Recensie Volkskunde, 2021, 122/1
De achterflap van dit werk opent met de zin Interculturaliteit is al jaren een zeer actueel thema. Dit is uiteraard een absoluut correcte uitspraak. Meer zelfs, er zijn weinig wetenschappen die zo’n snelle ontwikkeling doormaken als dit domein. Eigenlijk is het een open deur intrappen. Het is daarom des te merkwaardiger dat in dit boek de geraadpleegde werken eerder sporadisch rekening houden met de evoluties in de studie van de interculturaliteit en alle themata die daar direct of indirect mee verbonden zijn. Heel wat namen die nu mee aan de orde zijn, vind ik niet terug. Er is geen spoor van bijvoorbeeld Michael Byram, Richard Fay, Anwei Feng, Mike Fleming, Irina Golubeva, Prue Holmes, Ildikó Lázár, Karen Risager, Louise Tranekjær of Manuela Wagner. Dit is echt maar een greep uit de heel lange lijst namen van onderzoekers die volop over dit onderwerp publiceren en mee aan de weg timmeren. Martyn Barrett (2013) en Darla K. Deardorff (2006 & 2009) krijgen respectievelijk één en twee vermeldingen naar vroeger werk. In de studie van interculturaliteit is 2013 lichtjaren geleden. Vooral omwille van het werk dat onder anderen Michael Byram en Martyn Barrett ondertussen hebben geleverd voor de Raad van Europa. Barrett heeft een leidende rol bij de uitwerking van het Reference Framework of Competences for Democratic Culture. Dat dit werk niet voor het voetlicht werd gebracht lijkt me des te merkwaardiger omdat de auteurs allemaal filologen zijn en dus ook – gezien een aantal bijdragen in dit boek – op de hoogte zouden moeten zijn van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. Uit het eigen Leuvense huis mis ik bovendien referenties aan bijvoorbeeld Lies Sercu, Lut Baten of Jan Van Maele. Kortom, dit boek lijkt eerder historisch descriptief dan een bijdrage tot het actuele debat. Daar is uiteraard niks mis mee, maar het is wel een gemiste kans en eigenlijk ook een beetje een foute voorstelling. Het is wat misleidend dat men in het voorwoord stelt dat deze bundel syntheses brengt van recent wetenschappelijk onderzoek.
Deze wat negatieve inleiding wil verder geen afbreuk doen aan de kwaliteiten van dit boek als een handboek voor studenten en als historisch academisch referentiekader dat de student kan inleiden in de studie van de interculturaliteit. Maar ook niet meer dan dat, een historische inleiding. Terecht staat verder op de flap dat het boek door de gebruikte stijl heel toegankelijk is voor al wie een inwijding in deze snel evoluerende en vooral heel diverse thematiek wil. Na de historische inleiding is het boek opgesplitst in drie delen: grenzen, beelden en taal. Die opsplitsing is het gevolg van de specialisatie van de auteurs.
In het inleidende hoofdstuk schetst hispanologe Nadia Lie het historische kader voor dit multidisciplinaire boek. Ze verklaart heel duidelijk de concepten multiculturalisme, interculturalisme en transculturalisme. Maar net in dit hoofdstuk mis ik de link met de hedendaagse uitwerking die o.a. door de door Lie aangehaalde Barrett en Deardorff is gebeurd en blijft de dichotomie statisch-dynamisch hier toch wel wat onderbelicht. Met alle respect voor Todorov overigens, maar die heeft op dit gebied echt wel zijn tijd gehad.
In het deel Grenzen houdt sinologe Carine Defoort met recht en reden een pleidooi voor multiregionaliteit. Ze bespreekt de absolute noodzaak om onze blik te verruimen. Een groeiende vertrouwdheid mag dan wel geen waarborg zijn voor openheid, ze is wel een voorwaarde in een wereld waarin de westerse wereld willens nillens met landen zoals China zal moeten rekening houden. De stap naar andere culturen is inderdaad nodig, maar het is wel nodig om die stap te zetten. Defoort doet enkele voorzichtige stappen.
Vervolgens beschrijft historicus en slavist Idesbald Goddeeris in de twee volgende hoofdstukken de migratie in België. De titel van het eerste hoofdstuk verraadt een terugblik op de migratie zelf, het tweede hoofdstuk concentreert zich op de ontvangst van de migranten en de discussie over identiteit, waarbij verschillende identiteitsvormende elementen aan bod komen. Dat het beleid heel vaak erg onduidelijk was of zelfs helemaal ontbrak, maakt dat die discussie deels nog maar aan het begin staat. Getreuzel en verspreide aanpak leidden tot problemen die tot op heden voor grote politieke en economische discussie zorgen. Toch mis ik ook hier enkele belangrijke namen die misschien wel meer gewicht in de schaal hadden kunnen werpen dan het steeds weer geciteerde werk van Bart De Wever Over identiteit. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Bea Cantillon, Jaak Billiet, Marie-Claire Foblets of Bart Meuleman om het veld verder open te trekken.
In het tweede deel Beelden schetst arabist en islamdeskundige Umar Ryad een beeld van de islam, waarin hij onder andere stelt dat het Westen de islam erg eenzijdig ten tonele voert en zo voorbijgaat aan het veelzijdige karakter van die godsdienst in al zijn stromingen. Ryad constateert dat bij die vele stromingen en tegenstellingen moslimgeleerden nadenken over een gematigde vorm van de islam, waarbij duidelijk is dat ook de islam geen statisch gegeven is, maar een godsdienst in beweging op zoek naar integratie met behoud van de eigen identiteit.
Idesbald Goddeeris pakt in een volgend hoofdstuk het koloniale verleden van ons land aan. Dat dit een actueel thema is, alhoewel de koloniale periode ondertussen meer dan zestig jaar achter ons ligt, is wel heel evident. Meer zelfs, de debatten rond dekolonisatie en restitutie zijn eigenlijk nog maar net echt begonnen. De meningen zijn in veel gevallen wit-zwart, waarbij verheerlijking van het kolonialisme bij sommige bevolkingsgroepen nog altijd aanwezig is. Het incident op Pukkelpop herleiden tot het belijden van geloof in een nieuwe kolonisatie lijkt me echter een stap te ver bij deze vorm van weliswaar verregaande en ontoelaatbare provocatie. Goddeeris is een expert op het gebied van het postkoloniaal debat en trekt de discussie verder open met onderwerpen zoals Zwarte Piet, straatnaamgeving en restitutie. Bij dit laatste domein mis ik dan weer de naam van de Nederlander Jos van Beurden, tegenwoordig de absolute referentie op dat gebied, die erin slaagt om voortdurend de vinger aan de pols te houden. Positief is dat Goddeeris er wel degelijk in slaagt om de maatschappelijke breuklijnen niet te verengen tot een kwestie van huidskleur of afkomst, maar net te wijzen op verschillende referentiekaders en de beste weg, namelijk de weg van de open dialoog.
Het hoofdstuk waarin Nadia Lie de interculturaliteit in het werk van Jorge Luis Borges en Radna Fabias bespreekt, is een buitenbeentje in deze publicatie. Ondanks de waarde van de bijdrage is het mij niet helemaal duidelijk wat ze bijdraagt aan het opzet van dit werk.
Het deel Taal bestaat uit drie voornamelijk beschrijvende bijdragen. Germanist Frederik Van de Velde bespreekt vrij uitgebreid taaldiversiteit en -homogeniteit in historisch perspectief en de vele aspecten die daarmee verbonden zijn. Romaniste Stefania Marzo trekt dat begrip door naar de hedendaagse context en onderzoekt wat de verschillende wetenschappelijke en maatschappelijke visies zijn op de relatie tussen taal en plaats. In het afsluitende hoofdstuk bespreken de beide voorgaande auteurs en taalkundige Laura Rosseel de indexicaliteit van taalvormen en variëteiten. Daarbij stellen ze onder andere dat de sociale betekenis van taal bijzonder groot is in de context van menselijke interactie. Ze bespreken bijvoorbeeld wat de impact van een niet-moedertalig accent kan betekenen.
Deze drie afsluitende hoofdstukken zijn zeer boeiend, lezenswaardig en erg interessant op zich. Toch zijn ze door de manier waarop ze hier zijn behandeld eerder een soort zijdelingse aspecten van het onderwerp en bieden ze niet onmiddellijk antwoorden op het gebied van interculturaliteit.
Bij de bespreking van dit boek blijf ik op twee gedachten hinken. Het is een zeer waardevolle publicatie, maar tegelijk en uiteindelijk beantwoordt het minder aan de doelstelling (volgens de achterflap: wetenschappelijke onderbouwde antwoorden op prangende vragen aanreiken) die de auteurs zich hebben gesteld. Ik heb net iets te vaak het woordje historisch gelezen. Met dit woord is op zich helemaal niks mis, maar interculturaliteit speelt zich vooral af in het heden en niet in het verleden, daarom is deze publicatie toch wel een gemiste kans, ook al is ze een goede aanzet. Hopelijk volgen de antwoorden nog in de toekomst.
Paul Catteeuw