We zeggen weleens dat als iemand sterft, er een bibliotheek sterft. Ik moest daar in elk geval aan denken bij het lezen van dit boek. Ik was met weinig verwachtingen begonnen, maar het egodocument opgetekend door Leo Bormans brengt zoveel meer dan het verhaal van een man die met zijn familie vlucht uit Afghanistan en uiteindelijk in België een nieuwe thuis opstart.
In het eerste deel leren we zowel de oorlogscontext kennen waarin Qadir opgroeit als de culturele context: de verhalen waarmee hij opgroeit, de kinderspelletjes, enkele tradities zoals hun nieuwjaar dat ze vieren op 21 maart, aan het begin van de lente. We zien hier al dat een mens meer is dan een individu. Maar we ontdekken ook al dat hij tot de achtergestelde minderheidsgroep van de Hazara behoort. En we zien hoe de oorlog nu en dan toeslaat in zijn omgeving. Vrienden sterven in een aanslag. Een broer gaat aan zijn tijd in het leger ten onder, vlucht naar Iran en pleegt uiteindelijk zelfmoord.
Als Qadir vervolgens vanuit zijn dorp naar Kabul gaat om daar te werken bij een internationale organisatie, voelen we de onveiligheid alsmaar dichter komen. Hij leert er de kracht van kunst ontdekken, iets wat door de Taliban wordt verafschuwd. Hij botst er ook op culturele verschillen wanneer hij verliefd wordt op een Duitse vrouw, maar haar hints verkeerd interpreteert en het uiteindelijk niets wordt. Vervolgens koppelt zijn vader hem aan een vrouw met wie hij wel culturele zaken deelt.
Wanneer hij getipt wordt door de plaatselijke imam dat rebellen hem willen doden omwille van zijn samenwerking met buitenlanders, vlucht hij met vrouw en kinderen. Terecht: twee dagen na zijn vlucht wordt zijn achtergebleven vader vermoord en zijn huis afgebrand. Na een lange, gevaarlijke tocht komen ze uiteindelijk in België terecht. Daar vindt een straf staaltje van cynisch deconstructiedenken plaats. Qadir en zijn vrouw moeten in afzonderlijke interviews De Grote Portier overtuigen dat zij concreet gevaar dreigden en ze dus met recht politiek vluchtelingen zijn. In de uitgebreid gemotiveerde afwijzing van hun aanvraag blijkt dat de interviewer vooral luisterde om breuken, onduidelijkheden en schijnbare tegenstrijdigheden te horen in hun verhaal. Zijn vertrekpunt is blijkbaar dat vluchtelingen liegen (opnieuw speelt ook het eigen culturele denkkader hem parten in het begrijpen van het verhaal van Qadir) en alleen als het hem niet lukt om ze op een mogelijke leugen te betrappen, zal hij ze toelaten. Zoeken naar een verklaring voor verschillen tussen de versies is niet aan hem besteed.
Leo Bormans, de schrijver van het boek, toont dan weer de verbindende kracht van woorden. Natuurlijk is het zo dat we als lezer op dat ogenblik al bevooroordeeld zijn, want we hebben het uitgebreide verhaal van Qadir gelezen, we hebben al heel die tijd onze 'suspension of disbelief' toegepast en Bormans gebruikt alle literaire trucs om ons in het perspectief van Qadir te trekken. Dus ja, tuurlijk mag Qadir blijven van ons. En zijn we blij dat het hem na een vloed aan procedures ook lukt om een verblijfsvergunning te krijgen. Maar los daarvan wil ik geloven dat mensen vertrouwen beter is dan cynisme. Dit verhaal is meer dan een verhaal. Het is ook een spiegel.