What do you think?
Rate this book


215 pages, Paperback
Published January 1, 2020
De mysterieuze balans van vele religies kan misschien als volgt verwoord worden: op particuliere heilige plaatsen wordt het geloof gevierd dat God overal gekend, aanbeden en gediend kan worden. (p. 27)
Hij [Eckhart] brengt [...] een verklaring van een bijbelpassage, namelijk Jezus Sirach 38,4. Aldaar leest men in hedendaagse Bijbelvertalingen iets als het volgende: 'De Heer laat de aarde geneeskrachtige kruiden voortbrengen.' Aldus geformuleerd lijkt deze zin nog slechts interessant voor mensen met een historische belangstelling voor alternatieve geneeswijzen. In de Vulgaat die Eckhart raadpleegde stond er echter: 'Altissimus creavit de terra medicinam.' In het Nederlands luidt dit: 'De allerhoogste schiep uit de aarde een heilmiddel.' Wat een verschil! De betekenis van deze zin krijgt plots een bredere en diepere dimensie. Eckhart ziet er de indeling van de Sententiën van Petrus Lombardus in. Achtereenvolgens een godsleer (de allerhoogste), een scheppingsleer (schiep), een christologie (uit de aarde) en een sacramentenleer (een heilmiddel). Ook de leer van Eckhart kan men met deze zin begrijpen. De aarde of de schepselen zijn in vergelijking met hun schepper nietig en toch is er iets in de schepselen te vinden dat ze boven deze nietigheid verheft. Deze dynamiek van afstand en nabijheid, van nietigheid en troost zal een fundamenteel thema blijken van de leer van Eckhart. (pp. 66-65)
Want juist hierin gelijkt de ziel God, dat zij net als Hij niets gelijkt. Als zuivere receptiviteit is de ziel potentia pura. Als niets gelijkend, gelijkt zij God - is zij Imago Dei. 'Wie niets gelijk is, die alleen is God gelijk.' 'Ik kan mij een roos in de winter voorstellen,' zegt Eckhart, 'en met deze kracht waarmee ik mij een roos in de winter voorstel werkt de ziel in het niet-zijn en daarin volgt zij God die ook in het niet-zijn werkt.' (pp. 74-75)
Gelatenheid bestaat in het opgeven van de 'Eigenwille'. Het opgeven van zichzelf heeft niet, zoals sommigen misschien denken, een soort geestelijke dood tot gevolg, maar veeleer een openheid in de ziel. 'Zover jij uit alle dingen gaat, zover, noch min noch meer, gaat God in jou met al het zijne, voor zover jij in alle dingen uit jezelf gaat.' (p. 78)
Toch blijft er op het vlak van zingeving rond dit verschijnsel een 'mysterie' - ik hanteer hier de oppositie tussen probleem en mysterie van Gabriël Marcel. Zelfs nadat natuurverschijnselen verklaard zijn, blijven zij hun indrukwekkende karakter behouden en vragen ons om [...] betekenis [...] De dood is ongetwijfeld het meest overweldigende natuurverschijnsel. Wanneer een mens sterft, kennen de artsen meestal de doodsoorzaak. De onwetendheid is dan weggenomen en toch blijft er een zingevingsvraagstuk. (p. 105)
Wittgenstein heeft aandacht voor wat hij 'levensproblemen' noemt. Die problemen blijken van een heel andere aard dan gewone theoretische problemen. Voor Wittgenstein gaat het niet om een vraag van wetenschappelijke aard. Hij schrijft:Wij voelen dat zelfs als alle mogelijke wetenschappelijke vragen beantwoord zijn, onze levensproblemen nog helemaal niet aangeroerd zijn.De zin van het leven is natuurlijk geen puzzel of geen raadsel dat door voldoende lang nadenken (of met een superkrachtige computer) kan worden opgelost. [...] Zinvragen zijn van een andere orde dan wetenschappelijke vragen. (pp. 110-111)