Jump to ratings and reviews
Rate this book

Het gebeurde

Rate this book

180 pages, Paperback

Published January 1, 2020

6 people want to read

About the author

Dirk Ayelt Kooiman

25 books4 followers
Kooimans vader was hoogleraar kerkgeschiedenis. Als 'zoon van de professor' waren de verwachtingen van zijn ouders hooggespannen. In een interview met Vrij Nederland zegt hij daarover: 'Tot mijn achttiende ben ik zo'n beetje bezig geweest met aan die druk van mijn milieu te onttrekken.'

Kooiman studeerde geschiedenis en filosofie in Amsterdam. De thematiek in Kooimans boeken is dan ook niet van een filosofische inslag ontbloot. In de boeken van Kooiman spelen verbeelding en werkelijkheid, vervreemding en identiteitsproblemen een grote rol. Ook kunst, literatuur en muziek staan vaak centraal.

Kooiman werd tot schrijven aangezet door de kunstschilder Wim de Haan. In 1971 debuteerde hij met de verhalenbundel Manipulaties. De grote stilte (1975) werd bekroond met de Van der Hoogtprijs 1977. Kooimans grote doorbraak kwam in 1982 met de roman Montyn, het levensverhaal van de schilder Jan Montyn die in de oorlog collaboreerde. Kooiman maakte opnamen van gesprekken met Jan Montyn en reconstrueerde zo zijn leven.

In 1974 richtte Kooiman samen met Thomas Graftdijk het literaire tijdschrift De Revisor op. Met onder meer Doeschka Meijsing, Nicolaas Matsier en Frans Kellendonk behoorde Kooiman tot de zogenaamde Revisor-groep, ook wel aangeduid als de Academisten. Ze zetten zich af tegen realistische, anekdotische literatuur. Kooiman schreef een aantal filmscenario’s, onder andere voor 'Prettig weekend, meneer Meijer' van Orlow Seunke en 'De Dream' van Pieter Verhoeff.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
1 (9%)
4 stars
6 (54%)
3 stars
4 (36%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Roosje De Vries.
226 reviews10 followers
December 9, 2020
De eenzame mens

*lichte spoilering*


‘Hij had er altijd een hekel aan gehad terug te kijken naar het verleden. Personen van vroeger, of hij nu goede of slechte herinneringen aan hen bewaarde, ging hij uit de weg. Beladen plaatsen, van straten tot halve stadsdelen, meed hij. Bracht iemand ongevraagd zijn persoonlijke achtergrond naar voren, zijn naaste familie, zijn kinderjaren, dan werd zijn afkeer groter naarmate het relaas verder afdaalde in de tijd, Hijzelf was op dat vlak dermate terughoudend, dat hij de indruk kon wekken dat hij iets verborg, misschien wel een slecht geweten had. Hij bewaarde ook zelden iets. Zijn persoonlijke brieven gooide hij gewoonlijk in de prullenmand, bijna gretig, alsof hij de toekomst ervoor wilde vrijwaren, of hij stopte ze zo zorgvuldig weg, dat hij het bestaan ervan vergat.’ (2020: 7)


Dit uitgebreide citaat is nodig om de toon van de roman te kunnen voelen: inhoudelijk en qua stijl. Enerzijds komen stijl en inhoud overeen: een eenzelvige man, een kille man bijna, en een zeer afstandelijk maar zeer precieze stijl. Anderzijds duidt de afstandelijke stijl erop dat de hoofdpersoon, de ‘hij’, een naam krijgt hij niet, er alles aandoet om niet ‘bij zijn gevoel te komen’. Ik ben er niet helemaal zeker van of dit begrip nog veel gebruikt wordt. De ‘hij’ houdt zijn leven, zijn gevoel daarover zo ver mogelijk buiten schot. De lezer voelt aan zijn klompen aan dat de ‘hij’ niet zo’n koele kikker, zo’n afstandelijke eigenheimer is als waarvoor hij zich uitgeeft. Dat ‘schuurt’ zo lekker: de grote tegenstelling tussen die mega afstandelijke schrijfstijl en het grote verdriet dat je als lezer direct vermoedt bij deze eenzaat.

Even kort wat de ‘hij’ meemaakt. De ‘hij’ is een fotograaf, hij gaat verhuizen en moet derhalve zijn boeltje bij elkaar zoeken en tegelijk zijn dagen anders indelen; zijn arbeidzaam leven is eveneens voorbij. Zijn nieuwe slaapkamer lijkt op zijn jongenskamer van vroeger en instandly komt de stroom herinneringen aan vroeger als een sneeuwlawine zijn bewustzijn binnen denderen. Ik weet het, mijn metaforen zijn verre van origineel.
Eerst herinnert hij zich zijn afkeer van naar schoolgaan, behalve als hij verliefd was. En dan de hekel aan het verplichte kerkbezoek. Zijn weinig liefhebbende moeder; zijn afwezige vader, organist en dirigent; de kostgangerse die hem op haar schoot trok om verhalen uit de kinderbijbel te vertellen; de smiechtige ontrouw van zijn vader; zijn gebrek aan concentratie op school en in de kerk; zijn opgeknapte racefiets en zijn tochten in de omgeving; zijn unheimische gevoel over sensualiteit. Dat culmineert allemaal in de uithuiszetting van de ‘hij’ door zijn moeder, die hem nog eventjes fijntjes naroept dat zij hem helemaal niet wilde hebben, want zijn twee oudere broers waren haar genoeg. Hopla, down the drain met een mensenleven!

Hij gaat in de leer bij een fotograaf; eentje die technische foto’s maakt van objecten, voor reclamedoeleinden en zo. Tijdsaanduidingen zijn vaag, maar het moet zo jaren zestig zijn, vorige eeuw natuuriljk. Hij neemt niet meer de moeite om naar de kapper te gaan en vreest aangezien te worden voor ‘werkschuw tuig’. Tegelijk vindt hij dat ook niet erg.
Zijn angst voor meisjes neemt langzaam af, door allerlei ontmoetingen die hij met ze krijgt. Ik zeg het verkeerd, het niet de angst voor meisjes die afneemt, want die blijft eigenlijk bij voortduring, maar ontmoetingen, vluchtig of wat minder vluchtig nemen toe naarmate de tijd vordert. Hij kan de zaak overnemen van baas Henk van Studio Hank (ja, grapje), maar dat gebeurt net in een slechte tijd: oliecrisis en zo. Bovendien komt hij niet meer toe aan eigen, ‘kunstzinnig’ (mijn term, rdv) werk van het zorgvuldig technisch fotograferen van oude stoomgemalen. Zijn leven lijkt voortdurend te stagneren tot hij Saskia tegenkomt, een voormalige balletdanseres, die in een kraakpand woont en een kunstopleiding volgt. Hij raakt geobsedeerd door haar en zij gedraagt zich helemaal niet zoals hij zou willen. ‘Afgunst. Achterdocht.Jaloezie.’ (ib.: 179).

Jammer dan, net als het verhaal wat vaart begint te krijgen is het afgelopen. Kooiman overleed voordat hij de roman kon voltooien. Uitgever en erven hebben ervoor gekozen de roman in onvoltooide staat te publiceren. Je kunt als lezer alleen maar gissen wat er nog staat te gebeuren. Je kunt er je eigen draai aangeven.

Het begin, of misschien wel drie kwart van het verhaal doet wat stroperig en statisch aan. Ik heb dat boven al aangegeven: een heel precieze maar zeer afstandelijke, haast objectiverende stijl. Die dan enerzijds past bij de grote eenzaat die de ‘hij’ is of pretendeert te zijn, maar anderzijds moet verhullen dat de ‘hij’ een getraumatiseerd persoon is, die er alles aan doet niet geconfronteerd te worden met ‘vroeger’.

Nu ik dat zo opschrijf kun je denken dat dit een psychologische roman is, maar dat is niet zo. Kooiman hoorde met onder andere Nicolaas Matsier, Doeschka Meijsing en Frans Kellendonk, en in het begin geloof ik ook Oek de Jong tot de Revisor-oprichters slash -generatie, ook wel de ‘Academisten’ genoemd. Zij waren door de bank genomen tegen verhalende, realistische en anekdotische literatuur. Dat betekent dat de nadruk niet ligt op wat er gebeurt met de personages in het verhaal, op het navertellen van de realiteit. Daarom is het dan ook geen psychologische roman. De nadruk ligt op hoe het verhaal verteld wordt, verbeeld wordt. Op de stijl zou je ook kunnen zeggen. Door de stijl, door de verbinding van de motieven en thema’s en hoe dat gebeurt moet de essentie van de roman duidelijk worden; misschien nog beter: verbeeld worden. Ik denk dat dit streven het meest duidelijk wordt in het werk van Frans Kellendonk, het meest zichtbaar wellicht in zijn Mystiek lichaam. Stijl is belangrijk, de opbouw, de verdubbelingen en spiegelingen van thema’s en motieven zijn veel belangrijker dan het vertelde an sich.

Dat zie je in deze laatste roman van Kooiman ook. Ik heb er al wat over gezegd: die afstandelijkheid van stijl en de nauwgezetheid daarvan; die zie je weerspiegeld in de fotografie van de ‘hij’. Technisch perfect, zonder dat er mensen op staan. En als hij mensen fotografeert dan neemt hij zichzelf. In het begin neemt hij een tijdlang iedere morgen vrijwel hetzelfde portret van zichzelf. Zelfportret, dus, maar dat is wel erg veel ‘zelf’. Hij weet niet waarom hij het doet, al visualiseert hij zich zijn foto’s op een museale wand. Enerzijds lijken het allemaal dezelfde portretten en toch zijn ze dat niet. Technisch moeten ze gelijk zijn: qua houding, kleur, licht etc. De goede observator ziet de kleine verschillenen. Wil hij dat alles hetzelfde blijft? Ja, aan de ene kant wel. Hij wil ook zijn stempel op de wereld drukken of laten we bescheiden zijn en zeggen een eigen afdrukje op de wereld achterlaten - dat past mooi bij het fotografiemotief. Wie aan foto’s en donkere kamers denkt, denkt direct aan WF Hermans, De donkere kamer van Damokles, toch? Ik vermoed dat Kooiman die referentie bewust maakt. Fictie en werkelijkheid. Bestaat die werkelijkheid eigenlijk wel?

Verdubbelingen of spiegelingen - ik weet eigenlijk niet welke term ik het best kan gebruiken - zie je in de personages van de vader en leermeester Henk, en de half gehate boekhouder: tamelijk afwezig en ze poetsen ook heel snel de plaat, dwz gaan weg of gaan dood, maar dat ligt voor de hand bij een tamelijk afwezige persoon; het zomaar weggaan is een logisch gevolg van het afwezig zijn. Andere verdubbelingen: de moeder zonder liefde en de meisjes die hij bij voortduring oppikt tot er een verschijnt die hij wel wil maar zij hem niet, net zoals zijn moeder hem niet wilde.

Ik moest bij deze roman ook direct denken aan de personages bij Oek de Jong; die van Opwaaiende zomerjurken, Pier en Oceaan en Zwarte schuur staan me het meest voor ogen. Dat zijn ook van die stille jongens, die zich nergens thuis voelen en zich ook in het eigen gezin misplaatst voelen - letterlijk en figuurlijk -. Over Zwarte schuur was ik niet enthousiast. Ik zou willen zeggen: nee, lees dan deze onvoltooide roman van Kooiman! Die is veel beter! Echt!



Over de auteur:

Dirk Ayelt Kooiman (Amsterdam, 3 januari 1946 – aldaar, 2 oktober 2018) was een Nederlands prozaschrijver en essayist.

Kooiman kwam zowel van vaders- als moederszijde uit families van predikanten en was een zoon van prof. dr. Willem Jan Kooiman (1903–1968), luthers predikant en hoogleraar, en Margaretha Alida Wumkes (1902–1996). Zijn moeder was een dochter van hervormd predikant dr. Geert Aeilco Wumkes (1869–1954) die bekend is geworden om zijn kerkhistorische werken, maar ook omdat hij op 3 januari 1915 de eerste officiële kerkdienst in het Fries hield, in Tzum. Hij werd genoemd naar de broer van zijn moeder Dirk Aijelt Wumkes (1904–1995), leraar aan een lyceum; zijn andere oom, Ate Dirk Wumkes (1911–2001), was eveneens een predikant.

Kooiman was met Thomas Graftdijk oprichter en redacteur van Soma (1968–1972). Hij geldt, met Doeschka Meijsing, Nicolaas Matsier en Frans Kellendonk, als een uitgesproken representant van het literair tijdschrift De Revisor, dat als opvolger van Soma door hem en Graftdijk in 1974 werd opgericht en waarvan hij tot 1994 redacteur was. Hij zette in De Revisor zijn opvattingen over literatuur uiteen, die onder meer inhielden dat de anekdote en het realisme niet in de literatuur thuishoorden, maar wel vorm, verbeelding en reflectie. Hij en zijn medestanders stonden een meer op verhaalanalyse gerichte, geconstrueerde schrijfwijze voor, die de Revisor-auteurs de door de criticus Aad Nuis bedachte bijnaam 'Academisten' opleverde. Door wisselingen in vertelperspectief, manipulaties met het tijdsverloop en geraffineerde spiegeleffecten met personages en verhaalmotieven vertelde Kooiman een verhaal op een zeer gestructureerde, analytische manier, die door lezers als gekunsteld kon worden ervaren, maar logisch voortkwam uit de literatuuropvatting die hij in essays had uitgedragen.

Kooiman schreef romans en verhalen. Veel van zijn hoofdfiguren zijn twijfelende mannen met een onzekere kijk op zichzelf en op de werkelijkheid om hen heen. Met Een romance (1973) bereikte hij een groot publiek. Hij trok ook de aandacht met De grote stilte (1975) en De vertellingen van een verloren dag (1980). Zijn bekendste boek is de "non-fictieve roman" Montyn uit 1982, waarin hij het levensverhaal van de kunstenaar Jan Montyn optekende. Door de lineaire verhaalvorm wijkt het af van de uitgangspunten waarmee Kooiman als voorman van De Revisor bekend is geworden. Kooiman schreef ook een aantal film- en televisiescripts, onder meer voor Prettig weekend, meneer Meijer (1978) en De smaak van water (1982) van Orlow Seunke en De Dream (1985) van Pieter Verhoeff.

Hij overleed op 72-jarige leeftijd.

Citaat (1977)
Het verhaal wordt corrupt op het moment dat er sprake is van inhoud, het volmaakte verhaal is het lege verhaal.




Bibliografie
1971 – Manipulaties (verhalen)
1973 – Een romance (roman)
1974 – De theorie van de opiniërende identificatiereflex of: Kousbroek wast niet meer wit (essay)
1974 – Souvenirs (verhalen)
1975 – De grote stilte (roman), in 1977 bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs
1976 – De schrijver droomt (verhalen)
1978 – Carrière (verhalen)
1978 – Prettig weekend, meneer Meijer (filmscenario)
1979 – Niets gebeurt (verhalen)
1980 – De vertellingen van een verloren dag (roman)
1981 – Alles moet anders. Op weg naar een rechtvaardig en doelmatig kunst- en kunstenaarsbeleid (essay)
1982 – Montyn (biografische roman over Jan Montyn)
1982 – De smaak van water (filmscenario, gebaseerd op De bezoeker van György Konrád)
1985 – Wie doet mij de tekens verstaan (monografie, met Jan Bor en Tom Lenders)
1985 – De Dream (filmscenario in het Fries, met Johan Frieswijk, Hans Sleurink en Pieter Verhoeff)
1990 – De afwezige (roman)
1996 – De terugkeer (roman)
1998 – De verdwenen weg (novelle, met etsen van Pieter Holstein)
2001 – Victorie (roman)
2007 – Oefenen in ontsnappen (verhalen)
2013 – Het geheim van Carmen (verhalen)








Bibliografie:

Titel: Het gebeurde
Auteur: Het gebeurde - onvoltooide roman
Uitgever: Uitgeverij De Harmonie
Jaar van uitgave: 2020
Aantal pagina’s: 190
ISBN: 978 94 6336 083 8
Profile Image for Peter Boot.
286 reviews3 followers
November 13, 2020
Aanvankelijk las ik het 'gebeurde' uit de titel als een zelfstandig naamwoord, en verwachte een trauma of dramatische gebeurtenis uit het verleden die langzaam duidelijk zou worden. Maar na verloop van tijd lijkt 'het gebeurde' eerder een zin die aangeeft dat de hoofdpersoon het leven vooral ondergaat. Het is leven bestaat uit de dingen die hem zijn overkomen.
In zijn vroege jeugd ('zijn', want ik geloof niet dat we een naam hebben gezien) bestaat zijn leven vooral uit het zich afsluiten voor kerk, school en familie. Later koopt hij een fiets, en dat was een moment waarop ik dacht: dit is het moment waarop hij zijn leven gaat vormgeven. Zeker als hij daarna besluit om niet meer mee te gaan naar de kerk.
Maar de rest van het leven komt van buitenaf: zijn moeder geeft hem de advertentie van een fotograaf die een assistent zoekt, de fotograaf geeft hem een vak en een leven. De vrouw van de fotograaf leert hem de liefde kennen. Zijn ambities om de fotografie als kunst te beoefenen legt hij terzijde, eigenlijk met geen betere reden dan dat 'het gebeurde'. Verder leidt hij een eenzaam leven, ondanks zijn kennelijke handigheid in het oppikken van kortstondige geliefden. Wat de grote liefde zou moeten worden blijft ongewild een vader-dochter-achtige verhouding.
Maar dat is ook het moment dat dit onvoltooide boek afbreekt; de flap zegt dat het bijna af was. Ik had zelf nog niet het idee dat afronding in zicht was. Het boek doet soms aan Van Schendel denken, met zijn extreme tijdsverdichting. Maar in de eerste bladzijden is de held duidelijk gestopt met werken ('in zijn nadagen', zegt de tekst). Ik had niet het idee dat we in de min of meer chronologische vertelling die dan volgt alweer bij de pensioentijd waren aangeland.
Het is niet helemaal duidelijk of het de stijl van de vertelling is die heel erg op afstand blijft, of dat de hoofdpersoon zelf er nauwelijks een gevoelsleven op na houdt. Een intrigerend personage is het wel geworden. In elk geval is het een boek waar alle andere personen nevenfiguren zijn en waar nauwelijks sprake is van een plot; wat het boek je ter contemplatie aanbiedt, is de levenshouding van de hoofdpersoon.
Displaying 1 - 2 of 2 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.