Vooraf: alvast sorry. Maar ik heb zelden poëzie zo vreselijk gevonden, en ik heb dit boek dan ook (tegen m’n principes) na veel zwoegen niet uitgelezen.
Uit principe lees ik echt álle boeken, hoe verschrikkelijk ik ze ook vind, uit, omdat ik denk dat ik er altijd iets van kan leren. Maar ik zeg je eerlijk: dit kostte me gewoon zoveel negatieve energie dat het maar een keer klaar moest zijn. Ik heb het echt geprobeerd, al driekwart jaar ben ik hierin bezig, en nog steeds niet verder dan een derde geraakt, om nu maar te besluiten dat het voor iedereen beter is dat ik dit niet uitlees. Vaak gebruikte Stassijns voor mij gewoon te veel woorden om uiteindelijk keer op keer bijna hetzelfde te zeggen, allemaal wat omslachtig en onnodig gerekt. Er zat (heel) veel overlap in alle gedichten en had daar best (echt flink) in geschrapt mogen worden. Hoe vaak er wel niet bijna hetzelfde gebeurt of verteld wordt, en ook nog bijna letterlijk dezelfde bewoordingen elke keer. Hoe vaak er wel niet iets ‘geknoopt’ wordt in de paar opeenvolgende gedichten, of hoe vaak een of andere vrouw of engelen zijn ‘geslacht’ strelen. (Ja, ik ben vooral gewoon echt allergisch voor zijn lichamelijke gedichten over seks waarin hij continu naakte vrouwen bijna als voorwerpen beschrijft wiens borsten hij mocht betasten, maar het allerergste vond ik vooral dat hij continu letterlijk dezelfde bewoording ‘(mijn stuwend) geslacht’ gebruikt. Echt ik haat het. Na de zoveelste keer dat ‘zijn geslacht werd gestreeld’ kon ik dit echt niet meer aan en stond het gillen me nader dan het lachen.)
Als iemand me dit allemaal kan uitleggen waarom dit juist een briljante meesterzet is, die ik heb gemist door het niet uit te lezen: be my guest, echt met alle liefde.
Nogmaals sorry, ik kon hier zelf gewoon echt niet meer van maken, maar ik heb zelden een boek met zoveel tegenzin elke keer maar weer opgepakt en radeloos weer weggelegd. (En ik ben vooral heel verbaasd over alle aankondigingen dat met deze bundel er ein-de-lijk nieuw werk weer van hem verscheen waar mensen jaren op hadden gewacht. Dit werk voelt echt alsof het niet uit 2019, maar zo gedateerd dat het uit de jaren ‘60 of eerder had kunnen komen en echt absoluut geen kennis heeft dat het zich bewust is van enige vernieuwing die de poëzie de afgelopen decennia heeft meegemaakt. Het voelt echt weer als een boek van een dichter die in de vorige eeuw een gevestigde naam werd, vind dat hij al heel goed is en zich niet meer hoeft te ontwikkelen (ten minste dat is de energie die ik uit elk gedicht haal, als engelen naar de aarde komen zodat jij hun borsten mag aanraken en zij je geslacht komen strelen (ja sorry mensen, jullie hebben dit nu al drie keer gelezen, maar dan voelen jullie wellicht iets van mijn ergernis dat ik tijdens het lezen had.) Nou goed, een gevestigde dichter uit de vorige eeuw die nu jaren later maar weer uitkomt met een (voor poëzie dikke !!) bundel die (waarschijnlijk, ik heb zijn eerdere werk niet gelezen) eigenlijk weer op hetzelfde neerkomt, en dat maar kan maken omdat ie toch al een gevestigde, stereotype man, dichter uit de vorige eeuw was.)
Excusez le mot voor deze (heel gefrustreerde) recensie.