Het stormt in het Nederlandse landschap. De maatschappij is verzeild geraakt in een verhitte discussie over de manier waarop we ons landschap moeten gebruiken. De actuele discussie over de wijze waarop wij in Nederland ons voedsel produceren, wordt gevoed door de stikstofdiscussie en bijvoorbeeld de komst van de wolf. Het produceren van voedsel is een gerechtvaardigd doel, maar waar ligt dan de grens? De verschillende posities in het debat over natuur versus veehouderij worden ondersteund vanuit verschillende morele opvattingen en ethische theorieën. Wat is belangrijker? Het actief waarborgen van het welzijn van onze fauna of moeten we de natuur zoveel mogelijk met rust laten? De Nederlandse boeren mengen zich fel in het debat, met een eigen pakket aan ethische overwegingen die deels overlappen met, maar deels ook tegengesteld zijn aan die van de natuurbeschermers. Martin Drenthen ontrafelt van beide partijen de argumenten en plaatst deze in een ethisch kader, zodat de discussie met alle voors en tegens in ieder geval helder gevoerd kan worden.
Erg boeiend. Af en toe bekroop mij het gevoel van tegenstrijdigheid. Zeker in het geval van de wolf en andere natuur die die zich niet veel aantrekt van mensen. Als mensheid moet je daaraan aanpassen op een manier waarop de wolf zich ook weer aanpast. Maar de manier waarop dit beschreven werd kwam op mij over alsof de mens geen natuur is en dat de mensen vooral die andere natuur (die wilde) in allerlei hokjes wil stoppen. Het komt waarschijnlijk omdat filosofen een verklaring voor alles willen hebben.
Interessant concept om het hek als een soort schrift te zien en niet alleen als materie. Maar wat die semantiek dan precies inhoudt, komt helaas minder aan bod. De wolf als case study is heel boeiend, maar sluit ook een breder en meer gelaagd begrip van de betekenis van hekken uit. Tof boek.