Goed dat er een boek is uitgekozen over de wondere wereld van het inburgeringsonderwijs. Het geeft een inkijkje in een gesloten wereldje, een bijzonder ecosysteem dat van contraproductieve regelingen, chaos en goede bedoelingen aan elkaar hangt.
Met zulke anekdoteboeken is het wel soms lastig te bepalen wat het doel is van de anekdote. Je zou ze kunnen onderverdelen in drie soorten:
1. De specifieke situatie komt regelmatig voor.
2. De situatie zelf is uniek maar past binnen de realiteit van de omgeving.
3. De situatie is uniek en zegt dus eigenlijk niet zoveel, of sterker nog, het geeft dus een verkeerd beeld van de situatie aan het publiek.
Als kersvers NT2-docent herken ik veel van de anekdotes in dit boek, zoals slapende cursisten, ambitieuze lesplannen voor een portfolio waar geen enkele cursist iets mee kan, cursisten die altijd moeten bellen tijdens de les, cursisten die om 10 uur willen vertrekken omdat ze om 3 uur een afspraak hebben met de gemeente, cursisten die niet durven praten, cursisten die te trots zijn om hulp te vragen, uit machteloosheid maar weer een keer galgje spelen, ambitie zonder aanpak, gemeenschapszin ondanks de culturele verschillen, ik kan doorgaan.
Maar ook een paar anekdotes doen me achter mijn oor krabben, waarvan ik verwacht dat ze categorie 3 zijn: leuk om te vertellen op een feestje, maar als je een boek schrijft dat voor veel mensen het enige inkijkje in deze wereld is, is het misschien goed om tenminste te benoemen dat het een raar geval is.
Wat het boek extra interessant maakt, is dat Said El Haji zelf zoon is van een arbeidsmigrant, en dus een gelaagde rol heeft als docent. Hij is de Nederlander die doceert, maar hij wordt door veel cursisten ook gezien als een Arabische (hij is Berber), Islamitische (hij is atheïst) broeder. Naar deze spanning was ik het meest nieuwsgierig, en er waren enkele leuke passages over.
Mooi is ook hoe hij zijn eigen fouten of twijfels erin verwoordt, en ook lekker hard is over sommige cursisten. Een ander docent had misschien lief over iedereen willen zijn, uit angst het vooroordeel te voeden dat veel statushouders lui zijn en er alleen maar zijn voor hun uitkering. Maar hij verbloemt niet; je merkt de frustratie die sommige cursisten bij hem oproepen, met wie hij niets kan en die zijn klassendynamiek helemaal omgooien. Verfrissend en eerlijk.
Goed, positieve dingen benoemd, nu kan ik lekker gaan zeuren!
Regelmatig is Said El Haji ronduit tegenstrijdig. Hij legt uit dat je je als docent niet teveel moet verliezen in de grammatica en zeker niet in de terminologie, en geeft een pagina later een opdracht over lidwoorden en zelfstandige naamwoorden. Hij noemt zichzelf onbekwaam (vanwege gebrek aan certificering), maar probeert wel steeds stellig uitleg te geven over hoe je een taal doceert, terwijl je merkt dat hij nou niet echt de beste basis heeft.
Of Said El Haji nou een goede docent is, kan ik dus niet echt opmaken, maar dit boek suggereert wel dat hij geen goede schrijver is. Hij worstelt met metaforen die vaker niet dan wel landen, doet veel aan "tell" zonder "show" met twijfelachtige interpretaties van het gevoelsleven van zijn cursisten en steekt matige preken af tegen de lezer. Dieptepuntje is zijn betoog over islam, waarin hij stelt dat eigenlijk iedereen ongelovig is, maar gewoon illusies koestert omdat dat nou eenmaal is wat mensen moeten doen om te overleven. Dat sluit hij af met de onuitstaanbare woorden "zo simpel is het". Schijntolerantie van de bovenste plank.
De dialogen zijn gelukkig vaak wel goed beschreven (met de taalfouten naar mijn gevoel redelijk accuraat nagebootst) en redden het boek enigszins, maar ze stoppen regelmatig plots, zonder een mooie pointe. Ook is de indeling warrig; zowel op hoofdstukniveau als binnen alinea's is het me onduidelijk waarom deze verhalen bij elkaar worden gezet.
En je wil zo graag meer weten! Van de depressieve cursist, van de spraakvulkaan zonder enig benul, van de doorzetters en de afhakers. Je wil als lezer het proces volgen, zien waar ze naartoe gaan, of ze echt Nederlands leren, of ze een plek kunnen vinden hier in dit rare, rare land.
De laatste 30 pagina's wordt het wat beter en hoefden Sanne en ik steeds minder vaak het voorlezen te onderbreken om uitgebreid commentaar te geven of verward te zijn.
Ondanks alle fouten is het boek een feestje van herkenning. Toch had ik het liefste gehad dat een betere schrijver zich hieraan had gewaagd, of dat een uitgever iets strenger had geredigeerd. Een uitgever die bijvoorbeeld zou hebben geadviseerd om de anderhalve pagina over de welriekendheid van cursisten en de fysieke reactie die hij als docent daarbij heeft misschien te schrappen.