What do you think?
Rate this book


504 pages, Paperback
Published September 15, 2020
‘De donkere wel een kilometer lange, smalle oprijlaan, overhuifd door vliegdennen en sparren, die zich als een koker door het bos geboord had, slechts met een enkele lichte loofboom hier en daar, opende zich. En voor hem verrees de groene heuvel; een langzaam oplopend veld kort gemaaid gras, een gazon haast eerder, boomloos zich honderden meters uitstrekkend voor zijn ogen, met bovenaan waar de helling verflauwde een grote, ronde vijver met beelden en een fontein. En daarachter, ver uitrijzend boven de bomen en scherp afgetekend tegen de leegte van hemel en wolken, het landhuis van de Grote Man… ‘ p.9

‘Jung is al oud, maar er is nu een opvolger van hem, Babinsky’ p.99.Juist deze stap vormt de aanleiding voor Ewout om terug te blikken op zijn weg naar ‘De Hartz’.
''Het heeft geen echte gronding wie je bent. Het is allemaal buitenkant, toneel, show. En zo'n romannetje...' Somsen liet de woorden glimlachend wat hangen (eerst: 'geweldig, zo jong nog, achttien pas en nu al een roman', en nu dit: 'romannetje, ach...' Hij, Ewout, voelde zich verkillen, verstrammen. Iets donkers en zwaars. Somber was alles. Je deed je best en ook dat; niets was het als het erop aankwam.)' p.94In zijn onzekerheid kraakt Ewout van binnen alles wat hij doet af. Zijn interne criticaster loopt continu met hem mee:
‘'Hoi,' zei hij wat opzij, wat achter Meindert. 'Hoi, ik zocht je al overal.' Fout die woorden. En te hard, te krachtig zijn stem dwars door hun gesprekken heen - niet voorzichtig zich eerst wat aanmelden om niet te storen, aankloppen bijna, nee meteen met harde stem dwars door allen heen - hard, vastbesloten, en ook verwijtend, ook beschuldigend, direct al.' p.117Ewout wil ontzettend graag gezien worden.
‘Glanzend, haast uitdagend schoot haar blik rond. 'Zie je mij?' vroeg die blik. 'Ik zie jou. Ik zie jou. Ik licht jou eruit - en ook jou en jou, en ook die Lamberti. Ja ja ja. Zie je mij!'Het wereldbeeld van Ewout is clichématig: Mannen vertegenwoordigen kennis en macht, vrouwen verleiding. Somsen voedt hem op, geeft hem vorm en inhoud.
Misschien was het de blik van die vrouw; de uitdaging daarin. Misschien. Misschien.' p.137
'Ja meteen 's morgens al ging hij naar zijn kamertje na het ontbijt met zijn moeder, dat moeizame, stramme vrouwtje dat oplettend toekeek, voorzichtig en gereserveerd terwijl hij haar de boter aanreikte, het brood, de kaas, hoffelijk glimlachend thee inschonk; en had ze goed geslapen. Ja ja, hij deed zijn best, een heel andere zoon die nu met haar ontbeet. Somsen vond dat nodig, in harmonie met de wereld, met de dingen, moest hij raken, dat was het begin van menswording, van zelfwording, pas dan werden de echte belangrijke dingen mogelijk.' p.160Somsen geeft Ewout een toekomst perspectief: Jij wordt mijn opvolger! Langzaamaan wordt Somsen strenger, vernedert hem, beticht hem van allerlei viezigheden en kent hem allerlei psychische stoornissen toe.
''Onder mijn leiding zul je kunnen worden wie je moet zijn, net als die boeddhistische monniken, die ook een leermeester hebben die ze strikt, zonder tegenspraak moeten gehoorzamen tot ze zelf volgroeid zijn en zelf een leermeester kunnen worden. Ook voor jou is dat weggelegd, Ewout, ik weet het, ik kan het aan je zien: jij bent volgens mij een begenadigd mens, misschien nog wel kwaliteitsrijker dan ik ben' (ja, zulke woorden, daar ging het om). 'Je zou mijn opvolger kunnen worden, als je maar je best doet en ik je leiding geef.' p.161
‘...een keer ingekeken bij mijn opleider van de Hogeschool van Babinsky, je weet wel, de Hogeschool voor Geesteswetenschappen en Wijsbegeerte.' Het meisje knikte herkennend, een verstandig meisje, een meisje met kennis en ontwikkeling, niet alleen bezig met giebelen en kleren.Dingen die hij Somsen hoorde zeggen, herhaalt hij tegen haar, alsof ze door hem werden bedacht. Somsen zelf is blij met Sylvia.
'Mijn opleider is daar docent, hoogleraar zelfs,' zei hij met een klein glimlachje. Ach, heel gewoontjes was dat voor hem zei dat glimlachje, zo iemand kende hij, had hij als opleider. Hij voelde de aandacht van het meisje, niet alleen meer zakelijk en efficiënt, nee, ook zij dacht na en stelde het zich voor. Wat? Hij betrokken bij die Hogeschool, hij! Zo zo...' p.231
''Ewout, het is goed voor je dat je je leert aanpassen en voorzichtig zijn met anderen. Daar zul je later wat aan hebben als je zelf therapieën geeft als opvolger van mij’. Daar had je het weer: de opvolger van Somsen; zelf ook een bekwaam en gerespecteerd therapeut net als Somsen- ja jawel- en misschien nog meer. Dikke boeken zou hij schrijven met nieuwe, revolutionaire ideeën die tegen die tijd de zijne zouden zijn. En natuurlijk ook romans over het menselijk lot, de menselijke tragedie en treurigheid - ook dat.' p.250Somsen bepaalt hoe Ewout zich moet gedragen ten opzichte van Sylvia, Ewout doet wat hem gezegd wordt. Dit kan natuurlijk niet goed gaan. Sylvia bleek een kwetsbaar iemand te zijn.
''Zo, Ewout, moet jouw houding zijn: als een geschenk. Aan haar de keuze dat te aanvaarden. Dat wekt vrouwelijke diepten die verdergaan dan verliefdheid of seks. Zij is het, Ewout, de uitverkorene aan wie jij je moet wijden, voor wie je moet werken. Ook jouw studie is een bewijs van jouw liefde voor haar.' Ja, zo was het maar net. Mooie diepzinnige woorden waren dat.' p.268
'Er zijn verschrikkelijke dingen met Sylvia gebeurd, Ewout, zei Somsen ernstig kijkend naar zijn bureau - de papieren daarop, de boeken -, leunend op zijn ene elleboog, zijn pijp hooggeheven naast zijn oor. 'Vreselijke dingen,' zei hij nadenkend en wat knikkend met zijn grote hoofd, als in een soort peinzende afronding, haast een samenvatting van het vele en complexe dat hij voor zich zag. 'Ze is een zeer beschadigde, jonge vrouw.' Hij rechtte zich wat draaiend en terug leunend in zijn bureaustoel om waarschuwend en nadrukkelijk naar Ewout te kunnen kijken. 'Je zult heel voorzichtig met haar moeten zijn. Ewout. Ik zal je dat nog wel uitleggen.’ p.324In de beschrijving van wat Sylvia is overkomen weerklinkt de vakkennis van de schrijver: Wessel te Gussinklo was zelf een psychotherapeut. Nu kruipt hij juist in de huid van Somsen: Hij gaat Sylvia behandelen. Terwijl Sylvia avonden doorbrengt bij Somsen om behandeld te worden, besteedt Ewout deze lege avonden aan het schrijven van een nieuw boek.

'Hij, Ewout, voelde iets in zich aanscherpen, iets zich verharden en vernauwen. Iets in de balans, het evenwicht verschoof. Niet meer als eerst, die hoffelijke welwillendheid, dat prijzen en vriendelijk knikken, en hij, Ewout, van zijn kant: een jongen die zich beleefd, respectvol opstelde ten opzichte van een oudere die zijn waardering, nee, zelfs zijn bewondering had- niet afgedwongen die bewondering, nee, hij koos ervoor het te laten blijken.' p.92Als een zware stalen stoomtrein, komt deze roman rustig opgang en eenmaal in beweging is het niet meer te stoppen. Een magistrale bildungsroman.
''Het komt er nu op aan. Je zult nu door moeten vechten om te kunnen worden wie je moet zijn. Denk daaraan. Dat is nu belangrijk.' Dwingend was Somsens blik, waarschuwend, en of hij dichterbij kwam, hem haast aanraakte, hem beroerde.' p.491-2