De geboren Moskoviet Joeri Kazakov (1927-1982) trok er al vroeg op uit om de rest van Rusland te verkennen. Het landschap en de bewoners van Noord-Rusland boeiden hem het meest. Hier spelen de meeste van zijn verhalen zich af. Bijvoorbeeld Teddy, de geschiedenis van een beer, dat eerder bij De Wilde Tomaat verscheen. In Het vervloekte noorden kijkt de hoofdpersoon vanuit het decadente Jalta, waar hij vakantie viert (en Tsjechovs huis bezoekt) terug op zijn barre tijd op een trawler op de Barentszzee. Uiteindelijk geeft hij toch de voorkeur aan het noorden.
In een schrijvershuis in Letland maakte Kazakov kennis met Konstantin Paustovski. Hij droeg Manka, een verhaal dat aan de Witte Zee speelt, aan hem op in de hoop dat hij Paustovski mee zou krijgen op een reis naar die contreien, maar diens astma verhinderde dat. Kazakov bezocht hem daarentegen vaak in zijn huis in Taroesa, 100 kilometer ten zuiden van Moskou. In zijn nawoord gaat de vertaler nader in op de relatie tussen de twee schrijvers.
In 1970 kreeg Kazakov in Italië de prestigieuze Dante-prijs voor zijn verhalen (38 in totaal).
Yuri Pavlovich Kazakov was a Russian author of short stories. He started out as a jazz musician, but turned to publishing his stories in 1952. He attended the Maxim Gorky Literature Institute, graduating in 1958. Kazakov was born to a worker's family in Moscow and grew up in the old Arbat area, which has today been turned into a tourist attraction but in the mid-1900s was the focal point of Russian culture. He emerged as a writer only thanks to the short period in recent Russian history known as "the Thaw", but in the mid-1960s, this period gave way to stagnation in culture and public life. Kazakov produced some of his best stories in the 1970s, which dealt with the merging of two souls, the soul of the newborn and the soul of the poet at the end of his life.
Kazakov died on November 29, 1982 and was buried in Vagankovo Cemetery in Moscow.