Een kibboets nabij de Israëlisch-Libanese grens, 1982. Bij een raketaanval redt een vreemdeling het leven van de jonge Duitse arts Robert Landauer. Dat moment bepaalt onverwachts hun beider toekomst. Meer dan dertig jaar later ontmoeten de mannen elkaar opnieuw in Berlijn en zijn redder van toen vraagt Landauer om een gunst: hij moet hem helpen een vrouw te vinden wier sporen in Beiroet verloren zijn gegaan tijdens de oorlog in Libanon. Landauer vertrekt en zijn reis naar het Midden-Oosten wordt een reis naar zijn eigen verleden.
Een oude schuld, een verloren liefde en een verscheurd land. Het licht van die dagen is een spannende, intrigerende roman over hoe het verleden ons tekent.
Spannende Geschichte vor sehr komplizierten historischen Hintergrund der nach wie vor die Tagespolitik beherrscht. Man merkt, dass die Darlegung der Gemengelage im Nahen Osten und dessen eigentlich globale Auswirkung das grosse Anliegen des Autirs ist. Die Handlung ist spannend und bleibt es auch, insgesamt ist mir die Geschichte zu überfrachtet mit versteckten Statements und sprachlich an vielen Stellen etwas zu ausufernd. Aber die 350 Seiten sind flott gelesen und erhellen eine komplizierte politische Situation.
Motto: ‘Hello darkness, my old friend I’ve come to talk with you again’
Simon & Garfunkel
‘Daar lag ze, de stad, okerkleurig, ondoordringbaar. Rijen huizen onder een melkachtig waas. Een boulevard langs zee, omzoomd door palmen. Op een verhoging boven het water een reuzenrad. In de heuvels erachter flikkerende, blauwe zwembaden, als morsetekens die de vroege ochtend verkondigden. Boven het zuiden van de stad zette het vliegtuig de landing in.’ (2020: 11)
Robert Landauer, arts en farmacoloog, landt in augustus 2015 in Beiroet, Libanon. Op de taxistandplaats voor het vliegveld ontmoet hij de Nederlandse Mila, journaliste bij de Volkskrant. In deze roman gaan zij samen de komende avonturen tegemoet.
Auteur Abarbanell houdt de lezer lang in het ongewisse van wat er nu eigenlijk aan de hand is met Robert Landauer en wat hij in deze roman komt doen. Robert neemt ons mee naar Hamburg, Berlijn, Beiroet, Sabra en Shatila, een kibboets in het Noorden van Israël, Caesarea, Tel Aviv, Philadelphia USA, Parijs. En wie is die terughoudende man en hoe komt hij zo? In steeds wisselende perioden en op steeds verschillende plaatsen onder de constante begeleiding van het zalvend gezang van Paul Simons Soud of Silence - ja, het wordt duidelijk waar die obsessie met de Sound of Silence vandaan komt - wordt de puzzel Robert Landauer tot het laatste stukje gelegd.
Nu moet ik een beetje op mijn woorden gaan passen, anders leg ik alvast te veel puzzelstukjes aan elkaar. Centraal staan de gruwelijke gebeurtenissen in Sabra en Shatila in september 1982, door het Israëlische leger en door Libanese christen-falangisten op Palestijnse vluchtelingen en Libanese sjiieten. Een zwarte bladzijde - een van de vele natuurlijk - in de geschiedenis van de oorlogen uit de huidige tijd in het Midden-Oosten. Ingewikkelde politieke situaties met veel deelnemers en schimmige machtspolitiek. Oorlog alleen kan geen onderwerp zijn voor een roman, al wil Tolstoj met een titel als Oorlog en vrede ons iets anders doen geloven. Er moet vanzelfsprekend een individueel menselijk drama mee gemoeid zijn om een roman wat sjeu te geven, en het liefst iets dat met liefde te maken heeft. En zo gebeurt het dan ook.
Robert Landauer krijgt bij toeval - veel gebeurt toch bij toeval in deze roman - te maken met een terminale longkankerpatiënt, een Libanees-islamitische zakenman, die op zoek is naar zijn grote liefde, die misschien in 1982 in Shatila is omgekomen. Of Robert zo aardig wil zijn hier en daar navraag te doen of dat werkelijk zo is; de Libanees heeft het gevoel dat zij nog leeft.
Landauer zelf worstelt met zijn verleden, op persoonlijk gebied, qua vrouw en dochter, en op het gebied van zijn carrière als farmacoloog. Het wordt geloof ik pas op het laatst duidelijk waarin hij wel of niet tekortgeschoten is toen hij medicijnonderzoek deed in Philadelphia. In ieder geval is hij daarin wel chantabel.
Dat hij zelf in september 1982 in die Israëlische kibboets aan de noordgrens met Libanon was, heeft te maken met de zoektocht naar zijn joodse roots. Zijn opa was joods en Robert voelt dat hij daar iets mee moet. Op deze wijze krijgen de drie grote wereldgodsdiensten - of beter kan ik zeggen: de drie grote godsdiensten met hun wortels in het Midden-Oosten - een innige verknooptheid. Het is alsof de auteur ons heel vet voorhoudt: mensen van verschillende godsdiensten respecteren elkaar, voelen vriendschap voor elkaar, en nu, last but not least de grote bazen nog. Zo lees ik het tenminste. Een oproep tot vrede en verzoening, want we zijn allemaal mensen, we zijn afhankelijk van elkaar, we voelen liefde voor elkaar, we helpen elkaar!
Roberts geestestoestand is er een van grote verwarring; tenminste de auteur neemt de lezer mee in een draaikolk van gebeurtenissen waarin geen rode-draad-van-Ariadne meegegeven wordt. Ik tastte voortdurend in het duister. Wat gebeurt er nu? En dat ‘nu’ wanneer is dat dan en waar en met wie? De auteur geeft in kopjes aan waar Robert zich wanneer bevindt, bijvoorbeeld Beiroet 2015; of Parijs september 2015. Binnen die gebeurtenissen-in-het-nu reist Roberts woelige geest op en neer naar verleden, naar andere periodes in dat verleden en heden, back and forth. Met de queeste naar het meisje is de zoektocht naar de eigen identiteit ook in volle gang. De ene auteur is meer bedreven in het uit elkaar houden van verschillende tijdspannes dan de ander en wat daar gebeurt en waarom dan wel, wat is om met Zomergast Typhoon te spreken: de urgentie? Ik had in deze roman veel moeite om daarachter te komen. Op het achterplat las ik een aanbeveling: Pageturner! Dat geldt echt niet voor mij.
Een geweldig initiatief om een zo’n politiek beladen onderwerp uit de recente geschiedenis van zo’n beladen deel van de wereld - het Midden-Oosten - tot onderwerp van een roman te maken: niets dan lof. Maar de auteur weet handreikingen en verhaalverloop niet zo heel soepel tevoorschijn te toveren uit zijn hoge hoed. Veel is overgelaten aan het toeval. Veel begreep ik niet op de plek waar dat wel had gemoeten. Dan hoopte ik dat ik in het verloop van het verhaal toch nog op enig ogenblik zou begrijpen hoe de vork in de steel zou steken en of ik op het verkeerde been was gezet. Dat laatste was toch niet heel vaak het geval. Dat vind ik over het algemeen wel leuk, dat de auteur mij op het verkeerde spoor heeft gezet. Het einde van deze roman is ook schimmig en waarschijnlijk überromantisch maar zeker weet ik dat niet, want de auteursaanwijzingen lijken niet voor mij geschreven. Ik sluit niet uit dat ik in dezen geen goede lezer ben en dat het gewoon aan mij ligt.
Over de auteur:
Stephan Abarbanell (1957) studeerde evangelische theologie en algemene retoriek in Hamburg, Tübingen en Berkeley. Tegenwoordig is hij Chef Cultuur bij het radiostation RBB. Zijn debuutroman Morgenland verscheen in 2016 en won de WIZO Literatuurprijs. Het licht van die dagen is zijn tweede roman.
Bibliografie:
Titel: Het licht van die dagen Auteur: Stephan Abarbanell Uitgever: Signatuur Vertaler: Marcel Misset Jaar van uitgave: 2019 (Duits) / 2020 (Nederlands) Pagina’s: 348 ISBN: 97 89056 72665 2
Romancier Stephan Abarbanell, der hauptberuflich Kulturchef beim RBB ist, hat mit ‚Das Licht jener Tage‘ bereits seinen zweiten Roman vorgelegt. Wer den Hintergrund des Autors ein wenig kennt, wundert sich nicht über den Themenkomplex seines zweiten Romans. Sofort fällt auf, dass der Protagonist im Roman, Robert Landauer, ähnlich alt ist und mit dem Autor selbst einige Lebenseckpunkte verbindet und dabei besonders den Nahe Osten. Sprich hier sind viele eigene Erfahrungen eingeflossen. Aber nun mal ein paar Worte zum Roman, den ich mit Begeisterung gelesen habe. Robert Landauer, Arzt, hilft in Berlin einer jungen Muslimin, die einen leichten Hitzeschock im Auto erlitt. Wie der Zufall es will ist der Vater der jungen Frau ein Altbekannter von Landauer und so kommen nicht nur Erinnerungen an alte Zeiten hoch auch löst der ehemalige Weggefährte einen Gefallen ein. Sein ehemaliger Retter benötigt seine Hilfe und wir reisen gedanklich mit ihm in den Nahen Osten. Der Roman hat exakt 350 Seiten und davon ist aus meiner Sicht keine zu viel und keine zu wenig. Er schreibt auf den Punkt genau, konzentriert, aber wirkungsvoll und spannungsgeladen. Stephan Abarbanell hat den Roman zuerst strategisch durchgeplottet, dadurch ist der gut durchdacht. Mir gefällt diese klare Sprache und das durchkomponierte wie ein erdachtes Schachspiel. Äußerst gut. Mir fiel beim Lesen dieses Romans ein anderer wieder ein: der Roman ‚Schwarzer September‘, der auch den Nahen Osten im Fokus hat und uns mit in die Vergangenheit nimmt. Allerdings ist er strukturell komplett anders und aus meiner Sicht sehr viel wirrer daher kommt. Sprich, wer einen Roman sucht mit Kontext „Naher Osten“ sollte lieber zu ‚Das Licht jener Tage‘ greifen. Spannend ist auch,dass Abarbanell evangelische Theologie studierte, obwohl er gerne jüdische Theologie studiert hätte. Er lernte dafür auch Alt-Hebräisch gelernt, das moderne Hebräisch spricht er hingegen nicht! Man sieht der Autor hat sich viel mit der Gegen auseinandergesetzt und ist ein Nahost-Kenner. So was tut auch fiktionalen Geschichten gut, die uns den Horizont erweitern. Insgesamt gelungen!
Motto: ‘Hello darkness, my old friend I’ve come to talk with you again’
Simon & Garfunkel
‘Daar lag ze, de stad, okerkleurig, ondoordringbaar. Rijen huizen onder een melkachtig waas. Een boulevard langs zee, omzoomd door palmen. Op een verhoging boven het water een reuzenrad. In de heuvels erachter flikkerende, blauwe zwembaden, als morsetekens die de vroege ochtend verkondigden. Boven het zuiden van de stad zette het vliegtuig de landing in.’ (2020: 11)
Robert Landauer, arts en farmacoloog, landt in augustus 2015 in Beiroet, Libanon. Op de taxistandplaats voor het vliegveld ontmoet hij de Nederlandse Mila, journaliste bij de Volkskrant. In deze roman gaan zij samen de komende avonturen tegemoet.
Auteur Abarbanell houdt de lezer lang in het ongewisse van wat er nu eigenlijk aan de hand is met Robert Landauer en wat hij in deze roman komt doen. Robert neemt ons mee naar Hamburg, Berlijn, Beiroet, Sabra en Shatila, een kibboets in het Noorden van Israël, Caesarea, Tel Aviv, Philadelphia USA, Parijs. En wie is die terughoudende man en hoe komt hij zo? In steeds wisselende perioden en op steeds verschillende plaatsen onder de constante begeleiding van het zalvend gezang van Paul Simons Soud of Silence - ja, het wordt duidelijk waar die obsessie met de Sound of Silence vandaan komt - wordt de puzzel Robert Landauer tot het laatste stukje gelegd.
Nu moet ik een beetje op mijn woorden gaan passen, anders leg ik alvast te veel puzzelstukjes aan elkaar. Centraal staan de gruwelijke gebeurtenissen in Sabra en Shatila in september 1982, door het Israëlische leger en door Libanese christen-falangisten op Palestijnse vluchtelingen en Libanese sjiieten. Een zwarte bladzijde - een van de vele natuurlijk - in de geschiedenis van de oorlogen uit de huidige tijd in het Midden-Oosten. Ingewikkelde politieke situaties met veel deelnemers en schimmige machtspolitiek. Oorlog alleen kan geen onderwerp zijn voor een roman, al wil Tolstoj met een titel als Oorlog en vrede ons iets anders doen geloven. Er moet vanzelfsprekend een individueel menselijk drama mee gemoeid zijn om een roman wat sjeu te geven, en het liefst iets dat met liefde te maken heeft. En zo gebeurt het dan ook.
Robert Landauer krijgt bij toeval - veel gebeurt toch bij toeval in deze roman - te maken met een terminale longkankerpatiënt, een Libanees-islamitische zakenman, die op zoek is naar zijn grote liefde, die misschien in 1982 in Shatila is omgekomen. Of Robert zo aardig wil zijn hier en daar navraag te doen of dat werkelijk zo is; de Libanees heeft het gevoel dat zij nog leeft.
Landauer zelf worstelt met zijn verleden, op persoonlijk gebied, qua vrouw en dochter, en op het gebied van zijn carrière als farmacoloog. Het wordt geloof ik pas op het laatst duidelijk waarin hij wel of niet tekortgeschoten is toen hij medicijnonderzoek deed in Philadelphia. In ieder geval is hij daarin wel chantabel.
Dat hij zelf in september 1982 in die Israëlische kibboets aan de noordgrens met Libanon was, heeft te maken met de zoektocht naar zijn joodse roots. Zijn opa was joods en Robert voelt dat hij daar iets mee moet. Op deze wijze krijgen de drie grote wereldgodsdiensten - of beter kan ik zeggen: de drie grote godsdiensten met hun wortels in het Midden-Oosten - een innige verknooptheid. Het is alsof de auteur ons heel vet voorhoudt: mensen van verschillende godsdiensten respecteren elkaar, voelen vriendschap voor elkaar, en nu, last but not least de grote bazen nog. Zo lees ik het tenminste. Een oproep tot vrede en verzoening, want we zijn allemaal mensen, we zijn afhankelijk van elkaar, we voelen liefde voor elkaar, we helpen elkaar!
Roberts geestestoestand is er een van grote verwarring; tenminste de auteur neemt de lezer mee in een draaikolk van gebeurtenissen waarin geen rode-draad-van-Ariadne meegegeven wordt. Ik tastte voortdurend in het duister. Wat gebeurt er nu? En dat ‘nu’ wanneer is dat dan en waar en met wie? De auteur geeft in kopjes aan waar Robert zich wanneer bevindt, bijvoorbeeld Beiroet 2015; of Parijs september 2015. Binnen die gebeurtenissen-in-het-nu reist Roberts woelige geest op en neer naar verleden, naar andere periodes in dat verleden en heden, back and forth. Met de queeste naar het meisje is de zoektocht naar de eigen identiteit ook in volle gang. De ene auteur is meer bedreven in het uit elkaar houden van verschillende tijdspannes dan de ander en wat daar gebeurt en waarom dan wel, wat is om met Zomergast Typhoon te spreken: de urgentie? Ik had in deze roman veel moeite om daarachter te komen. Op het achterplat las ik een aanbeveling: Pageturner! Dat geldt echt niet voor mij.
Een geweldig initiatief om een zo’n politiek beladen onderwerp uit de recente geschiedenis van zo’n beladen deel van de wereld - het Midden-Oosten - tot onderwerp van een roman te maken: niets dan lof. Maar de auteur weet handreikingen en verhaalverloop niet zo heel soepel tevoorschijn te toveren uit zijn hoge hoed. Veel is overgelaten aan het toeval. Veel begreep ik niet op de plek waar dat wel had gemoeten. Dan hoopte ik dat ik in het verloop van het verhaal toch nog op enig ogenblik zou begrijpen hoe de vork in de steel zou steken en of ik op het verkeerde been was gezet. Dat laatste was toch niet heel vaak het geval. Dat vind ik over het algemeen wel leuk, dat de auteur mij op het verkeerde spoor heeft gezet. Het einde van deze roman is ook schimmig en waarschijnlijk überromantisch maar zeker weet ik dat niet, want de auteursaanwijzingen lijken niet voor mij geschreven. Ik sluit niet uit dat ik in dezen geen goede lezer ben en dat het gewoon aan mij ligt.
Over de auteur:
Stephan Abarbanell (1957) studeerde evangelische theologie en algemene retoriek in Hamburg, Tübingen en Berkeley. Tegenwoordig is hij Chef Cultuur bij het radiostation RBB. Zijn debuutroman Morgenland verscheen in 2016 en won de WIZO Literatuurprijs. Het licht van die dagen is zijn tweede roman.
Bibliografie:
Titel: Het licht van die dagen Auteur: Stephan Abarbanell Uitgever: Signatuur Vertaler: Marcel Misset Jaar van uitgave: 2019 (Duits) / 2020 (Nederlands) Pagina’s: 348 ISBN: 97 89056 72665 2
Het ene moment ben je in Berlijn, in het jaar 2015, dan weer in Libanon of Israël, begin jaren 80 c.q. 2015. Er worden veel historische feiten aangedragen en soms was het lastig voor mij om de gebeurtenissen goed te kunnen plaatsen. Toch werd ik gegrepen door het fictieve verhaal en werd ik steeds benieuwder waarnaar de gebeurtenissen uiteindelijk zouden leiden. In grote lijnen wist ik wel iets over Libanon begin jaren 80, maar de schrijver ging hier toch diep op in. Een fijn boek voor iemand die geïnteresseerd is in een verhaal geschreven binnen een historische context en geschreven door iemand die er duidelijk veel onderzoek naar heeft gedaan.