Baby’s en biggen, lange lijnen en open ruimtes: deze nieuwe bundel van de voormalig Dichter des Vaderlands bevat big data! Een explosieve verzameling nullen en enen die het verhaal vertelt van pijn en woede, maar in een vorm die chaos verheldert en uitzichten biedt – ‘ik zeg het niet graag, maar de zee is eerlijk’.
Vegters poëzie wikt, weegt en mikt. Persoonlijke gedichten worden geplaatst tegenover een lange tekst over de Europese reis van de Zuid-Afrikaanse Ingrid Jonker. Taal verbindt het energieke met het angstige, het speelse met het pijnlijk snijdende.
Anne Vegter is een Nederlandse dichteres, proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster.
Nadat ze een jaar in een psychiatrische inrichting had gewerkt en na uitstapjes naar kunstgeschiedenis en pedagogiek, ging ze naar de drama-opleiding van de toenmalige Akademie voor Expressie door woord en gebaar in Utrecht.
Schrijven en illustreren werden voor haar echter steeds belangrijker. Via het kindertijdschrift St. Kitts van de Bovenwindse kwam ze in contact met Geerten Ten Bosch. Dat resulteerde in 1989 in het kinderboek De dame en de neushoorn, waarvoor Anne Vegter de tekst schreef en Geerten Ten Bosch illustreerde. Voor dit boek kregen ze in 1990 de Woutertje Pieterse Prijs.
In 1991 werd Vegters eerste gedichtenbundel Het veerde gepubliceerd. In hetzelfde jaar werd ze genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs voor het kinderboek Verse Bekken! of Hoe Heel Kort zich in een kip vergiste, uit het wc-raam hing, het op een sluipen zette en andere avonturen van de rat.
Vanaf die tijd was haar naam gevestigd. Ze maakte deel uit van jury’s, werd docente aan de Schrijversvakschool in Amsterdam, kreeg een zaterdagse rubriek in De Volkskrant en leverde een wekelijkse bijdrage aan het VPRO-radioprogramma De Avonden. In 1994 debuteerde zij als prozaschrijfster met de verhalenbundel Ongekuiste versies en twee jaar later schreef ze haar eerste toneelstuk Het recht op fatsoen.
In 2004 ontving Vegter de Anna Blaman Prijs voor haar hele oeuvre en in 2005 was ze samen met Antoine Uitdehaag en Anna Enquist laureate van de Taalunie Toneelschrijfprijs, voor het stuk Struisvogels op de Coolsingel. In 2006 verscheen het boek Sprookjes van de planeet aarde met verhalen van Anne Vegter en illustraties van de zussen Geerten en Judith Ten Bosch. In januari 2012 won zij de Awater Poëzieprijs 2011 voor haar bundel Eiland berg gletsjer.
Op Gedichtendag 31 januari 2013 werd bekendgemaakt dat Anne Vegter Dichter des Vaderlands wordt tot Gedichtendag 2017.
I read the English translation, once again by Astrid Alben and published by Prototype, which is not yet up on Goodreads as it won’t be published until 10.09.26. The translation is titled *Pig Data*, playing on Big/Pig, which also appears in ‘Medea 0.2’ 4:
… herewith, pig, for you: our big pig data
and in other similar mentions. In the UK ‘pig’ was once particularly associated with the police; that it now more generally collects the male of our species fits well enough with ‘Medea 2.0’. It’s described on the title page as a ‘Monologue’ and initially recalls a prelapsarian state represented as ‘0’:
‘so began my fall suddenly I felt like an oil tanker plunging off the edge of the world into the abyss and as you fall you can only look up to see the thing you loved most getting smaller and smaller …’
Vegter warns in the previous set of poems, ‘pig data’: ‘wenn du lange in einen abgrund blickst, blickt der abgrund auch in hinein’ — deliberately untranslated from the German (‘if you gaze into an abyss, the abyss also gazes into you’) and possibly left untranslated because of Dutch antipathy towards the German occupation during WW2, thereby also recalling Plath’s ‘Daddy’, with its littering of Nazi aggression; note poem 10 and the line ‘dad jokes’.
There are many layers here, not least a vocabulary suggestive of computing: MedeA 2.0 is, remarkably, also the name of a molecular-simulation toolkit; there is software called ‘medea-jason’ (yes, really); and Jason cannot help but suggest JSON — JavaScript Object Notation, the standard data-interchange format. All very *Big Data*.
It ends:
‘…now rewrite furiously’
echoing Beckett’s *Not I*, though I cannot read the poem’s suppressed rage as straightforward fury: in parts it feels closer to Molly Bloom’s soliloquy. A reviewer notes not understanding anything here, and the layout certainly encourages a speed-read, but slow down — right down — and weigh its prosody. This poem teems with life in its treatment of gender dynamics and familial dysfunction.
Ik verwachtte iets over technologie en kreeg gedichten over relaties die ik niet helemaal kon begrijpen. Al bij al niet slecht, bij momenten zelfs licht aangrijpend.
Maar ik had toch liever gedichten over technologie gehad.
Ik kan helemaal niks met dit boekje, ik vind het literair te ingewikkeld en daardoor verslapt mijn aandacht. Van het eerste deel begreep ik in eerste instantie helemaal niks, maar toen ik Ingrid Jonker ging opzoeken en haar levensloop als zuid Afrikaanse dichter, begreep ik er meer van. Ook de notities en toelichting in de Brommer op Zee app hielpen. De eerste keer vond ik het erg rauw overkomen en dat is het ook. Maar met meer achtergrondkennis kon ik het bij ene tweede keer lezen beter plaatsen en kon ik meer meevoelen met de vrouw. De gedichten in het tweede deel van het boek doen me helemaal niks. De monoloog in het derde deel doet wel een groot appel op je emoties. Je voelt de pijn, verdriet, wanhoop, woede van de vrouw wiens man haar bedrogen heeft. Maar ik kan me er zelf moeilijk mee identificeren, zeker als het wat naar wraaklust neigt, maar dat ligt ook aan de manier hoe ik zelf met deze emotie omga. En ik vind het taalgebruik in de poëzie echt moeilijk te doorgronden. Wel herkenbaar vind ik de rode draad van woede en boosheid bij een vrouw en hoe dat door de buitenwereld toch nog weinig geaccepteerd wordt. In het verleden werden deze vrouwen zelfs weggezet als psychiatrische patiënten en ook nu worden vrouwen die hun boosheid uiten snel betiteld als bijv ‘overspannen’ waardoor ze niet serieus genomen worden. Dat dit boek daar aandacht aangeeft vind ik mooi, maar de vorm past niet bij mij.
‘Maar ik weet niet hoe je een kind moet beschermen als je jezelf zo waardeloos voelt. Sommige mensen plakken mijn naam vast aan die van Anne Sexton, Sylvia Plath, Virginia Woolf. Ik heb die meiden natuurlijk niet persoonlijk gekend. Maar ik weet best dat ze allemaal fucked up waren met de dood. Gewoon de hele dag aan die dood moeten denken. Ook als je blij bent. Ook als je even geen zorgen hebt. Of als je mooie kinderen hebt. En die klotedood blijft maar aan je sjorren. Tot je in de val dondert. Of springt of dobbert of hangt.’
‘als je dwang voelt niet je jezelf liefst aan de vloer vast. niemand stopt je je bent alleen. je verlangt naar ontspanning je kunt je blik niet van de keukenla afhouden je bent dicht bij de pijn. wat doe je als je verstijft. er wordt in je gehandeld. er worden beslissingen in je genomen waar je graag bij betrokken was geweest. je weet niet waar het bestuur zich bevindt dat buiten jou om keuzen maakt die het decor van je dag zodanig veranderen dat je de ruimte hier niet meer herkent als de jouwe.’
"Er doen versies van me de ronde, wat daarbij telt is wie ze in roulatie bracht: moeders, mannen, geliefden, zusters, kinderen, koningshuizen of roofdieren. Het kasteel was maar een metafoor voor de plek waar ik neerging. "
Het eerste deel raakte me nog niet echt, maar dat werd dubbel en dwars goedgemaakt door het Medea-monoloog. Dat was prachtig. De verschillende delen werkten erg goed, alles was vernieuwend (ondanks het oude bekende verhaal) en paste precies op hun plek.
Een boek in drie delen. Het eerste deel over Ingrid Jonker is nog begrijpelijk en doorheen te komen, maar de gedichten daarna zijn voor mij warrige dronkemanstaal. Ik houd van oude dichters als Burns, Wordsworth en Rimbaud, en ook van Vasalis, Bloem en Achterberg. Het werk van de gewezen dichter des vaderlands past niet in dit rijtje. Deel drie Medea is een eigenzinnige variatie op het verhaal uit de Griekse mythologie. Dit postmoderne genre is niet aan mij besteed. En die platvloersheid in dit bundeltje al helemaal niet.
Echt enorm onder de indruk. De gedichten zijn heel associatief en roepen een reeks beelden op. De laatste reeks gedichten over Medea raakten me echt, maar het eerste deel over Ingrid Jonker vond ik ook heel indrukwekkend.
Had de titel geïnterpreteerd vanuit het Engels. Tot mijn verbazing bleek het boek letterlijk BIG data te heten. Als in, een big..... Kwam er moeilijk doorheen. Kan ook aan mij liggen maar vond het nogal verwarrend.
Een woeste Anne Vegter herschrijft Medea. De eerste reeks is wat tam, zeker vergeleken bij de bloedstollende andere twee reeksen, maar die maken veel goed.
Sterk begin, afgehaakt na de vogels van sperma. Waarschijnlijk ben ik een hopeloze muts. Maar mag de tegen elkaar opbiedende platvloersheid van hedendaagse poëzie weer weg?
This entire review has been hidden because of spoilers.