er waren twee aspecten van het boek wat ik erg op prijs stelde. het eerste is de structuur van het boek, de pacing en hoe lang van den broek bleef hangen bij een onderwerp. het taalgebruik was simpel waardoor de concepten makkelijk te begrijpen waren. ook de hoofdstukken waren niet lang en hadden een goede introductie en conclusie. de opbouw van het boek was erg logisch en goed gestructureerd. ze begon met makkelijkere concepten die de meeste mensen misschien al bekend voorkomen. Daarna zoomde ze in op nederland en het witte perspectief. Uiteindelijk kwam ze met specifieke voorbeelden en ook strategieën om een productieve en niet vijandige conversatie aan te gaan over racisme.
het andere aspect wat ik heel fijn vond waren de specifieke voorbeelden, de strategieën en tips. veel van de theorie die werd besproken door van den broek in de eerste helft van het boek was ik al bekend mee, maar het was fijn om de nederlandse term voor sommige woorden te krijgen (zo wist ik bijvoorbeeld niet dat intersectionaliteit in het nederlands ook kruispuntdenken word genoemd). vooral de tweede helft van het boek heeft me veel geleerd over hoe je door middel van de transformatieve dialoog goed kan communiceren met mensen die (radicaal) van standpunt verschillen. ik dacht dat dit boek in de context van wilders die de verkiezingen heeft gewonnen handig zou zijn om te lezen, en ik ben ook zeker erg tevreden.
dus, hoewel het boek me misschien niet zo erg tot het denken heeft gezet als andere boeken over racisme dat hebben gedaan, heeft het me wel meer houdvast en hoop gegeven over hoe ik voortaan situaties kan aanpakken als ik zie dat er iets mis gaat. verder geloof ik dat het voor veel mensen (vooral in nederland) wel veel nieuwe informatie kan bevatten en raad ik het iedereen aan om te lezen.