niet alleen vandaag maar ook morgen, gaat zich bekommeren om zijn omgeving.
De Deense ontwikkelingseconoom Finn Tarp raapt al jarenlang alle onderzoek naar de effectiviteit van hulp bij elkaar.
arme en opkomende landen raken pas geïnteresseerd in klimaat en milieu wanneer zij er de mentale en financiële ruimte voor hebben.
Dat principe staat bekend als ‘unconditional cash transfer’, oftewel: poen zonder voorwaarden en zonder afspraken. Het klinkt bedrieglijk eenvoudig, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het echt werkt. Geef arme mensen geld, en ze sturen hun kinderen naar school, beginnen een eigen zaakje, investeren in de toekomst. Slechts een kleine minderheid gaat het geld verbrassen.
Of met een andere term worden aangeduid. Zo klinkt vitamine C toch heel wat minder ‘chemisch’ dan ascorbinezuur en roept het minder negatieve associaties op dan E300.
Uit een uitgebreide analyse van twee Australische wetenschappers in 126 landen bleek dat een groeiend aantal bezoekers de kans verlaagde dat het land het jaar daarop in een conflict verzeild raakte.6 Dat werd veroorzaakt door wederzijds begrip, maar vooral ook doordat de economie door het toerisme aantrok en er werkgelegenheid werd gecreëerd. Omdat er veel vrouwen werken in deze sector, stimuleert het bovendien gendergelijkheid. Toerisme versterkt voorts ook nog de internationale relaties en stimuleert de democratisering van de samenleving, ontdekten de Aussies. Al deze factoren verminderen ontevredenheid, en dat brengt een vredige wereld dichterbij. Becken, S. en F. Carmignani (2016), ‘Does Tourism Lead to Peace’, Annals of Tourism Research 61, pp. 63-79.
Het Ecomodernisme is de boei waar 'Meer: Hoe overvloed de wereld juist duurzamer en welvarender maakt' op drijft. Dat is niet vreemd, gezien het feit dat de drie B's (Boersma, Bodelier en Boudry) zich ook zo min-of-meer omschrijven. Het is de heren dan ook gelukt om een boek neer te zetten met een volledig andere zienswijze op hedendaagse vraagstukken. Echter, overtuigen doet het boek niet.
Het boek is in de eerste plaats onevenwichtig. Uitstekende artikelen zoals 'Meer intensivering' van Joost van Kasteren en 'Meer bettuteling' van Hidde Boersma en Paul Teule worden afgewisseld met een reeks van matige essays. Zo is 'Meer Liefdadigheid' van Boudry weinig meer dan een samenvatting van een ander boek (Doing Good Better van William Macaskill). Dieptepunt is 'Meer toerisme' van dezelfde Hidde Boersma, een essay met veel ontbrekende bronvermeldingen, een incoherente boodschap en een onbevredigende antwoord op de kritiek tegen vliegreizen. Het aanwijzen van de tekortkomingen van de milieubewegingen (die vaker als scapegoat worden gebruikt) is ontoereikend. If the opposition is wrong, it doesn't mean you're right.
De artikelen zijn over het algemeen wel goed geschreven en dat maakt het ook een fijne leeservaring. Dat is op zich logisch: de schrijvers zijn stuk voor stuk journalisten en opiniemakers. Dit heeft ook een nadeel: de essays zijn geen analyses, maar opiniestukken. Er is een duidelijke mening/standpunt en deze wordt verdedigd. Deze essays kunnen overtuigend zijn, maar door de gekozen format en wijze van schrijven zijn ze niet doorslaggeven. Waarom de drie B's alleen mediapersoonlijkheden en journalisten hebben gevraagd en wetenschappers zoals economen, (bio-)ingenieurs of 'Wageningers' hebben overgeslagen is mij een raadsel.
Over het algemeen kan ik het boek aanraden, zeker voor degenen die niet bekend zijn met het Ecomodernisme. Voor degenen die al wel ermee bekend zijn er betere alternatieven op de markt.
Confronterend boek. Hoe kan méér nu beter zijn? Na dit boek gelezen te hebben ben ik toch een beetje van gedacht veranderd.
Door technologische vooruitgang kunnen we de voedselproductie vergroten, minder pesticiden gebruiken, en hebben we minder landbouwgrond nodig.
Dus in plaats van halsstarrig vast te houden aan het 'voorzorgsprincipe', kunnen we misschien wel kijken wat de eventuele voordelen zijn van genmanipulatie en andere innovaties.
Verder gaat het nog over welke rol de overheid kan spelen (een goede!) i.v.m. onze gezondheid. Over het belang van vrijheid en welvaart. Want wanneer gaan mensen zich bekommeren om het milieu? Als al de rest in orde is.
Elke beleidsmaker zou dit boek moeten lezen. Wie geïnteresseerd is in de maatschappij, de milieubeweging en vooruitgang, moet dit boek ook zeker lezen.
3,5: prettig tegengas en voor mij een nieuwe kijk op duurzaam. Hoe de groene beweging conservatisme aanhangt in plaats van progressiviteit die het pleit te zijn. Laatste hoofdstuk wat kort door de bocht over positieve vrijheid, geen oog voor de gevaren daarvan. Bronnen iet wat matig. Desondanks eye opener