De Roemeense Alina reist met haar elfjarige zoon Lucian naar Sicilië om daar het geld te verdienen dat thuis hard nodig is. Terwijl Alina tijdens het zware werk op een tomatenplantage haar hoop en verwachten voortdurend moet bijstellen, ontmoet Lucian twee jongens van zijn leeftijd met heel verschillende achtergronden. Gedurende het jaar waarin ze bevriend zijn, vechten de drie jongens met elkaar, voor elkaar en tegen de wereld. Tot die hen inhaalt.
Sien Volders (1983) studeerde kunstgeschiedenis en antropologie. Haar debuutroman Noord (2017) werd lovend ontvangen door de pers en genomineerd voor meerdere prijzen, waaronder de Bronzen Uil en de ANV Debutantenprijs. Volders woont en werkt in Gent.
Ik heb een schitterend boek gelezen: Oogst, de tweede roman van schrijfster Sien Volders.
Het verhaal gaat over de Roemeense Alina die met haar elfjarige zoon Lucian vanuit hun armoedige thuissituatie naar Sicilië reist, in de hoop daar geld te kunnen verdienen in de tomatenpluk. Ze komt terecht op de kwekerij van een Siciliaanse boer, in harde, bijna ondraaglijke omstandigheden.
Oogst is indrukwekkend geschreven; op een beheerste en tegelijk erg gevoelige manier drukt de schrijfster ons met de neus op de feiten: Alina werkt in een regime van moderne slavernij. De subtiel aangebrachte spanning was voor mij bij momenten ondraaglijk: ik durfde nauwelijks voort te lezen, ongerust over wat de personages zou overkomen.
Sien Volders schrijft bovendien in een prachtige, zintuiglijke taal, met als decor de Siciliaanse natuur die verandert op het ritme van de seizoenen. Oogst is aangrijpend, klein en groots tegelijk, speels en toch snoeihard. Een prachtige roman en een opmerkelijke prestatie. Aanrader.
Oogst van Sien Volders werd aangeraden door haar buurman Jonas Geirnaert in aflevering 29 van de podcast 'drie boeken'.
3,5 ster. Als je twee boeken van dezelfde schrijfster na elkaar leest, ga je automatisch vergelijken. Deze tweede roman valt helaas lichter uit. Oogst heeft niet dat meeslepend mysterieuze dat Noord wel biedt. In Noord kom je via sprongetjes in de tijd geleidelijk aan alle tragische details te weten. De spanningsboog is werkelijk subliem, heel het boek door voel je dat er iets zit aan te komen. Oogst daarentegen verloopt een pak rechtlijniger. Mysterieus kan je het verhaal niet noemen en ook het onderwerp is van een heel ander niveau. Van romantiek is geen sprake meer. Je krijgt een empathische inkijk in het beestachtige leven van migranten die het verschrikkelijkste werk doen voor de laagste lonen. Die in de meest erbarmelijke omstandigheden leven omdat ze geen andere keuze hebben. Gewetenloze derden profiteren daar dan weer van. Verre van slecht, bravo voor de mooie schrijfstijl, maar het is geen Noord.
Oogst is best een mooi boek. Sien Volders slaagt erin om met weinig woorden sfeer te scheppen en je te doen meeleven met haar hoofdpersonages. Dankzij de vlotte vertelstijl (korte hoofdstukken, korte zinnen) vlieg je hier als lezer doorheen. Bovendien kiest ze hier een onderwerp uit dat Oogst een stuk minder vrijblijvend maakt dan Noord: de wantoestanden bij Roemeense werknemers in Sicilië, het is bijna moderne slavernij. Sien Volders focust op haar hoofdpersonages, Alina en haar zoon Lucian, en wisselt ook hoofdstuk tot hoofdstuk af tussen beide standpunten: als lezer leer je de mensen kennen achter “die Roemenen”, want dat lijken velen onder ons tegenwoordig te vergeten: dat we allemaal mensen zijn.
En toch. Dit is een ernstig thema: dit gaat over uitbuiting en verkrachting, mensen die uit armoede geen andere keuze hebben dan dit te ondergaan. Het wordt allemaal net wat te vlot verteld. De lezer mag gerust nog meer met zijn neus in de miserie geduwd worden, een geweten geschopt worden. Sien Volders schopt niet, maar presenteert een mooi boek waarin ernstige toestanden vermeld worden.
Misschien heeft ze wel gelijk om het zo te doen. Uiteindelijk kom je als lezer wel te weten hoe het daar eraan toegaat. Zonder twijfel bereik je op deze manier een groter lezerspubliek dan met een rauwer boek waar een lezer zich doorheen moet worstelen. Maar bij mij wrong het.
Ook het einde vond ik echt niet goed. Niet alleen is het erg abrupt, de gebeurtenis op het einde is ook compleet in strijd met de karakteropbouw van de personages. Ja, er waren al een aantal “hints” verwerkt op voorhand, maar daarmee compenseer je niet het feit dat je je zorgvuldig uitgebouwde karakter zo plots tekort doet. Bovendien is er daarna geen enkele afbouw van het verhaal meer, precies alsof Sien Volders geen goesting meer had om verder te schrijven. Bij Noord had ik de opmerking gemaakt dat er te veel eindes waren, maar dit had ik nu ook weer niet echt in gedachten.
Volgens mij zou Sien Volders gewoon langere boeken moeten schrijven: ofwel om dieper in te gaan op het thema (zoals hier, al vergt dat een andere schrijfstijl) ofwel om gewoon méér te vertellen. Een familieroman bijvoorbeeld, een knoert van een boek over het wel en wee van enkele familiegeneraties, een lach en een traan, met haar sfeerschepping en vlotte schrijfstijl: amai, dat zou ik direct lezen.
In haar eerste roman Noord nam Sien Volders je mee naar het barre Canada. Bij de opvolger Oogst draait de kompaswijzer zuidwaarts: De Roemeense Alina trekt met haar zoon Lucian naar Sicilië om er als gastarbeider op een tomatenplantage geld te verdienen. Lucian loopt school en smeedt en een vriendschapsband met twee leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden. Alina’s dagen bestaan uit hard labeur in de bloedhete serres tegen een hongerloon. De spanning die Alina in haar verkrampte spieren voelt, voel je als lezer ook. Een jaar lang volg je hun dagelijkse gevecht en hoop je met hen mee op een betere toekomst. Maar die toekomst is onzeker en staat voortdurend onder spanning, zo getuigen de dreigende hoogspanningskabels op de cover. Oogst is meer dan een moeder-zoonrelaas. Met thema’s als moderne slavernij en klassenverschillen schuwt Volders de maatschappijkritiek niet. Naast de rauwe realiteit is er ook ruimte voor de jeugdige onschuld van tienerjongens en de kleine gelukjes van Alina, die haar leven draaglijk maken. Het boek is doorspekt met treffende vergelijkingen en leest gezwind door de korte en heldere hoofdstukken. Volders schrijft observerend, hierdoor blijven Alina en Lucian op een afstand je als lezer wil overbruggen om hen nog meer te kunnen koesteren.
Schrijnend. Prachtig verwoord, de struggles en de ongelijkheid van de situatie waar Alina met het haar zoontje in zit. Hoewel ik een beetje moeite had me helemaal in te leven in de personages vond ik de situatie en omstandigheden goed neergezet. Ik denk dat we allemaal wel weten dat er in Europa nog steeds veel ongelijkheid is en daar ook nog misbruik van gemaakt wordt. Maar op de manier hoe Sien Volders het op deze manier beschrijft zorgt er wel voor dat ik toch weer anders naar ook de situatie hier in NL kijk en hoe oneerlijk het leven soms kan zijn.
Een rauw en tegelijk toch ontroerend verhaal over moeder en zoon die naar Sicilië verhuizen. Hun zoektocht naar een beter leven loopt niet van een leien dakje. Het werd een boek vol actuele thema’s als migratie, integratie, uitbuiting... een aanrader!
Volders pakte me meteen bij de lurven en ze vertikte het haar greep ook maar iets te lossen. Integendeel. Door de gedetailleerde beelden, de haarfijn neergezette de personages en de schrijnende situatie waarin die verkeren, werd ik gedwongen Oogst in één adem uit te lezen.
Traag gelezen en ik heb het gevoel dat de veel te harde realiteit die Sien hier zo mooi beschreven heeft net daardoor nog iets zwaarder woog. Het einde had wat langer uitgesponnen mogen worden, want dat was zo ineens met de pet ernaar gegooid, maar goed, iedereen maakt foutjes.
In haar knappe debuut nam ze ons mee naar het noorden.
In 'Oogst' trekt ze zuidwaarts - naar Sicilië om precies te zijn. Daar gaat de Roemeense Alina samen met haar elfjarige zoon op zoek naar een menswaardig bestaan. Maar ze zijn niet de enigen.
In korte, heldere hoofdstukken beschrijft Sien Volders de moeizame integratie, het dagelijkse gevecht, het lichamelijke en geestelijke lijden van vrouw en kind. Het ruwe landschap is daarbij meer dan een decor, de Etna katalysator van de voortdurende dreiging dat het niét zal lukken het geluk te vinden. En vast te houden.
De taal is zo mogelijk nog rijker dan in 'Noord', de sfeer vaak beklemmend.
"Binnen in de loods hangt de dofzoete geur van machineolie."
Nooit geweten dat machineolie leest als melancholie.
Want die overheerst, aangezien - oost, west - thuis misschien nog best is.
Daar waar ik "Noord", de eerste worp van Sien Volders, met gemengde gevoelens gelezen heb, zat in "Oogst" de toon meteen goed. Een verhaal dat qua scenario en opbouw perfect in elkaar steekt, met personages die zo uit het leven gegrepen zijn en dat qua thema een actuele problematiek aanhaalt waarvan je ergens wel weet dat die bestaat, maar waar je door Volders vriendelijk dwingend met je neus opgedrukt wordt.
Het verhaal start met de busreis van beide hoofdpersonages, Alina en haar zoon Lucian, die van Roemenië naar Sicilië trekken om in de kassen te werken. In hun thuisland is er door de globalisering onvoldoende werk om de vele monden te voeden, dus moeten ze dat elders zoeken. Optimistisch tegen beter weten in, althans vanuit het perspectief van de mama. Voor Lucian is alles een groot avontuur. In de pikorder van de tomatenarbeiders hangen de Roemenen ergens tussen de Tunesiërs, anciens in de branche, en degenen die recentelijk aanspoelden.
Lucian vindt aansluiting bij twee leeftijdsgenoten, waarmee hij - hoe kan het anders op die leeftijd - de drang om kampen te bouwen en de ontluikende fascinatie voor meisjes deelt.
”Hoeveel pijn het ook doet om als ouder en kind uit elkaar gespeeld te worden door het leven, zolang je op zondag samen in de kerk zit, is niets ooit reddeloos verloren." valt er te lezen wanneer Alina het over de band met haar ouders heeft. Er is geen vader in het leven van Lucian, maar familie is wel degelijk een rode draad in het leven van zijn mama. Tot de harde en onvermijdelijke realiteit hen inhaalt.
Op het tempo van het werk en het ritme van de muziek van de Siciliaanse folkzangeres Rosa Balistreri - de titels van alle hoofdstukken en van de epiloog zijn citaten uit haar muzikaal werk - heb je het verhaal voor je het weet uit. Tomaten zullen voor altijd anders smaken.
Of hoe er zoveel onrecht is waarvan je niet weet dat het bestaat. Hoe je denkt dat slavernij een abstract begrip uit een ver verleden is, terwijl je spotgoedkope tomaten in je winkelmandje legt. Hoe je jezelf sust, want hej, boontjes uit Kenia en aardappelen uit Israël koop ik niet. Hoe mensen nog steeds zoeken naar een beter leven voor zichzelf, maar vooral voor hun kinderen, en hoe andere mensen daar gebruik van maken. Omdat iedereen het doet, omdat het toch een vrije keuze is, omdat...
Noord las ik voor de cover en de achterflap. Oogst las ik omdat ik sinds Noord een ferme Sien fan ben. Sien heeft een eigen stem, een stem van hier die verhalen vertelt van daar, en dat maakt haar uniek.
Vol goesting begon ik in Oogst en ik dacht al heel snel: ‘dit is niets voor mij, te donker, te confronterend’. En toch las ik verder, gejaagd. Ik las en las en dacht alleen maar: oh, wat is dit goed’.
Sommige schrijvers zijn goed in verhalen vertellen, anderen kunnen dan weer prachtig schrijven, nog anderen zien een misstand en klagen die aan. Volders doet dat alles, in één boek. Niet veel doen er haar dat na.
Tijdens de Boekenbeursmarathon hoorde ik haar al vertellen over De Roemeense Alina en haar zoon Lucian die met de bus naar Sicilië vertrekken zodat Alina daar in een tomatenbedrijf geld kan verdienen om (onder andere) haar vader zijn rolstoel te bekostigen. Alina is fictief maar staat jammer genoeg symbool voor massa’s vrouwen die dagdagelijks echt dit werk doen, in erbarmelijke omstandigheden.
Omdat Alina een moeder is doet ze haar best om alles zo aangenaam mogelijk te maken voor haar zoon, hoewel ze ook niet wil dat hij denkt dat ze echt niets méer waard zijn. Die tweestrijd is pijnlijk, hartverscheurend en zit vol liefde. Lucian krijgt algauw twee vrienden en met zijn drietjes leven ze én in hun eigen fantasiewereld én in de echte, rauwe wereld die hen omringt.
Oogst is een boek dat je raakt. Qua taal en verhaal. Het is er één dat iedereen moet lezen. Een boek om te delen. Want wat je in je winkelkar legt bepaalt de wereld waarin wij leven. Je oogst wat je zaait.
Sien gaat nog veel moois mogen oogsten. En ik kijk al uit naar haar volgende (ongetwijfeld ook prachtig vormgegeven) boek met een titel van vijf letters ;)
Een thema waar ik niet echt iets van wist op zo een manier gebracht dat het een ongemakkelijk gevoel gaf. Tegelijkertijd las het zo vlot dat ik het op 2 avonden en een woensdagnamiddag uit had! Zoals bij "Noord" heeft ook het 2e boek van Sien Volders prachtige beschrijvingen van de omgeving, je voelt de hitte, je ruikt het stof en het bos. Je leeft mee met de personages en er is die onderhuidse spanning, dat gevoel van "er gaat iets gebeuren en ik hoop dat het dat of dat of dat niet is". Maar toch teleurgesteld met wat dan wel plots het einde was. Het boek had voor mij gerust dikker mogen zijn waardoor ook het einde beter/anders was.
De eerste hoofdstukken bleef ik op m'n honger zitten. Daarna grgrepen door de kenmerkende stijl van Sien. Ontzettend veel te lezen in haar stiltes ! Noord vond ik toch nòg beter.
Het eerste boek dat ik gemengd heb 'gelezen': deels beluisterd als audioboek, deels gelezen in ebookversie. En dat viel heel goed mee. Hopelijk gaat Els Dottermans nog meer boeken inlezen, want ze doet dat goed.
'Noord' van Sien Volders heb ik heel graag gelezen, en 'Oogst' vind ik nog iets sterker: prachtige beschrijvingen en een genuanceerd opgebouwd verhaal. Alleen bij het einde had ik het gevoel dat ik als lezer wat in de steek gelaten werd. Bij een fysiek boek zie je de laatste pagina's naderen, maar hier was ik echt verrast door het moment in het verhaal wanneer het boek stopt.
Uitgelezen 'Oogst' geschreven door Sien Volders. De Roemeense Alina en haar zoon Lucian reizen naar Sicilië hopend daar een beter leven te kunnen leiden. Alina werkt als tomatenplukster. Al snel blijkt dat het leven in Sicilië niet is wat ze hoopten. Het hutje waarin ze leven is volledig onderkomen, het loon is schrijnend, de mopperende baas is nooit tevreden en de mannen staan te popelen om al dat beweegt te bepotelen.
Terwijl Alina zwoegt in de kassen ontmoet Lucian twee jongens met volledig verschillende achtergronden. Er ontstaat een unieke vriendschap. De jongens hangen rond in de bossen op zoek naar vossen en loeren stiekem door de struiken wanneer giechelende meisjes de meren induiken.
Samengevat is het een verhaal over moderne slavernij. Het is pijnlijk, eerlijk en prachtig geschreven.
Enkele jaren geleden las ik “Noord” het debuut van Sien Volders. Ik herinner me nog dat ik het mooi vond, maar moet bekennen dat het me niet echt is bijgebleven. Mooi geschreven, dat wel, maar voor de rest een rustig kabbelend verhaal uit Canada.
Hoe anders is haar tweede boek! Het greep me bij de strot. Wat een mooi, aangrijpend verhaal. Zo realistisch, zo triest. Een verhaal over een ijzersterke moeder in hartverscheurende omstandigheden. Ik kon het niet wegleggen. Vandaar dik verdiend: 5 sterren.
3,5. Heel mooi verhaal, veel te kort. Ik had graag meer doorgelezen over de personages, dieper gegaan dan nu. Soms bleef het verhaal wat mij betreft wat op de oppervlakte hangen. Ik had nog uren kunnen doorgaan.
Uit de Reactor : Moet goede literatuur complex zijn? Wat mij betreft niet. Net als het sprookjesachtige Noord, dat genomineerd werd voor onder meer de Bronzen Uil en de ANV Debutantenprijs, is Oogst evenmin een zwaargewicht. Allereerst letterlijk: Volders’ nieuwste telt slechts 220 pagina’s. Maar ook de stijl is licht, met korte zinnen, een eenvoudige structuur en een klein plot. Dit alles staat in schril contrast met het beklemmende onderwerp.
De Roemeense Alina Drăganu stapt met haar elfjarige zoon Lucian op de bus naar Sicilië, om daar op aanraden van een oude bekende te gaan werken in de tomatenteelt. Ze moet geld verdienen voor haar ouders die hun kruidenierszaak failliet zagen gaan na de komst van grote ketens toen Roemenië toetrad tot de Europese Unie. In haar eigen land vindt ze geen werk meer. Al gauw blijkt haar nieuwe bestaan een nachtmerrie: haar baas is hard en afstandelijk, de hun beloofde woning is een tochtende schuur op het erf met een matras op de grond, de werkdagen zijn lang en uitputtend en op haar salaris worden allerlei onduidelijke kostenposten ingehouden.
Waardigheid Het verhaal van Oogst volgt in korte hoofdstukken Alina’s ontwikkeling, van verontwaardiging over haar situatie naar acceptatie. Protesteren over haar verblijfplek of salaris blijkt weinig zin te hebben. Vanwege de taalbarrière lukt dat ook nauwelijks. Als Alina haar baas Giuseppe probeert uit te leggen dat de berekening van haar salaris niet klopt, wijst hij op een onleesbaar rijtje in zijn schrift. ‘Het bedrag min de benzine voor de ritten naar de stad, min de kamer, min het gebruik van de koelkast en de kookplaat, min elektriciteit en water, min de olie, min de melk, min het brood.’ Er blijft weinig over.
Wat rest is haar voortdurende streven haar waardigheid te behouden, ondanks alles. Zondag steevast naar de kerk met haar zoon, in hun nette kleren. Naast de schuur legt ze een bloementuin aan. Intussen verzwijgt ze de situatie als haar moeder belt en ook tegenover haar zoon probeert ze te verhullen hoe zwaar het werk is. Van andere Roemeense vrouwen die toenadering zoeken, houdt ze afstand. Gaandeweg wordt het Alina én de lezer echter duidelijk dat vele van hen, die in groten getale naar Sicilië afreizen, ook nog seksueel misbruikt worden door hun bazen, en krijgt het verhaal een nog donkerder randje.
Helaas is dit alles geen fictie. In 2017 verscheen in The Guardian het artikel ‘Raped, beaten, exploited: the 21st-century slavery propping up Sicilian farming’. De groep Roemeense vrouwelijke arbeidsmigranten is in tien jaar tijd sterk toegenomen, naar duizenden per jaar. Nadat Italië strenger ging toezien op illegale migratie en ongedocumenteerde migranten, besloten vele boeren voortaan EU-burgers in te zetten die door de wanhopige situatie in hun eigen land lage salarissen en slechte arbeidsomstandigheden accepteren. Weinig vrouwen durven aangifte te doen van de misstanden, uit angst hun baan te verliezen en nergens anders meer aan werk te komen.
Hiermee heeft Volders een heftig onderwerp te pakken. Het maakt Oogst explicieter geëngageerd dan haar debuut. Bij de West-Europese lezer boort de thematiek schuldgevoel aan, hoewel de schrijver niet per se op sterke emoties aanstuurt. Het gegeven is voldoende: dat zoveel Roemeense vrouwen mensonterende omstandigheden verkiezen boven een werkloos bestaan in eigen land. En hoewel het boek zich afspeelt in Sicilië, is het geen ver-van-ons-bed-show: ook wij willen goedkope tomaten in onze supermarkten. Zoals Alina’s vader verzucht in het boek: ‘Onze lage prijzen worden aan alle kanten gesubsidieerd door mensen die het veel slechter hebben dan wij, en door de aarde waarop we leven.’
Via het perspectief van Alina geeft Oogst deze mensen, die gewoonlijk nauwelijks in beeld komen, een stem en een gezicht. Pijnlijk toont de roman hoe er neergekeken wordt op deze arbeidsmigranten, terwijl zij juist slachtoffer zijn van de situatie waartoe ze gedwongen zijn. In de supermarkt kijken andere klanten Alina afkeurend na als ze Roemeens spreekt tegen haar zoontje. De vergelijking is snel gemaakt met de reputatie van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland en België, die net zozeer vastzitten in een afhankelijkheidsconstructie waarbij de werkgever ook de huisvesting verzorgt.
Toch leest Oogst niet als een zware roman. Dat heeft alles te maken met de luchtige schrijfstijl, waarmee de auteur in enkele penseelstreken steeds de sfeer vastlegt. Mooi verweeft ze bijvoorbeeld de veranderende seizoenen door het verhaal, de troost die natuur en muziek bieden, het gevoel van blijdschap dat een bruisende markt kan geven. Ze beschrijft ritmisch de ervaring van het werken in de kas:
Volhouden, tempo houden, een bak nemen, blijven gaan, knielen, planten, sleuren, kruipen, staan, bak wegbrengen, nieuw plantgoed halen, telkens weer van de vochtige dampende kas naar de schelle hitte van het erf, een slag in het gezicht bij elke wissel: buiten het branden van de zon op haar hoofd, binnen de geur van de kas en de vochtigheid als een stomp op haar borst.
Of de manier waarop Alina en haar moeder telefoneren en elkaar de illusie geven dat het goed met hen gaat:
Gesprek na gesprek spinnen de vrouwen elk hun eigen werkelijkheid, een kantwerk met grote gaten: wat wordt verzwegen, wat wordt verteld? Aan weerszijden wordt geschrapt en afgewogen. Halve waarheden, in stukken gebroken verzinsels, aan elkaar gelijmd tot een nieuwe werkelijkheid. Een spiegelpaleis van schone schijn.
Madonna / hoer Oogst is niet alleen een verhaal over uitbuiting en onderdrukking. Ook het moederschap staat centraal. Daarmee past het in een lange rij boeken uit de Nederlandstalige letteren die gaan over moeders. Het motto citeert al uit zo’n novelle, simpelweg getiteld Moeder (1950), van Gerard Walschap: ‘Een vrouw is onuitsprekelijk, maar een moeder dan.’ In Gesprekken met Walschap (1970) vertelde de auteur over die roman aan interviewer Albert Westelinck. Walschap situeerde Moeder tijdens de twee wereldoorlogen omdat ‘deze incommensurabele rampen de gelegenheid bieden tot het heldhaftige moederschap en dit groter doen uitkomen’. Het ging hem erom ‘een maximum van leed [te] laten overwinnen door een natuurmenselijke liefde’. De moeder als geïdealiseerde, liefdevolle heldin.
Lange tijd werd in de letteren vooral óver de vrouw geschreven, en niet door de vrouw. Dat leidde vaak tot stereotype vrouwbeelden. Ook voor hedendaagse schrijvende vrouwen blijft het moederschap echter een ‘explosief onderwerp’, zoals Saskia Pieterse het formuleerde in een artikel in De Groene Amsterdammer. Pieterse verwoordt treffend de gedachte dat voor nogal wat vrouwen ‘de verhouding tot zowel de moeder als het moederschap in gelijke delen gevaarlijke moerasgrond en vruchtbare bodem is’.
Dat gevoel bekroop me ook telkens bij het lezen van Oogst. Volders draagt het boek op aan haar ‘taaie moeder, die een leger leiden kan’. Waar stopt de grens van de ode en begint de idealisering die voorbijgaat aan de moeder als vrouw, als mens?
Daarvoor moeten we vooral kijken naar het perspectief van de zoon, Lucian, dat we in het andere deel van de hoofdstukken innemen. De jongen heeft een hechte band met zijn moeder. Een vader ontbreekt, ze zijn altijd met z’n tweeën geweest. Voor Lucian is het verblijf in Sicilië een stuk zorgelozer dan voor Alina. Hij sluit vrij gemakkelijk vriendschap met twee jongens van zijn leeftijd: de één zoon van een landeigenaar en de ander zoon van een Tunesische arbeidsmigrant die in dienst is van de vader van de eerste. De beschrijvingen van hun jongensavonturen in het bos zijn wat kabbelend, maar waar het wél boeiend wordt is wanneer ze in aanraking komen met seksualiteit.
De Siciliaanse jongen, Paolo, heeft via zijn broer vernomen dat er in een schuur in de buurt ’s nachts feesten, festini, worden gehouden waar schaars geklede vrouwen dansen. De drie jongens besluiten vol opwinding erheen te gaan en kijken van een afstandje toe. Al gauw voelen ze vooral walging. In en rondom de schuur hebben Siciliaanse mannen, zoals de buschauffeur die hen dagelijks naar school brengt, vluchtige seks met hoerig geklede vrouwen. Roemeense vrouwen, hoort Lucian tot zijn schrik en schaamte.
Eenmaal terug op het erf, na een zwijgzame terugtocht, ziet Lucian zijn moeder door het raam van hun schuurtje, sierlijk dansend met haar koptelefoon op. Hij kan niet meer met dezelfde blik naar haar kijken. ‘Is zij zoals die vrouwen daarnet? Wil zij wat zij willen?’ Nee, besluit hij: ‘Hier is het goed, hier is alles goed, zolang ze samen zijn is alles goed.’ Maar de link in het hoofd is gemaakt, het zaadje geplant, het welbekende schema bepaald: dat van de vrouw als moeder (Madonna) óf hoer.
Voetstuk Alina zelf worstelt ook met de reputatie van de Roemeense vrouwen in haar nieuwe omgeving, waar zij zich verre van wil houden. Als tijdens een dorpsfeest, een Madonna-processie nota bene, twee Roemeense vrouwen het podium op getrokken worden en sensueel beginnen te dansen, verlaat ze van schaamte het plein. De sympathieke Maricara die ze ontmoette op de busrit naar Sicilië en daar al jaren werkt, is behulpzaam, maar Alina kijkt neer op haar slordige uiterlijk. In Roemenië zou ze nooit met haar omgaan. Alina’s sterke gevoelens van zelfredzaamheid en onafhankelijkheid zorgen voor een constant aanwezige veroordeling van de andere vrouwen.
Zo werkt er nog een andere Roemeense vrouw op het erf, met wie ze geen enkel woord wisselt. Pas als blijkt dat deze vrouw, Ioana, in volle wetenschap van haar alcoholverslaafde man misbruikt wordt door de baas en ze Alina vraagt om hulp, onderneemt Alina actie – zij het met tegenzin. ‘Ik hoef je niet te helpen,’ zegt ze. ‘Ik wil je ook niet helpen. Ik ben je niets verschuldigd. Maar je moet hier weg, dat is zeker.’ Ze belt via-via een hulporganisatie, die Ioana komt halen. Als een van de medewerkers ook informeert naar het welzijn van Alina, zegt ze: ‘Ik ben niet zo, wij zijn niet zo. Bij ons is het anders.’ Naar aanleiding van dit voorval besluit ze dat haar zoon terug naar Roemenië moet, hij mag niet in deze puinhoop opgroeien.
Lucian protesteert in eerste instantie, hij wil zijn moeder niet alleen achterlaten. Toch kiest hij er in de verrassende ontknoping van het boek uiteindelijk zelf voor om te vertrekken. Alina en Lucian worden steeds vaker uitgenodigd om te komen eten en drinken bij de ouders van Paolo, en de vader, Salvatore, heeft opvallend veel aandacht voor de knappe Alina. Uitgerekend de drie jongens, Paolo, Lucian en Anwar, betrappen de twee in het slot van het boek, vrijend in ‘hun’ hut. De verteller beschrijft: ‘Een jongen die zijn moeder van haar voetstuk ziet vallen, niet kan vatten dat een moeder dat doet, dat zij net als die vrouwen van daarnet is. Een andere die zijn vader niet aankijken kan, zijn vader die zijn moeder bedriegt, […] zijn vader die net als al die mannen is.’
Zonder afscheid te nemen, zonder zijn moeder nog aan te kijken, stapt Lucian kort daarna op de bus terug naar Roemenië. Juist doordat zij voor hem van haar voetstuk is gevallen, kan Alina de ultieme heldhaftige moederrol vervullen: hem laten gaan en zichzelf opofferen. Tegelijkertijd is haar seksuele contact met Salvatore (toevallig of niet: de redder/verlosser) uiteindelijk een bevrijding van deze idealisering: ze is meer dan een moeder; een vrouw met verlangens, de eigenaar van haar seksualiteit.
Deze recensie door Anne Sluijs over Oogst door Sien Volders werd mede mogelijk gemaakt door het ANV.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Sien Volders neemt je mee naar het broeierige Sicilië en weet een perfecte sfeer te scheppen met Italiaanse zinnen en liedjes. Rauw realisme zet de toon als uitbuiting, "thuis", erbij horen, vriendschap, migratie, eigenwaarde ... voorbijkomen. Je voelt de vernedering maar ook de vreugde doorheen dit boek. Het boek eindigt ook met 2 echte uppercuts waarvan je even moet bekomen. Topboek dat voldoende zegt waar nodig. Ook de cover is héél sterk en past echt perfect bij het boek.
Voor mij persoonlijke een mooie kennismaking met Sien Volders. "Noord" ligt al klaar!
Ik las eerder al Noord van Sien Volders en hoewel het inhoudelijk twee totaal verschillende verhalen zijn, zijn er ook wel wat parallelen te trekken: Volders kan zo mooi sfeer scheppen en landschappen beschrijven. Ik voelde tijdens het lezen die verstikkende hitte van een Italiaanse zomer, zag de boven de hoofden uittorende agaves. Maar voelde ook de spanning in de serre, de angst voor wat er zou kunnen gebeuren, dat lijf dat tot in elke vezel pijn doet. Ook de muziek is hier weer duidelijk aanwezig, met een beetje Roemeense, maar vooral Siciliaanse invloeden. Fijn om die al lezend te ontdekken en te beluisteren. Het einde schoot voor mij wat te kort, werd wat te snel afgehaspeld. Maar dat doet uiteindelijk niets af aan de boodschap, want het verhaal drukt ons, "verwende westerse consumenten", immers duidelijk met de neus op de feiten: neen, slechte werkomstandigheden zijn er niet enkel "ginder in China of in de fabrieken in Bangladesh". Het bestaat ook hier, binnen Europa, binnen de grenzen van de Europese Unie. Net zoals het systeem - waar wij als consumenten met onze keuzes deel van uitmaken - toelaat dat we wegwerpkleding kopen gemaakt door kinderen in Bangladesh, laat het ons toe voedsel te kopen dat veel te goedkoop is om er alle werkers in de keten deftig van te betalen. Het zijn dingen die je als enkeling niet kan veranderen, maar waar je door je keuzes - zowel in de winkel als vooral politiek - wel een stem in hebt. En dan tijdens het lezen weten dat Volders de situatie hard en tegelijk nog relatief rooskleurig voorstelt. Dat de keuze om af te wisselen tussen het standpunt van Alina en Lucian zorgt voor de broodnodige, luchtigere kwajongensstreken - zij het ook daar met soms venijnig scherpe stekels. Dat de realiteit (zoek maar eens het artikel in The Guardian op dat haar inspireerde) nog veel harder is...
Een verhaal over Alina die in Roemenië geen werk kan vinden en werk vindt in de kassen van Sicilië. Een schrijnend verhaal dat mooi is verteld en geschreven. Ook een verhaal dat verteld moet blijven worden. Toch had ik wat moeite om echt in het verhaal te komen. Later lukt dat wel. Wel eindigt het naar mijn idee wat abrupt.
Het verhaal van een moeder en een zoon, van liefde en uitbuiting, van vriendschap en verraad en dat in een taal die zo puur is dat het pijn doet, onder je vel kruipt, nazindert...
Een sterk verhaal in een prachtige taal. Zo pijnlijk mooi. Een boek dat je niet onberoerd laat. Met op de achtergrond, tijdens het lezen, de liedjes van de Siciliaanse zangeres Rosa Balistreri als ideale soundtrack.