De meeste columns gaan nergens over. Ze zijn flinterdun. Hebben de diepte van een rubberboot. Weer een mening van weer een stukjesschrijver over weer een onderwerp. Tijdverdrijf, ja tijdverspilling is het, het lezen van de meeste columns. Nee, dan de columns van Andreas Kinneging. Die zijn van een geheel andere orde, van een volkomen ander kaliber. Het zijn glasheldere, sprankelende minicolleges, waar je een heleboel van leert. Columns die voor de verandering ergens over gaan. Die grote thema’s als onderwerp hebben. Zonder flauwe grappen, kinnesinne en vliegen afvangen. Zonder boosheid, azijnpisserij en persoonlijke aanvallen. Columns over ideeën, goede en slechte. Geschreven sine ira et studio. Over de actualiteit en het blijvende, over het verhevene en het verschrikkelijke, over recht en onrecht. En dat allemaal in prachtig Nederlands van onovertroffen klaarheid.
Andreas Kinneging holds the Chair in Legal Philosophy at the Law Faculty of the University of Leiden. He is the editor of a new, three-volume English edition of Nicolai Hartmann's Ethics, and most recently he edited a book on the future of the European Union titled Rethinking Europe's Constitution. The Dutch edition of The Geography of Good and Evil was awarded the Socrates prize in 2006 as the best Dutch book in the field of philosophy.
Kinneging schrijft prikkelend, maar daar het boek bestaat uit gerecyclede columns die enigszins op onderwerp zijn geordend lees je vaak vier à vijf keer achter elkaar ongeveer dezelfde mening (Oxbridge goed, huwelijk goed, diversiteit stom). Voors was het wel zo netjes geweest als de auteur had vermeld waar al deze columns dan toch vandaan komen (te weten het Leids juridisch faculteitsblad NOVUM), maar helaas.
Andreas Kinneging heeft met dit werk mijn inziens een broodnodig boek geschreven. De combinatie van de titel en de afbeelding van de gifbeker van Socrates op de omslag deden mij aanvankelijk vermoeden dat het een werk zou zijn over de geschiedenis van de vrijheid van meningsuiting. Dat bleek niet het geval. Het werk bestaat uit 59 korte hoofdstukjes die allerhande thema's bespreken die doorgaans de hedendaagse maatschappij betreffen. Kinneging doet dit echter door zich geen fluit, maar dan ook geen fluit, aan te trekken van politieke correctheid. Elk dogma wordt in vraag gesteld, elke zekerheid kent zijn kanttekeningen, alles wat niet 'oké' is, vraagt Kinneging zich af waarom dan wel niet? De auteur staat werkelijk bij erg veel zaken stil, en is intellectueel doodeerlijk, een verfrissing in deze tijden. Zelfs de meest vanzelfsprekende zaken in de Westerse 21ste eeuw, zoals seks vóór het huwelijk, worden in vraag gesteld. Met hem akkoord gaan is niet het doel van dit boek, nadenken is het doel, en dat maakt het een topper.
“Daarom moeten we blij zijn met dergelijke dwarsliggers. We moeten hen niet uitschelden en ontmoedigen, maar juist stimuleren en goed naar hen luisteren. Wellicht steken we er iets belangrijks van op. Alleen zo betekent de vrijheid van meningsuiting echt iets. Anders is het niets anders dan een mooie juridische vlag op de modderschuit van een geestdodend sociaal conformisme dat niets van de waarheid wil weten en dus de samenleving doet stagneren en een vorm van tirannie is.” (p. 169)
Ik ben bezig dit boek te lezen, maar heb het nog niet uit. Toch geef ik het alvast vier sterren vanwege de mijns inziens sterke diagnoses van onze westerse samenleving. Bijvoorbeeld over het spanningsveld tussen vrijheid en gelijkheid. De revoluties voor vrijheid 1789) en gelijkheid (1917) hebben het tegendeel bewerkt van wat ze beloofden. Zal de tot nu toe niet gewelddadige revolutie voor broederschap dat wel bereiken? Ook de beschrijving van het 'mensenrechtengeloof' vind ik ontdekkend. Verhelderend is, dat 'discriminatie' steeds meer wordt toegepast op de verhouding tussen burgers onderling en niet op de verhouding tussen de staat en de burgers. Daardoor komt de vrijheid van meningsuiting in onze samenleving steeds meer in gedrang. Ik heb het boek nog niet uit, zoals gezegd. De vijfde ster geef ik, als blijkt dat er na een goede diagnose ook een therapie wordt aangereikt. Voor mijzelf zie ik die in het luisteren en doen naar de geboden van God. Dan zal eerst moeten worden erkend, dat de oorzaak van alle haat en ellende ligt in de val en ongehoorzaamheid van onze voorouders in het paradijs, zoals beschreven in Genesis 3. Maar al in hetzelfde hoofdstuk en daarna steeds helderder wordt ook de weg tot verlossing geopenbaard. Ik lees met plezier en gespannen verder.
Kinneging is vast een vervelend persoon maar daarom kan hij nog wel zinnige dingen schrijven. De man weet ontzettend veel van ontzettend veel dingen en heeft een scherpe pen, ik heb dit boek met veel plezier gelezen.
Jammer genoeg gooit hij “SF” en “detectives” op één hoop met kasteelromannetjes in zijn klaagzang over de teloorgang van de literatuur wat nergens op slaat (en dat zeg ik niet omdat ik van SF houd). Er is zeer slechte SF (van het soort waarbij een slap verhaal toevallig tegen de achtergrond van andere planeten en met groene mannetjes als personages wordt neergezet) maar zeker ook literaire SF.
Sowieso lijkt Kinneging ondanks gejubel over de Schone Kunsten niet zoveel op te hebben met literatuur want verderop beweert hij dat lezen vooral de ratio stimuleert en niet de emotie, en vraagt hij zich af hoe iemand nu bewondering kan hebben voor een fictief persoon! Kinneging heeft vast gelijk dat de Moderne Mens veel mist, maar zelf mist hij volgens mij ook het één en ander.