Op de zeven dagen voor Kerst worden in de rooms-katholieke traditie de zeven zogenaamde O-Antifonen gezongen: korte teksten die telkens met de aanroeping ‘O’ beginnen. Jezus wordt aangeroepen met namen uit het Oude Testament. In dit bijzondere boek laat Esther Maria Magnis haar geest waaien over deze oude teksten. Dat levert een fascinerende samenspraak op tussen eeuwenoud gedachtegoed en de tijd van nu.
Esther Maria Magnis, a German writer, was born in 1980. She studied comparative religion and history in Germany and Italy and has worked as a journalist. She now lives and works in southwestern Germany.
Prachtige Adventsreflecties, waarin de auteur een katholieke liturgische traditie verbindt met protestantse en bijna piëtistisch aandoende spiritualiteit. Met name de interpretatie van het tweede antifoon, ‘O Adonai’, sprak me zeer aan. Hierin beschouwt Magnis de fasen van het exodusnarratief en het leven van Mozes als sjabloon voor de messiaanse verwachting. Ook het verrassende einde van het nawoord is subliem - een middeleeuws kroonjuweel.
'O Sleutel van David en scepter van Israëls huis; wat Gij opent zal niemand sluiten, wat Gij sluit, zal niemand openen. Kom nu en bevrijd ons uit de kerker, uit de duisternis en de schaduw van de dood.'
'De antifoon spreekt slechts over één kerker, één duisternis, één schaduw van de dood. Niet meerdere kerkers, de mijne en de jouwe. Niet meerdere doodsschaduwen, de mijne en de jouwe. Nee. Hoe oneindig groot de eenzaamheid ook kan zijn in jouw of mijn duisternis, de eenzaamheid zelf is universeel. De antifoon kent slechts die ene collectieve kerker van de duisternis. Contact is daar nauwelijks mogelijk. Je kunt daar je naaste bijna niet liefhebben omdat je die niet kunt zien. Zitten je ogen op slot? Bevinden we ons in het niets? Zijn we blind? Bijna niemand die dat nog precies kan zeggen.
De ketenen in de kerker knellen slechts zolang je je ertegen verzet. [...] De laatsten zullen de eersten zijn en de treurenden zijn gelukkig. De verrassende vreemdheid van God is zijn geheimzinnige inprenting. Het zijn de kartels in de sleutelrand waar geen mens mee gerekend heeft. Hij kent het geheim van onze zonden, en hij graveert hun kartelrand in zijn lichaam om zo in het slot te passen dat hem de weg verspert naar ons die hij liefheeft. Wie ben je, zo vragen we misschien, stil, heimelijk, met genegenheid en scepticisme. Op wie wachten we?'
Ik herlees dit boek al aan aantal jaar in de week voor kerst. Magnis schrijft poëtisch en heeft me laten kennis maken met het bestaan van de antifonen die klinken in katholieke liturgie in deze week. Net als Tish Warren biedt Magnis troost die niet alles gladstrijkt maar rouw, geloofstwijfel, schuld en verlangen laat staan.