Wat als je aan het einde van je leven beseft dat je slechts één jaar echt gelukkig bent geweest? Topdiplomaat Bernhard Wekman kijkt tijdens een nacht in New York terug op de jaren tachtig, toen hij kennismaakte met een groepje Haarlemse idealisten. Ze noemden zichzelf de Saamhorigheidsgroep, waren lid van de PPR of de PSP en doneerden 10 procent van hun inkomen aan projecten in de derde wereld. Ze volksdansten, knutselden en genoten van de natuur. Op geen enkele manier paste hij ertussen. Toch deed Bernhard alsof de idealen van de Saamhorigheidsgroep ook de zijne waren.
In De Saamhorigheidsgroep schrijft Merijn de Boer afwisselend satirisch en meeslepend over een groepje mensen dat de wereld wil verbeteren en over één man, die het allemaal niets kan schelen maar voor het eerst in zijn leven verliefd wordt, in een roman die zich afspeelt in New York, Haarlem en Jeruzalem.
2,5. Echt een beetje klaar met boeken over welvarende mannen en hun melancholische probleempjes en hun projecties van vrouwen. 't Las wel als een trein.
2.5*. Ik had hier hoge verwachtingen van. Die zijn niet waargemaakt. De hoofdgedachte van dit boek lijkt me dat idealisten in hun persoonlijke leven minder goed zijn dan ze denken, en dat de mensen die een beetje op die idealisten neerkijken zelf evengoed niet gelukkig zijn. Die maatschappelijke kritiek wordt vooral expliciet geuit op een ironische toon. Het begon me al snel te vervelen, met name omdat alles zo ontzettend vaak herhaald wordt. Er wordt echt tot tientallen keren aan toe benadrukt dat de Saamhorigheidsgroep eigenlijk niet zo saamhorig is, maar in plaats van dat je dat ziet in de handelingen, krijg je het op een jolig gotcha-toontje voorgeschoteld ("you claim to hate society, yet you participate in it"). De sociale dynamiek tussen de leden wordt beperkt uitgewerkt, in plaats daarvan heb je een selectie aan hyperbolische, Koefnoen-achtige typetjes, waar je als lezer eigenlijk weinig mee kunt. Hoewel het allemaal karikaturen zijn, vond ik de beschrijving van vrouwelijke personages extra hinderlijk. Een groot deel van dit boek leunt op de moeilijkheden van "ontmande mannen", en de vrouwen fungeren eigenlijk alleen als middel tot emotionele castratie of als lustopwekker en hebben zelf weinig te zeggen of doen. Ironisch bedoeld of niet, ik ga me daar op een punt aan ergeren. Het leest op zich prima weg, en af en toe zat er echt iets moois in (de passage waarin de stugge radicaal Bronno aan zijn schuilkelder werkt ontroerde me, evenals sommige scènes tussen Douwe en Laurens) maar het bleef echt bij vlagen. Volgens mij had een boek met dit onderwerp veel mooier kunnen zijn.
Twee keer in mijn leven heb ik een boek gewonnen. De eerste keer was ik elf. Voor een schoolwedstrijd moesten we een verhaal afmaken waar al een beginnetje voor was gemaakt. Alles mocht, alles was toegestaan. Ik maakte er een soort science fiction verhaal van, iets met boosaardige graafmachines geloof ik. Tijdens de prijsuitreiking, ergens in een grote sporthal, werd ik ineens naar voren geroepen als winnaar in de categorie science fiction. Als prijs mocht ik een boek uitkiezen. Het werd De Griezelbus 4 van Paul van Loon, dat weet ik nog goed. Volgens mij las ik toen al amper meer – tussen mijn elfde en vijftiende heb ik nauwelijks een boek aangeraakt, behalve strips – maar die serie van Paul van Loon liep ik nog wel warm voor. Ik zou eens moeten kijken of ik dat verhaal van die graafmachines nog ergens terug kan vinden.
De tweede keer was een paar weken geleden, toen ik warempel de Haarlemse Literatuurquiz won. Een gewone quiz zal ik niet gauw winnen, maar bij een literatuurquiz heb je aan een boekennerd zoals ik een goeie. Kun je je doorgaans vrij nutteloze boekenkennis eindelijk ten volle inzetten! Dit keer kon ik niet naar voren worden geroepen, aangezien we met z’n allen op Zoom zaten, maar ik mocht wel weer een boek uitkiezen als prijs. De keuze bestond uit Merijn de Boer met De Saamhorigheidsgroep, L.H. Wiener met Zeeangst of Bertram Koeleman met Het dreigbed. Alle drie Haarlemse schrijvers, wel zo toepasselijk natuurlijk. Zeeangst had ik afgelopen zomer al gelezen (met veel plezier trouwens), Bertram Koeleman wil ik ook graag een keer iets van lezen, maar het werd Merijn de Boer, een schrijver waar ik al langer benieuwd naar was. In zijn brievenboek Fallen Leaves wisselt L.H. Wiener een paar brieven uit met De Boer, wiens leraar Engels hij ooit geweest is aan het Stedelijk Gymnasium in Haarlem. Hink-stap-sprong, zo kom je van de ene schrijver bij de andere uit.
Net als Zeeangst las ik De Saamhorigheidsgroep met veel plezier. Waar Wiener het ruime sop kiest voor een zeilreis langs de zuidkust van Engeland, blijft De Boer in het grootste deel van zijn boek dichter bij huis, in Haarlem en omstreken. De Saamhorigheidsgroep gaat over een groep idealisten uit Haarlem aan het begin van de jaren ’80. Ze doneren 10 procent van hun inkomen aan projecten in de derde wereld en geloven er heilig in dat ze het juiste doen. Hoofdpersoon Bernhard is diplomaat en meer een VVD-type. Toch wordt hij ook lid van de Saamhorigheidsgroep, zoals de vriendengroep zich noemt. Niet uit idealistische overwegingen, maar omdat hij spontaan verliefd is geworden op een van de vrouwelijke leden, Liza. Tegen zijn verwachting in blijkt het best een gezellig en sociaal clubje mensen te zijn. Jaren later kijkt Bernhard terug op deze tijd. Hij is inmiddels topdiplomaat en spreekt zijn voormalige vrienden uit Haarlem allang niet meer. Wat is er van ze geworden? Zijn keuze voor een flitsende carrière in dienst van Buitenlandse Zaken was toch veel beter dan dat enigszins naïeve idealisme van de anderen?
Merijn de Boer stipt in dit prettig leesbare boek een aantal van dit soort zaken aan. Kies je voor eigen geluk of voor dat van anderen, ook al wonen die aan de andere kant van de wereld en heb je die mensen nog nooit gezien? Hoe ver wil je gaan voor je idealen? Via de oudere Bernhard, die een wat gezapige, uitgebluste indruk achterlaat, krijg je een weemoedig gevoel. Hij realiseert zich dat hij later nooit meer zo gelukkig is geweest als toen. Ik las ergens dat De Boer vergeleken werd met F. Springer. Weemoed, terugkijken, in combinatie met een mooie, heldere, soms wat plechtige stijl en zelfs een diplomaat als hoofdpersoon, ik snap die vergelijking wel. Springer is een schrijver waar ik altijd erg van geniet, dus dat beschouw ik als een goed teken.
Tegelijkertijd weet De Boer er ook de nodige droge humor in te verwerken, waardoor het allemaal niet te zwaar wordt. Zeker het Haarlemse stuk leest als een trein. Je wilt simpelweg graag meer weten over deze gekke, grappige, licht wereldvreemde hippies. Ook het herkenbare Haarlemse decor helpt daarbij. Ik woon nu ruim vier jaar in Haarlem, dus dan is het erg leuk als je allerlei plekken in en om de stad weet te herkennen. Daar werk ik vlakbij! Daar fiets ik altijd langs! Het levert een fijn boek op, waarin De Boer een mooi tijdsbeeld schetst en waarin hij een zeer geslaagde mix van humor en weemoed heeft weten te leggen. Dit voelt als een schrijver waar ik meer van ga lezen.
Lees meer besprekingen op mijn boekblog Jacob de Zoet
Grappig verhaal over een linkse groep activisten die tot in het absurde hun idealen hoog proberen te houden. De hoofdpersoon heeft zich nooit kunnen identificeren met deze idealen, maar neemt slechts deel vanwege een verliefdheid op een van de (getrouwde) vrouwelijke leden. Vermakelijk.
‘Uit!’ riep ik vrolijk in de appgroep van lezende dames. Team Tonio, want zo leerden we elkaar kennen. We lazen Tonio van A.F.Th. van der Heijden. ‘En? Een mwa?’ vraagt Kris. ‘Ja. Een wat-moet-ik-hier-nu-weer-mee-boek.’ Want dat is hoe De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer me achter heeft gelaten. Niet verward, niet geschokt, niet blij, niet ongelukkig. Niets eigenlijk.
Waar gaat De Saamhorigheidsgroep dan over? We ontmoeten hoofdpersoon Bernhard in 2018. Op dat moment woont hij in New York en werkt hij voor de Verenigde Naties. Een oude kennis uit Nederland, Bronno, komt hem opzoeken. Vroeger maakten ze samen deel uit van de Saamhorigheidsgroep. Bronno is helemaal naar New York gekomen, omdat hij dacht dat Bernhard als medewerker van de Verenigde Naties wel wat voor Tibet zou kunnen betekenen. Want dat is wat de Saamhorigheidsgroep doet. Zich inzetten voor anderen, voor mensen in nood. Toen Bernhard in 1983 Nederland verliet, hield de Saamhorigheidsgroep helemaal niet op te bestaan. De groep blijkt nog springlevend. Bronno is het bewijs. Dan keren we terug naar 1982. Het moment waarop Bernhard aan de groep wordt voorgesteld door zijn vriend Felix, die al een hele poos lid is van de Saamhorigheidsgroep. Andere leden zijn onder anderen Laurens, Renate, Wiebe, Hester, Ralf, Tristan en Liza. O, Liza. Liza met de bijzondere stem. Die stem waar Bernhard helemaal opgewonden van wordt. Dat is denk ik het eerste moment waarop ik dacht. Waar gaat dit heen? Wat is het doel van dit boek? Heeft dit boek eigenlijk wel een doel? De leden van de Saamhorigheidsgroep lijken knotsgek. Soms maken ze me aan het lachen, maar meestal zit ik met een gevoel van plaatsvervangende schaamte te lezen. Zomaar naakt dansen in het bos? Met mensen die je amper kent? Misschien ben ik dan wel preuts… Hoe gaat het dan verder? Ja, dat kan ik je wel gaan vertellen, maar eigenlijk maakt dat helemaal niets uit. Bernhard vertrekt na een onstuimige liefdesrelatie met Liza naar Jeruzalem. Hij is erg goed in het ontwijken van dingen waar hij geen behoefte aan heeft. Wel handig dat hij werk heeft waarbij hij de hele wereld over reist. Gelukkig hoef je nergens een bestaan op te bouwen, Bernhard! Wat er tussendoor gebeurt lijkt eigenlijk weinig te betekenen. Het lijkt in elk geval van weinig invloed op alle personages. Behalve dan Liza en haar affaire met Bernhard. Bernhard blijft maar naar haar smachten. Haar man Tristan raakt helemaal van het padje erdoor. Dus ik denk dat die relatie dus de essentie van het boek is. Maar waarom wij als lezers daar deelgenoot van worden? Ik weet het niet.
Goed, dan laten we de inhoud van het boek even los. Hoe was de stijl? Het boek is luchtig geschreven. Soms wat ouderwets aandoend, maar dat klopt wel bij de periode waarin het zich afspeelt, de jaren 80. De latere stukken uit 2018 en 2019 doen ook ouderwets aan, daar niet van, maar dan stel ik mij zo voor dat de personages ouder zijn geworden en in hun eigen tijdscapsule zijn blijven hangen. Ze maken dan ook wat mij betreft niet bijzonder veel ontwikkeling door. De korte hoofdstukken maakten De Saamhorigheidsgroep tot een toegankelijk boek. Daarnaast zorgde de nominatie voor de Libris Literatuur Prijs dat ik door las. Ik moest en zou weten wat de jury van de prijs in dit boek zag, om het van de longlist op de shortlist te zetten. Nou moet ik zeggen dat ik dat dus nog niet zo goed weet. Misschien zit het in de ongemakkelijkheid van het boek. Zoals ik al schreef, las ik het boek vaak met plaatsvervangende schaamte. Misschien is dat wel het doel van de auteur geweest? De lezer tot nadenken aanzetten over een groep bijzondere mensen. Wat mag je accepteren van anderen? Waar trek je een grens? Wat is geoorloofd en wat niet?
Op de website van Merijn de Boer lees ik dat hij in 1982 geboren is in Heemstede, de omgeving waar het grootste gedeelte van De Saamhorigheidsgroep zich afspeelt. En 1982 is dus ook het jaar waarop Bernhard zich aansluit bij de Saamhorigheidsgroep. ‘Hoe zit dat dan?’ hoor ik je denken. ‘Hoe kan iemand schrijven over een periode die hij nauwelijks meegemaakt heeft?’ Nu kan dat natuurlijk altijd door goede research te doen, maar wat blijkt: de ouders van De Boer maakten deel uit van de Saamhorigheidsgroep! In de verantwoording achter in het boek vertelt De Boer dit en zegt daarbij dat verder niets uit het boek op waarheid berust. Hij heeft dus niet zijn ouders en hun leven in het boek beschreven. ‘Is dat wel zo?’ Goede vraag! Niet dat ik zijn bericht in twijfel wil trekken, maar ik zou het wel interessant vinden als Douwe, de ietwat zonderlinge zoon van Wijnie en Ralf, in werkelijkheid De Boer zou zijn. Ondertussen heeft De Boer drie romans (De nacht, ’t Jagthuys en De Saamhorigheidsgroep) en twee verhalenbundels (Nestvlieders en De geur van miljoenen) op zijn naam staan. Tegenwoordig woont hij in Jeruzalem, waar een deel van het verhaal van De Saamhorigheidsgroep zich afspeelt. Overigens erg goed beschreven. Samen met herinneringen aan mijn eigen bezoek aan Jeruzalem zo’n 13 jaar geleden kwamen de straatjes van de oude stad weer tot leven.
Dan komt nu het moment waarop ik mijn definitieve oordeel moet vormen. Wat vond ik er nu écht van? Was het een goed boek? Mwa. Was het een slecht boek? Zeker niet! Ik heb het toch wel met plezier gelezen, al was het maar om erachter te komen wat er nu weer voor bizars te gebeuren stond. Zou ik het boek aanraden? Ja, misschien wel. Maar probeer dan alle ideeën die je mogelijk hebt over wat een boek zou moeten bevatten los te laten. Dit boek gaat dat niet bevatten namelijk. Het is het beste om je maar te laten overspoelen en overrompelen door de bijzondere dingen die Bernhard overkomen in De Saamhorigheidsgroep. En ben je ooit in Jeruzalem? Pas dan op voor mannen die eruit zien als Jezus en een schilderij bij zich dragen. Waarom? Daar kom je wel achter als je De Saamhorigheidsgroep gaat lezen!
Shortlisted for the 2021 Libris Literatuurprijs (for Dutch language literature).
It is difficult to say why I liked this novel so much. It is not innovative in form or style, but it has an intriguing plot, lots of humour and a good love story at its core. It was a real pageturner for me.
It is the story of 65-year old diplomat Bernard Wekman, whom we meet when he is the Dutch Ambassador to the UN, but about to retire and move back to the Netherlands. A visit from an old friend and a flirt with a young colleague bring back memories of 35 years earlier, when he was a member of a ‘solidarity group’ in the 1980s whose left-wing members hug and sing and spend 10% of their income on projects in developing countries. The rest of the book is one big flashback, only to return to the present day and reveal what happened in the interim at the very end.
Bij vlagen lijkt het satire, maar dat is het niet en daardoor wordt het pijnlijk. Wat wil de auteur met deze clichématig personages? Wat moet ik er als lezer mee? Ze worden liefdeloos tentoongesteld in hun kneuterige linksheid, maar tot wezenlijke kritiek komt het niet. De mannen denken aan seks zoals mannen in romans aan seks denken. De vrouwen denken nooit zo aan seks, zij willen alleen begeerd worden. Daarbovenop komt de potsierlijkheid waarmee iedere straatnaam wordt benoemd en de gekunstelde achteloosheid van het beschrijven van de jaren 80 (“rijksdaalders, geeltjes, snippen”). “Wat een stom boek”, dacht ik steeds. Tegelijk was ik ook wel echt benieuwd naar waar het plot heen ging, wat de stomheid voldoende dempte om zonder tegenzin door te lezen.
Stevende lange tijd af op twee sterren. De roman wil een luchtig en onbevangen portret schilderen van een groep hyperidealisten, maar is in de praktijk een overdadige karikatuur. Bovendien heeft de schrijver een wat dikdoenerige en uitleggerige stijl die vermoeit. Als dan ook het verhaal lange tijd het niveau van een weinig enerverende soap niet weet te ontstijgen, nadert het moment om het boek definitief weg te leggen.
En dan, plotseling, zit je na lang ploeteren toch ineens midden in het verhaal en blijf je doorlezen. Naarmate de schrijver de politieke karikaturen verlaat en de persoonlijkheden van de hoofdfiguren meer tot leven komen, begint het verhaal zowaar te boeien. Bedoeld of onbedoeld maakt de roman daarmee dezelfde ontwikkeling door als veel van zijn personages: een eendimensionaal schepsel dat zich ontpopt tot een wat meer gelaagd, zij het nog altijd niet heel diepgaand, creatuur.
Met een flink portie geduld en de hakken over de sloot drie sterren.
De hoofdpersonen zijn leeftijdgenoten van me en Haarlem ken ik doordat ik er vaak kom. Maar niet alleen daarom geef ik het boek vier sterren. Ik heb me er goed mee geamuseerd en vaak moest ik gniffelen om de typering van de idealistische hoofdpersonen in wie ik soms iets van mijn toenmalige zelf herkende, maar die me ook irriteerden. De mij meest aansprekende recensie las ik in Trouw, omdat daarin het wankele beeld van liefde, leedvermaak, ironie en ergernis dat het boek oproept het best wordt beschreven. De AKO-literatuurprijs winnen is één, maar het zou mij niet verwonderen als De saamhorigheidsgroep straks op de shortlist komt te staan. Het slothoofdstuk is een beetje onbevredigend, maar dat komt, denk ik, mede doordat ik me te veel door het verhaal heb laten meeslepen.
Vlotte stijl, leest vlot maar niet storend. Het tweede grootste middendeel op den duur wel wat lang, meer van hetzelfde. Vooral veel verhaal, met wel geestige stereotyperingen en gebeurtenissen van en met de nogal linkse (maar schijnheilige) en nogal irritante (uitvergroot) leden van de groep. De laatste twee kleine delen waren wel weer “literair” sterk. Al met al een prettig en vermakelijk, goed geschreven boek, maar niet per se erg hoogstaand.
Dit is 1 van de zes boeken die de shortlist hebben gehaald van de Libris Literatuurprijs. Aangenaam om te lezen maar ik heb andere boeken uit de longlist gelezen die ik nog beter vond. Ik kan me helemaal vinden in onderstaande recensie.
Uit Trouw : Merijn de Boer schrijft onderhoudende roman, vol kleine absurdistische scènes, over clubje linkse vrienden.
Idealen zijn gratis en kosten niets, je trekt ze aan als makkelijk zittende kleren, maar voor het radicaal en consequent leven naar die idealen betaal je een flinke prijs. Dat is in een notendop de thematiek van boeken en films die gaan over het leven in een commune. Het experiment eindigt natuurlijk met conflicten, desillusie, vlucht of ontbinding van de helemaal-niet-zo-ideale leefgemeenschap. In ‘De saamhorigheidsgroep’ beschrijft Merijn de Boer een clubje linkse vrienden in de vroege jaren tachtig, zowel mannen als vrouwen (ook getrouwde stellen) die avondenlang praten over politiek, die wandelen en fietsen, knutselen en knuffelen en vooral eindeloos vergaderen over de steun aan goede doelen waarvoor ze tien procent van hun inkomen inleveren. Een commune light, zou je kunnen zeggen, het enige wat de leden niet samendoen is in hetzelfde huis wonen.
De diplomaat Bernard laat zich door een vriend meenemen naar een bijeenkomst van de saamhorigheidsgroep. Zo komt hij terecht tussen een stel montere dertigers die hun idealen nog net in de jaren zestig hebben opgedaan en getransporteerd naar de latere jaren van punk, krakers en kernwapens. Hoewel Bernard niets heeft met linkse ideologie besluit hij toch lid te worden, aarzelend omdat hij hun bevlogenheid mist, maar aangetrokken tot de warme sfeer. En als het volksdansen, breien en ouwehoeren over de Falklandoorlog hem niet bevalt is er altijd nog Liza, een jongensachtige vrouw op wie hij radeloos verliefd wordt.
Bedrieglijk eenvoudige stijl Liza woont samen met de berooide kunstschilder Tristan, ze willen een kind maar Tristan is onvruchtbaar, zodat het stel heimelijk Bernard uitkiest als zaaddonor. Bernard mag niet weten dat ze zwanger van hem wil worden, dus moet Liza hem verleiden en doen alsof ze zin heeft in een eenmalig slippertje. Maar wat een zakelijke wip had moeten worden, leidt tot een gepassioneerde affaire, en vanzelfsprekend tot een bom onder de saamhorigheidsgroep.
Zo’n soapachtig verhaal staat of valt met de uitwerking, en die is bij Merijn de Boer gelukkig in goede handen. de personages zijn stuk voor stuk nogal onvolwassen en hun drijfveren zijn minder altruïstisch dan ze zelf denken. De Boer heeft duidelijk lol in het beschrijven van het dagelijkse gedoe in de saamhorigheidsgroep. Het is behoorlijk karikaturaal, dat wel, ze zingen ‘Kumbaya’ en de Internationale tijdens het wandelen, er wordt blokfluit en ukelele gespeeld, men heeft een VPRO of WNF-mok, men gooit de armen in de lucht en roept ‘Leven!’. We kennen het ja, maar De Boer komt gemakkelijk weg met de stereotypen omdat hij ze zo sappig brengt, alsof de jonge schrijver zelf pas heeft ontdekt dat het zo toeging in die clubjes. “Ralf speelde afwezig met zijn PSP-button. Laurens verwijderde een kattenhaar van zijn trui. Alle anderen keken verveeld naar buiten of naar de pratende mond van Bronno. Pas toen er een nieuw project aan de orde kwam, een radiostation in Tanzania voor en door lesbische vrouwen, raakten ze allemaal weer begeesterd.”
De zestigjarige Bernard komt niet uit de verf De Boer omlijst dit verhaal met scènes die zich dertig jaar later afspelen. In New York – Bernard is inmiddels een topdiplomaat, getrouwd met een Japanse vrouw – krijgt hij bezoek van Bronno, de geestelijk leider van de groep, die hem een onmogelijk verzoek doet. Dit brengt de herinnering aan Liza boven. Terug in Haarlem ontmoet hij de groepsleden nog één keer, is hij nog één keer die buitenstaander. Liza vindt hij er niet, maar hij heeft wel een andere verrassende doch uiterst vluchtige ontmoeting. Je zou het verhaal zo mooi rond kunnen noemen, maar wie kritischer is moet vaststellen dat dit deel van het verhaal niet goed werkt. De zestigjarige Bernard komt niet uit de verf en het geheel voelt als een kunstgreep: we moeten nog eens extra de eenzaamheid van Bernard zien, de vergeefsheid van zijn leven zonder de liefde die daarbij had moeten horen. Goed, we zien het, maar we voelen het niet meer echt. Het verhaal was al afgelopen, in 1984.
3,5 ster. Ik heb erg gelachen om de karakteristieke beschrijvingen van de leden van deze groep. Misschien heel cliché, maar dat stoorde mij juist niet.
Het is lang geleden dat ik hardop heb gelachen bij het lezen van een boek, maar bij De Saamhorigheidsgroep was het raak: wat een grappige situatieschets van een maffe tijd. Tegelijkertijd is het ook triest, hoopvol en lief. Een klein beetje ontroerend soms zelfs.
Het gaat enerzijds om een hysterische groep linkse wereldverbeteraars, maar ook over teloorgang van vriendschap, liefde, dromen en idealen. Over had ik maar en misschien is het beter zo.
Tip: Wat ik wel jammer vond, was de veelheid aan personages. In het begin van het verhaal voelt dat zelfs als een soort storm waar in je je vertwijfeld afvraagt: "W ie is Wiebe nou weer? "Maar, als je je besluit gewoon over te geven aan al die verhalen en niet perse een dossier op te bouwen bij elk personage, dan is het goed te doen.
Wat een meevaller. Deze roman staat ook op de shortlist van de Libris Prijs 2021, maar werd m.i. onterecht verslagen door een minder boek van Jeroen Brouwers. Deze beschrijving van het privéleven van een vriendenkring progressievelingen in de jaren tachtig is afwisselend een fijn spottende satire - met geregeld sterke situatiehumor -alsook bij momenten best wel dramatisch. De oppervlakkige protagonist krijgt te veel aandacht, dus zakt de spanningsboog soms in, zeker in Jeruzalem, maar je blijft de personages willen volgen. Hoe inconsequent ze ook zijn, hoe bleek hun privéleven ook afsteekt tegen hun hooggestemde idealen, hun wedervaren kan je wel degelijk iets schelen (in tegenstelling tot dat van cliënt E. Busken)...
Een nostalgisch en melancholisch boek, uiteindelijk. Over de juiste keuzes gemaakt hebben in je leven. Over de manier waarop je die keuzes maakt, ook. En over obsessies. Maar ook een uitgebreide, filmische beschrijving van de ‘saamhorigheidsgroep’: jonge, activistische en dogmatisch denkende linkse mensen die goed willen doen en daar een beetje in doorslaan maar door de buitenstaandersblik van het hoofdpersonage mild worden beschreven, met een zekere ironie en afstand. Daardoor ook een lief en warm boek dat ik graag heb gelezen.
Licht ironisch geschreven boek over het thema altruïsme. Bestaat het? De Boer lijkt te denken van niet. In dit boek presenteert hij ons een groep progressief-linkse mensen uit een burgerlijk geprivilegieerd deel van de wereld (Heemstede-Aerdenhout) die de weldoener uithangen maar in werkelijkheid hartstikke egoïstisch hun eigen behoeften en pleziertjes najagen. Voor een aantal van hen, vrouwen en mannen, is dat seks; voor anderen is het de behoefte om zich superieur te voelen.
De groep Bernard, diplomaat; Felix, advocaat; Ralph, radioloog; Wiebe, socioloog; Hester, spirituele trainingen; Bronno, ambtenaar; Wijnie, hospicedirectrice; Olga, secretaresse; Laurens, leraar; Tristan, portretschilder; Liza, verloskundige; Renate, psycholoog. Onderling rommelen de leden van de groep met relaties en seks. Ralph wil het met elke vrouw doen, Annelies gaat vreemd met een foute patjepeeër die in sekslijnen blijkt te doen, Renate en Hester doen het met elkaar buiten hun relaties om, Laurens (middelbare school docent) flirt met de adolescente zoon van twee van de andere leden van de groep en Bernard en Liza worden verliefd op elkaar wegens seksuele escapades. Ondanks onderlinge promiscuïteit en zelfverklaarde progressiviteit is de sfeer in de groep dwingend, haast sekte-achtig. De leden nemen elkaar de hele tijd de maat. Zo kan het ab-so-luut niet dat Bernard een auto heeft en een pak draagt op zijn werk als diplomaat.
Tijdsbeeld De Boer schetst een tijdsbeeld van activistisch links in keurig Haarlem en Heemstede-Aerdenhout in de jaren 80. Met veel typische stijlkenmerken als mannen met lang haar en baarden, tekeningen van Opland, wierook, wollen truien met PPR- en PSP-buttons, avondjes bij iemand thuis om te praten over Libanon, Israël of honger in Somalië, mannen die breien, de kraakbeweging, punkers op straat, de Falklandoorlog, nudisme, de Centrumpartij, CPN, Teleac, kernwapens, Sandinisten, Bhagwan en brieven schrijven voor Amnesty.
In duigen Eén van de leden van de groep, Laurens, schrijft met mensen in Marokkaanse gevangenissen. Hij heeft het gevoel dat er echte intimiteit is tussen hem en de mensen die hem af en toe terugschrijven. Totdat één van hen vrijkomt en op kosten van Laurens naar Nederland komt. Het gesprek dat ze bij Laurens thuis hebben is moeizaam, van intimiteit blijkt geen sprake, ondanks alle persoonlijke ontboezemingen in de brieven. Met deze scene legt De Boer de vinger op de zere plek: het weldoen en de wereldwijsheid van de Saamhorigheidsgroep speelt zich af in hun hoofd, zodra één van hen wordt geconfronteerd met de realiteit valt het zelfgeconstrueerde messiasbeeld in duigen.
Cynisch Het begin en einde van het boek zijn een sprong in de tijd van 30 jaar. De Saamhorigheidsgroep bestaat nog steeds, ook hebben sommige leden de groep verlaten en is één van hen overleden. Bernard, de meest rechtse van allemaal, heeft een succesvolle carrière als diplomaat en ambassadeur achter de rug. Cynisch genoeg komt Bernard, eenmaal terug in Nederland, er achter dat verschillende leden van de groep en hun kinderen veelverdienende ondernemers zijn geworden of in het bedrijfsleven werken, bij ‘de vijand’ van weleer. Hoe cynisch. Bernard realiseert zich hoe comfortabel het leven in Haarlem-Heemstede-Aerdenhout is en dat er iets zelfgenoegzaams uitgaat van hoe goed iedereen het daar voor elkaar heeft.
Kritiek Ik denk dat De Boer de licht ironische toon in zijn stijl doelbewust heeft gezocht. Zoals in deze passage: “Pas toen hij op het raam van een oude tuinderswoning een affiche van de PPR ontdekte, wist hij dat hij goed zat. Het raam keek uit op een weiland waar koeien stonden of lagen te slapen. Het effect van deze postercampagne was waarschijnlijk beperkt.” Hahaha. Op veel plekken is deze stijl plezierig, maar soms schiet De Boer wat door. Dan maakt hij van de groep geprivilegieerde veilige weldoeners teveel een karikatuur. Ik begrijp denk ik zijn boodschap wel, namelijk dat het een stelletje betweters betreft die er met hun eigen dierbaren eigenlijk een potje van maken vanwege hun levensgrote ego - deels wegens tijdgeest, deels milieu, deels individuele mensen. En juist die boodschap wordt zwakker wanneer de geloofwaardigheid van de personages afneemt. Oh ja, en er is ook nog iets met een veelbelovende liefdesrelatie waar Bernard en Liza niet voor hebben gekozen wegens sociaal niet geaccepteerd en was dat nou een gemiste kans of niet - het voelt obligaat en eigenlijk afleiden van waar het boek echt over gaat, over altruïsme en egoïsme.
Merijn de Boer ken ik als columnist van Trouw. Zijn heerlijke schrijfstijl maakte dat ik een boek van hem besloot te lezen. Dat had ik eerder moeten doen! "Wat als je aan het einde van je leven beseft dat je slechts één jaar echt gelukkig bent geweest? Topdiplomaat Bernhard Wekman kijkt tijdens een nacht in New York terug op de jaren tachtig, toen hij kennismaakte met een groepje Haarlemse idealisten. Ze noemden zichzelf de Saamhorigheidsgroep, waren lid van de PPR of de PSP en doneerden 10 procent van hun inkomen aan projecten in de derde wereld. Ze volksdansten, knutselden en genoten van de natuur. Op geen enkele manier paste hij ertussen. Toch deed Bernhard alsof de idealen van de Saamhorig-heidsgroep ook de zijne waren."
De jaren tachtig in Links Nederland. Treffend beschreven. Niet zwart-wit, maar in kleur. Mosterdgeel, bruin en soms paars. Weer eens wat anders dan een afrekening met de gereformeerde kerk. In dit boek geen zware alcohol of drugsproblemen. Nee de nadruk ligt op leven! relaties, menselijke interactie, eenzaamheid, onvermogen, liefde en carrière. De gewone, soms kleinzielige, mensendingen. Met name heb ik genoten en ben onder de indruk van de stukken die ik typisch Merijn de Boer vind: Ik weet niet welke term ik er voor moet gebruiken. Surrealistisch? Overdrijving? Absurdisme? Ik bedoel bijvoorbeeld de gekke verliefdheid van Bernhard op de stem van Lisa. Niet vermeld als detail, maar juist uitgelicht, mee op de loop gegaan, uitvergroot. Eveneens de scenes waarin Tristan worstelt met zijn haat voor Bernhard. Geen detail maar een hardnekkig gegeven wat een hoofdrol krijgt, een obsessie wordt, maar dan net anders, niet volgens het verwachtingspatroon. Met als onvermoed hoogtepunt de verlossende mep met het schilderij op Bernhards hoofd. Geweldig. Buiten de humor zijn deze speelse absurde scenes de reden waarom ik de romans en verhalen van Merijn de Boer heel graag lees. Hij laat je net even anders naar de wereld kijken.
Het is me een beetje een raadsel hoe dit boek op de shortlist van de Libris Literatuurprijs is beland. De Saamhorigheidsgroep vertelt over een diplomaat die melancholisch terugkijkt op zijn leven, maar de karikaturale personages die er deel van uitmaakten, wisten me niet te overtuigen. De stijl is weinig opmerkelijk, zakelijk bijna, en zeker in het middendeel had de auteur op verhaallijnen mogen besparen. Het leest erg vlot, dat dan weer wel.
Satirisch? Nee, meestentijds flauw en voor de hand liggend. Vignetten desondanks best aardig, rode draad onvoldoende interessant, en een veel te uitgerekt en daardoor langdradig einde.
Ps. Ruim voor de 25ste x dat ik erop gewezen werd dat die volvo onderhouden werd door enz. was dat al overduidelijk. Vertrouw je lezers!