Wat betekent vrijheid voor een maatschappij in wederopbouw? Hoe geven we betekenis aan een ogenschijnlijk zinloos leven? Tijdens een klamme zomernacht ligt Herman te piekeren. Op zoek naar antwoorden graaft hij in zijn herinneringen, waarin zijn vrouw en kinderen, zijn vrienden en toevallige individuen ten tonele verschijnen. Een nacht lang probeert hij koortsachtig zijn kleurloze bestaan te doorgronden.
In zijn romandebuut De vadsige koningen verwoordt Hugo Raes met scherpe pen de verwarde naoorlogse tijdgeest en de overgang naar de onstuimige jaren zestig. Deze bewustzijnsroman, die bij verschijning heel wat stof deed opwaaien, legde de kiem voor een jarenlang schrijverschap en een uniek oeuvre in de Nederlandstalige letteren.
Hugo Raes (1929-2013) is een van de belangrijkste Belgische schrijvers van de twintigste eeuw. Hij wordt in één adem genoemd met Jan Wolkers, Louis Paul Boon en Hugo Claus. Zijn vernieuwende en vaak geëngageerde werk zorgde voor controverse, maar werd ook bekroond met onder meer de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 1975 ontving Hugo Raes de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Proza.
gaat over één slapeloze nacht in het leven van een man, die getrouwd is en 2 kinderen heeft. Zijn gedachten dwalen van het ene naar het andere. Het boek heeft geen hoofdstukken. Er staan heel rake observaties in, goeie omschrijvingen, allerhande overpeinzingen. Maar het is te veel. Het gaat maar door en het gaat maar door. Er blijft niets specifieks van hangen, eigenlijk.
Begin van het boek: “Zoals dit dikwijls gebeurt, ben ik van iets wakker geworden. Duidelijk heb ik in mijn slaap het toeten van een zeeschip gehoord. Het moet zeer luid geweest zijn want tenslotte kan men de hele dag door vanuit de richting van de haven stoomfluiten horen. Zelfs boven op het laken is het klam-warm. Deborah heeft vergeten het laken uit te kloppen deze morgen, want de zandkorreltjes die er van eergisteren toen wij naar zee zijn geweest, nog in liggen, kleven aan mijn rug.” Einde van het boek: “Reeds begint er licht in de lucht te komen. Tegen de morgen worden de dromen heviger. Nu en dan vliegt er reeds een vogel. Wat is een vogel een vreemdsoortig dier. Vroeger vond ik een vogel niet mooi. Zelfs boven op het laken is het klam-warm. De zandkorreltjes die Deborah er heeft vergeten uitkloppen en die nog in bed liggen van de nacht nadat wij naar zee zijn geweest, prikken en kleven aan mijn rug.” (de bijna laatste zin)
Flaptekst: “De vadsige koningen verscheen in 1961 als het romandebuut van de jonge Vlaamse schrijver Hugo Raes. Onmiddellijk werd het boek begroet als een verrassend werk, dat als geen ander de verwarde naoorlogse tijdsgeest en de overgang naar de rumoerige jaren zestig uitbeeldde in een gedurfde, dynamische, nieuwe stijl.”
Hugo Raes, vandaag totaal vergeten, was in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw een bekend schrijver. In 1998 werd het boek heruitgegeven, met een voorwoord van Paul De Wispelaere. Die uitgave heb ik nu gelezen.
Het gaat hier om “stream of consciousness” (stroom van bewustzijn), een romantechniek die ondertussen al wel meerdere malen is gebruikt. Als men dat in Vlaanderen een totaal nieuwe stijl noemde, in de zestiger jaren, dan bewijst dat alleen maar dat men hier nog niet veel gewend was. Virginia Woolf deed dat met haar “Mrs. Dalloway” zo veel eerder en zo veel beter.
Het boek is niet slecht geschreven, maar Hugo Raes de Vlaamse Reve noemen (wat sommige deden) is echt wel overdreven. Bij Reve is er tenminste humor te vinden. Dat mis ik in De vadsige koningen.
Geen idee waar dit over ging. Raes was volgens mij softporno voor gympikkies. In de jaren 70 was het al heel wat dat je dat op papier kon vinden. (En daarna is mijn belangstelling voor het genre vrij snel verdwenen, voeg ik even toe voor de sociale veiligheid.
Een lange, associatieve gedachtenstroom vol anekdotes, bespiegelingen, maatschappijkritiek en gruwelijke verhalen, die focust op de absurditeit van het leven.
De Belgische Gerard Reve, maar dan een Vlaming. En ouder, wijzer, onzekerder, genuanceerder, ervaren in nooit het antwoord te weten op de grote vragen. Kortom een topboek!