Het boek gaat over Merisse, zij woont samen met haar moeder, Asmat, op een van de eilanden, een eind van de hoofdstad vandaan. Zij wonen in een groot huis samen met vele bedienden, Khand, wezens die lijken op tengere, bleke mensen met vleugels die goed kunnen praten; Hinnaraut, de kleine speelse boomwezens die gevoelens aanvoelen en K’tauri, een soort paarden met als hoeven handen van een mens en als kop een gezicht, zij kunnen een beetje praten. De gebeurtenissen spelen zich niet alleen af op dit eiland maar ook in de hoofdstad, Poseidia, en nog later op zee. Over de tijd kun je niets zeggen omdat dit niet word vermeld in het boek. Het is een fantasy boek en dit betekend dat je niet kan raden in welke tijd het speelt. Merisse wordt ontvoerd door baron Peon, al ontkent hij dit en zegt dat zijn Khand, de Maarschalk, uit eigen initiatief handelde, die dit natuurlijk beaamd. Merisse komt hierdoor in de hoofdstad terecht en krijgt hier de vrije hand, dit zorgt ervoor dat ze snel, in een korte tijd volwassen wordt. Asmat komt naar de hoofdstad, precies zoals baron Peon wilde, maar ze kent haar dochter niet meer terug. Merisse loopt weg en verblijft bij de Maarschalk in huis. Asmat organiseert een feest om te vluchten voor het komende einde, en ze vlucht, met vele andere de zee op. Onderweg vind ze haar man terug en vlucht ze met hem naar het land aan de andere kant van de zee. Ondertussen blijft Merisse in Poseidia en de slaaf die ze vrijgekocht heeft zorgt ervoor dat ze nog net op tijd kan vluchten voor de ondergang van de stad.
Wim Gijsen was (naast zijn werk als dichter, hoorspelauteur en schrijver van literair werk) een van de eerste Nederlandse schrijvers van moderne sciencefiction en fantasy die doorbrak bij het grote publiek. Hij schreef al jaren literair proza, gedichten, kinderboeken en diverse werken over de dood, het hiernamaals, meditatie, vegetarisme en yoga, voordat hij in 1980 het sciencefiction boek De eersten van Rissan schreef. Een jaar later volgde het aansluitende slotdeel De koningen van weleer. Daarna schreef hij tot zijn dood nog een tiental fantasyboeken, waarvan de trilogieën Deirdre en Merisse het bekendst zijn. Hij volgde cursussen keramiek en psychotherapie, was actief bij de Pacifistisch Socialistische Partij en deed naast het schrijven aan beeldhouwen. Ook vertaalde hij meerdere boeken (o.a. enkele van Julian May).
Zijn laatste boek 'De ceders van Urtan' was niet af toen hij stierf, collegaschrijver Peter Schaap heeft dit deel voltooid.
Aardig verhaal. Waarin een 'slechte' Khand uiteindelijk toch niet zo slecht blijkt te zijn. Een van de weinige Nederlandse fantasy-boeken,. Stukken beter dan een vorige reeks (Iskander de Dromendief).
Merisse, een jong meisje, raakt betrokken bij de politiek van Poseidia als Baron Peon haar ontvoert. Dit tot grote voldoening van de baron, die vanaf dat ogenblik meedogenloos druk kan uitoefenen op de achtergebleven moeder, een gezaghebbend aristocrate.
Na enige tijd komt Merisse er achter dat de Baron haar wil gebruiken, en keert, onwillig, bij haar moeder terug, alleen om tot de ontdekking to komen dat die niet veel tijd voor haar heeft, en vlucht ze weer naar Baron Peon. Ze heeft niet in de gaten dat hij haar alleen maar wil gebruiken om haar moeder te dwingen tot handelingen die zij niet wil. Uiteindelijk helpt de Maarschalk, een Khan'd, haar te ontsnappen uit de greep van de Baron.
Blijkbaar is het niet altijd een goed idee om boeken uit je jeugd opnieuw te lezen.
Ik kwam deze tegen in een 2e hands boekwinkel, en daar is ie nu weer naar toe. Ik herinnerde me Wim Gijsen vooral als een Nederlandse Jack Vance-adept. Dit boek is minder Vance, en meer pseudo-spiritueel gedoe. Wat me nu ook erg tegen opviel, en me stoorde was hoe Merisse als jong puber meisje door een hoop andere karakters als volwassen vrouw en zelfs seksobject behandeld wordt. Vooral bedenkend dat Gijsen al een middelbare man was toen ie dit boek schreef, komt dat erg creepy over.
Voor de rest is het plot meer iets wat de hoofdkarakters overkomt dan iets dat gedreven wordt door hen beslissingen, en een vrij dicht opgelegde variant van het Atlantis verhaal.
Gevonden in een minibieb en met warme herinneringen aan de schrijver aan begonnen. Een sf-variant van een driestuiver-romannetje. In 1989 wisten we nog niet wat een tsunami was, het verschijnsel is hier goed en geheimzinnig beschreven. Beetje erg veel #metoo.
Het verhaal begon hoopvol.....maar was zonder diepgang en spanning.
Na 80% gelezen te hebben besloot ik om mezelf niet langer te kwellen. Dat was precies toen ik las "de zee was als de huid van een jong meisje". 🤢 Dit was voor mij een beetje de druppel. Ik ben niet de behoefte om de sexuele behoeftes en handelingen te lezen van een twaalf-jarig meisje. Is de schrijver een pedofiel?