Decennialang was Arthur Docters van Leeuwen een van de invloedrijkste ambtenaren van Den Haag. Hij gaf vorm aan de moderne rampenbestrijding, loodste de Binnenlandse Veiligheidsdienst uit de Koude Oorlog, maakte korte metten met de omstreden opsporingsmethoden van politie en justitie en gaf vorm aan de zorgplicht van banken en verzekeraars voor de consument. Bij dat alles zocht hij de publiciteit niet veel, maar des te meer zocht de publiciteit hem. De beeldvorming rond zijn persoon groeide zo tot bijna mythische proporties.
In Een spoor van vernieuwing vertelt Arthur Docters van Leeuwen openhartig over zijn jeugd, getekend door het vroege overlijden van zijn vader, ziekte en depressie. We zien hoe hij in 1969 als leergierige jonge ambtenaar zijn opwachting maakt om zich op te werken tot in de bovenste regionen van Den Haag. Daarbij laat hij zich kennen als een barokke persoonlijkheid. Zijn herinneringen laten zich lezen als een bloemrijk levensverhaal, als handboek voor verandermanagers en als survivalgids in de Haagse jungle. En in de kantlijn komt de lezer ook nog te weten hoe men beheerst spoken uit zijn kamer kan verwijderen.
De memoires van Arthur Docters van Leeuwen zijn opgetekend door Lars Kuipers. Docters van Leeuwen overleed op 14 augustus 2020, vlak na het voltooien van het manuscript.
Heldere taal wat denk ik ook wel een weerspiegeling is hoe Arthur vraagstukken aanvloog in zijn werk. Verwarrend ook dat zelfs zo’n iemand, met een dergelijke staat van dienst gewipt kan worden zonder ooit te begrijpen waarom. En toch doorgaan, het beste willen doen op een volgende plek en niet rancuneus wordt.
Wat mij betreft vaste kost voor ambtenaren met ambitie.
Het boek leest fijn weg en betreft een eerlijke (soms iets té eerlijke) beschrijving van de carrière van een topambtenaar. Die overigens ook zijn eigen kwaliteiten graag onder de aandacht brengt; zie de ondertitel ‘een spoor van vernieuwing’ en zinnen als ‘binnen het college was [persoon X] de beste jurist, op mij na dan.’ In alle eerlijkheid kan je het eerste hoofdstuk ook overslaan - tenzij je heel graag ‘denkend aan mijn jeugd’ verhalen leest. Niet in de laatste plaats omdat karaktervormende kwesties volgens mij niet echt z’n plaats vinden in het vervolg van het boek.
Mooie inzichten van het boek komen vooral uit het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, hoe de positie van topambtenaren zich tot een weerbarstige (politieke) realiteit moet verhouden. Bijna alle interessante citaten uit het boek zijn overigens niet van Docters zelf, maar van anderen. Een van de citaatjes die tot de verbeelding spreekt:
“In het achterhoofd had ik een wijsheid die ik ooit had opgedaan van CDA-kopstuk Elco Brinkman. Die zei altijd: ‘organogrammen hoef ik niet, slaat u die maar over.’ Dat heb ik goed onthouden. Organogrammen zijn obligate verhalen waar je niks mee opschiet; na een paar maanden blijken ze altijd heel anders te zijn. Je kunt veel beter mensen hun verhaal laten doen.”
Absoluut de moeite waard! Deze memoires zijn prettig geschreven en al lezende maak je kennis met een hardwerkende, creatieve en kritische Docters van Leeuwen. Naast zijn observaties en scherpe humor, is er veel ruimte voor zelfreflectie. Tot slot, het boek zit vol met allerhande tips over de omgang met ministers en ministeries. Een aanrader voor iedereen die geïntereseerd is in politiek en bestuur.
Mooie inkijk in het leven en de psyche van ambtenaar Docters van Leeuwen over zijn tijd bij financien, de veiligheidsdienst en BZK. Hij vertelt zonder blad voor de mond. Soms roept het wel de vraag op hoe andere mensen terugkeken op bepaalde situaties omdat je alleen leest vanuit het perspectief van DVL - wat vaak erg gekleurd (en daarom zeer vermakelijk) leest.
must read voor elke (Haagse) ambtenaar. veel tips voor leiders/leidinggevenden. onbescheiden, maar ook ruimte voor zelfreflectie en subtiele en villeine humor. moet bijzonder zijn geweest om met hem te werken.