Een architect staat op het punt de grootste opdracht van zijn carrire in de wacht te een innovatief public-private complex dat zowel een school als een winkelcentrum moet herbergen. Maar zijn gemoedsrust gaat aan het wankelen wanneer hij wordt geplaagd door herinneringen aan zijn vechtpartijen, sirenes, dodelijke slachtoffers. Alleen weet hij niet meer wie er nu precies doodging. En hoe heeft die onhandelbare scholier het in godsnaam tot architect geschopt?
Hoe meer hij zich herinnert van de turbulente nachten, de merkwaardige dromen en de zonderlinge figuren die zijn adolescentie kleurden, hoe meer de volwassen architect worstelt met de wereld en met het beton. Alles leidt terug naar de fatale nacht die hem heeft gemaakt tot wie hij is. Micha‘l Brijs (1979) studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en volgde de jazzopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in dezelfde stad. Hij werkt als muzikant en publiceert tussen zijn optredens door proza en po‘zie. In 2020 componeerde hij de muziek voor de literaire voorstelling Saint Amour.
Wat een indrukwekkend debuut! Wie Michaël Brijs kent, als frontman van de hoogst ondergewaardeerde eclectische alternatieve band The Valerie Solanas, als co-auteur van het hilarische cultboek "Astronaut van Oranje" - geschreven met Andy Fierens - of via één van zijn andere literaire of muzikale projecten, weet dat de man bulkt van talent, charisma, inhoud en stijl. 'Nachtbouwer' verenigt die eigenschappen op onnavolgbare wijze: het boek is erg goed geschreven, speels, grappig, ernstig en relevant. Brijs beschrijft de opkomst (en ondergang?) van een jeugdig delinquent die het tot architect schopt ondanks (of dankzij) de niet altijd even altruïstische bemoeienissen van zijn omgeving. In een unieke mengelmoes van verhaalstijlen schept hij een haarscherp beeld van onze maatschappij en hoe de vruchteloos zoekende personages daarin verloren lopen. 'Nachtbouwer' is een heerlijke streep literatuur vervlochten met een flinke portie rock'n roll.
Wat ons helemaal overtuigde om een 5-sterren recensie te schrijven is hoe Brijs humor, filosofie, architectuur, sex, moord en maatschappijkritiek moeiteloos én pretentieloos weet te vervlechten tot een meeslepend en boeiend verhaal.
We citeren even:
Die nacht trof ik moeder aan op het tapijt in de woonkamer. Ze is dood, dacht ik, het moest er vroeg of laat van komen. (...) Op de televisie werd het journaal herhaald. (...) "... betoging in Brussel tegen het toenemende gebruik van koriander in restaurants liep uit de hand," zei de nieuwslezer.
Een heerlijk voorbeeld van de speelsheid, relevantie en het relativeringsvermogen van Nachtbouwer, een boek met Le Corbusier, hedendaagse stadsbesturen, Hubert Lampo, Paul Van Ostaijen en Kafka in frivole bijrollen en ons hedendaags maatschappelijk bestel als anker.
Een boek dat een breed publiek en talloze herdrukken verdient!
Absurd verhaal vol S.M., dromen over de hel, bevruchting door Marsmannetjes, geweld, een medium, .... Het overkomt je als een ADHD'er die zijn pilletjes is vergeten nemen. Heel vrouwonvriendelijk bovendien. De 4 vrouwen in het verhaal zijn alle 4 sletten, de helft ervan is continu dronken. De vrouwen zeggen nauwelijks iets, hoogstens een zinnetje. De mannen daarentegen voeren hele monologen, vaak vol onzin, maar vaak ook om de kennis van de auteur te etaleren. En als 2 (mannelijke) personages allebei weetjes spuwen over de etymologische herkomst van woorden, komt het nog extra gekunsteld over. De auteur stelt op het einde van de hoofdstukken in het nu ook telkens vanuit het niets zelf vragen, over wat er vroeger zou gebeurd zijn. Deze beoogde spanningsboog komt ook heel gekunsteld over. Dit zou beter uitgewerkt mogen zijn. 1 ster voor de weinige humoristische noten. Er zal wel een markt bestaan voor dit type boeken: omhooggevallen mannen die neerbuigend denken over vrouwen. Als je niet tot die doelgroep behoort, raad ik aan om het rechts te laten liggen.
Ik was eerst een beetje sceptisch, het leek me wat gekunsteld, maar eigenlijk is dit een heel goed boek. Een echt Vlaamsch boek. Het gaat over Antwerpen, architectuur en nog wel meer woorden met de letter A. Drugs bijvoorbeeld.
Het verhaal is redelijk van de pot gerukt, zwartgallig ook, en gek, maar die magisch-realistische en zweverige uitstapjes storen zelfs een uitermate rationele lezer niet. De auteur doet heerlijk onbeschaamd zijn eigen ding en dat is fris en vies, sterk en week, zielig en hoopgevend. Zoals het een auteur-literatuurwetenschapper betaamt krijg je ook een hele pseudofilosofische rimram van gedachten over je heen gestrooid als lezer, en dat lijkt nu misschien een pejoratieve omschrijving, maar dat is echt niet de bedoeling.
Het raamverhaal van de architect die terugkijkt op zijn marginale jeugd legitimeert dergelijke bespiegelingen natuurlijk enigszins, en uiteraard mag iedereen zich afvragen: 'wat is het nut hier nu van?', maar eigenlijk past het allemaal wonderwel in elkaar.
Een citaat:
"Zijn voorliefde bleef uitgaan naar de gotiek. Bevroren polyfonie, noemde hij het. 'De aanblik van een kathedraal kan verkwikkend zijn', zei hij. 'Dat is omdat ons spirituele lichaam imiteert wat het ziet, zelf kathedraal wordt als het pinakels en spitsbogen waarneemt. Als we een symbool zien, imiteren we dat symbool. In een middeleeuwse stad sprak in elk deurslot, in elke sleutel het geestelijke zich uit. Het christendom van de kathedraal was er niet enkel voor intellectuelen. De "ongecultiveerde" middeleeuwer keek niet met zijn verstand naar de polyfonie van die betoverende ornamentiek. Hij luisterde met zijn spirituele lichaam naar de geluidloze klank van het symbool. Hij dronk het bovenwereldse fluÏdum dat door de stenen naar beneden stroomde. Dat was de opdracht van de kathedralenbouwer: luisteren naar het onhoorbare, het onzichtbare zien.'
Allé, dat is toch echt goed geschreven. Dat doet soms zelfs een beetje denken aan Austerlitz. Van den Aldi.
“Ik zal beginnen met de scherpste herinneringen, en hoop dat, terwijl het verhaal zich ontvouwt, de mist zal optrekken en alle contouren zichtbaar worden. Zo kan ik samen met jou, beste lezer, de anamnese bedrijven, dat is minder eenzaam, en het is goedkoper dan naar een therapeut gaan.”
En precies op de manier presenteert Nachtbouwer zich aan de lezer, het is een boek wat vanaf het eerste moment zijn kaarten laat zien. Aan de ene kant, de volwassen man; een architect, calm and collected. En aan de andere kant de tiener, de 17-jarige versie van de volwassen man. Een zelfbenoemde probleemjongere, die in de openingsscène witte lijntjes op z’n bureau heeft liggen. Een tiener die een seksuele relatie heeft met zijn wiskunde docente. En een zoon die een alcoholistische moeder heeft en geen vader. Het heeft bijna iets kwetsbaars om deze 17-jarige te leren kennen, hij is vanaf de eerste bladzijde open en eerlijk. Bijna, want dit is geen personage om te aaien.
Het is aan de lezer om deze twee kanten aan elkaar te rijmen. Hoe komen we van deze 17-jarige naar de volwassen architect? En wat heeft die ene fatale nacht hiermee te maken, is het wel een kwestie van één fatale nacht?
In Nachtbouwer van Michaël Brijs staat een architect op een punt in zijn carrière om zijn grootste opdracht binnen te slepen. Zijn gemoedsrust begint te wankelen wanneer herinneringen terugkomen uit zijn jeugdjaren: vechtpartijen, dodelijke slachtoffers en sirenes. Hij weet alleen niet meer precies wie er doodging. Hoe heeft hij het überhaupt tot architect geschopt? Hoe meer hij zich herinnert van turbulente nachten, merkwaardige dromen en bijzondere figuren die zijn adolescentie kleurden, hoe meer hij worstelt met de wereld van beton.
“Ik zal beginnen met de scherpste herinneringen, en hoop dat, terwijl het verhaal zich ontvouwt, de mist zal optrekken en alle contouren zichtbaar worden. Zo kan ik samen met jou, beste lezer, de anamnese bedrijven, dat is minder eenzaam, en het is goedkoper dan naar een therapeut gaan.”
Bovenstaand citaat kwam ik tegen aan het begin van het boek. Brijs spreekt de lezer direct aan alsof hij de hoofdpersoon is. Vrij snel merkte ik dat ik de hoofdpersoon een bijzonder persoon vond waar ik mij totaal niet mee kon identificeren. Niet in het nu, de architect, maar ook niet in de verteller van toen, de 17-jarige versie van deze man. Hij heeft een onstabiele thuisbasis met een moeder die altijd op de bank ligt en ook bij goede vriend Johannes ligt diens moeder vrijwel altijd op de bank. Het gedrag dat hij laat zien is voor mij bijna een ver-van-mijn-bed-show.
We lezen over het ontstaan van zijn interesse in architectuur vanuit de jongere versie van de architect en af en toe schakelen we naar het nu. Dat schakelen vond ik niet vervelend, wel het gekunstelde taalgebruik dat gebruikt wordt. Teveel woorden die we, of in ieder geval ik, niet in het dagelijks leven gebruiken. Hierdoor las ik regelmatig zinnen opnieuw, omdat niet altijd tot mij doordrong wat ik las. Het voelde te gemaakt en absurd waardoor het verhaal nergens tot leven kwam.
Terugkomend op het eerdergenoemde citaat: de verteller begint inderdaad met de scherpste herinneringen waaruit blijkt dat deze persoon echt geen lieverdje was. Hij hoopt bij het ophalen van de herinneringen dat het verhaal zich ontvouwt en de mist optrekt. Naar mate meer herinneringen bovenkomen wordt mij wel duidelijk dat er vanalles gebeurd is in een onstabiele situatie en hij in een bijzondere, niet per se goede, wereld terecht is gekomen. De dosis spiritualiteit die daarbij kwam kijken, hielp daar ook niet bij. Bladzijden vol beschrijvingen en gedachten waarbij het voelde alsof de verteller op mij als lezer inpraatte. In plaats van dat de mist optrok, werd deze bij mij alleen maar dichter.
Gedesoriënteerd ben ik uit het verhaal gestapt, mezelf de vraag stellend wat ik nu eigenlijk gelezen had. Voor mezelf trek ik de conclusie dat dit geen boek voor mij is, maar wel zie ik verschillende lovende recensies van andere lezers. Ergens is het ook een boek dat past bij het hoofdpersonage waardoor Brijs daadwerkelijk in de huid van de architect gekropen is. Ondanks mijn conclusie ben ik wel nieuwsgierig naar hoe dit boek werkelijk bedoeld is, maar een tweede boek van deze auteur zal ik niet als eerste oppakken.
Een bevreemde droomwereld gemixt met de rauwe realiteit van de Antwerpse onderbuik. Architectuur, alchemie en een affaire met de wiskundelerares. Een bijzonder boek met interessante ideeën, maar soms verdwaalde ik erin.
Het begin van het boek kon ik goed volgen. Naderhand moest ik een paar keer stukken opnieuw lezen om de verhaallijn te volgen. Het bleef me wel boeien. Maar hoe verzin je zoiets? Dat puzzelt me vooral na het lezen van dit boek
Een boek met een hoek af! Heerlijk rebels, tegendraads maar toch intelligent, net zoals het hoofdpersonage. Valt misschien niet bij iedereen in de smaak maar ik kon het zeker pruimen ...