Jump to ratings and reviews
Rate this book

Geen Gedachte God

Rate this book
In deze tijd van secularisering is het begrijpelijk dat men de filosofie van de religie vaak wil beperken tot een kritiek van de religie en tot de kritische bespreking van de bekende godsbewijzen. Dit handboek kiest voor een andere aanpak. De filosofie van de religie is geen monolithische discipline. Filosofie van de religie is soms een binnen-religieuze aangelegenheid waarin de filosofie wordt ingezet als een hulpwetenschap voor de theologie, soms gaat het om een zuiver rationele aangelegenheid, soms domineert een naturalistische blik en soms poogt men vooral de betekenis van het religieuze te verhelderen. Al deze modellen van filosofie van de religie komen hier aan bod en worden in hun historische ontwikkeling besproken.

Daarom vertrekt dit handboek niet van de ‘gedachte God’ van metafysici en wetenschappers (des philosophes et des savants, Pascal), maar veeleer van de geleefde religie (la religion vécue, lived religion) om na te gaan hoe het religieuze in de praktijk functioneert en wat de betekenis ervan is. ‘Wat betekent het religieus te zijn?’ is een belangrijker vraag dan ‘Is religie waar?’

215 pages, Paperback

Published January 1, 2020

Loading...
Loading...

About the author

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
0 (0%)
4 stars
6 (37%)
3 stars
10 (62%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Maxim Vandaele.
94 reviews
June 6, 2022
Dit handboek is lectuur voor het vak 'Filosofie van de religie', door de auteur gedoceerd aan de Universiteit Gent. Walter Van Herck gaat in dit boek met de lezer op reis langs vier verschillende manieren om over religie na te denken en geeft boeiende voorbeelden bij elk van de vier. Daarna volgen vier hoofdstukken over meer specifieke onderwerpen (rituelen, de verhouding religie-cultuur, een 18de-eeuwse geïllustreerde encyclopedie over religie, religiefilosofische thema's in de eveneens 18de eeuwse Encyclopédie onder leiding van Didérot en de historische evolutie van het concept 'geloof').

De auteur heeft duidelijk zijn voorkeuren, maar hij geeft in het voorwoord duidelijk aan dat dit boek slechts een inleiding en geen overzicht (zelfs geen selectief overzicht) van de filosofie van de religie is. Het nadeel hiervan is voornamelijk dat het boek vrijwel geen aandacht schenkt aan kritiek op religie en de discussie in welke mate religie goed is voor de wereld. Slechts vijf van de 205 bladzijden gaan over kritiek op religie.

Het voordeel is dan weer dat de focus van de auteur daarom des te verfrissender is. Het debat pro/contra religie lijkt, onder meer omwille van de media-aandacht voor religieus gemotiveerd geweld, soms het enige religiefilosofische debat dat nog gevoerd wordt. Van Herck gaat hierin niet mee en kiest voor een meer religiewaarderende benadering. Hij probeert de hedendaagse lezer de waarde en betekenis van religie te doen zien, onder meer door een uitvoerige bespreking van de interessante en intrigerende denkwijze van Meester Eckhart en de pogingen van Wittgenstein om religie van buitenaf (i.p.v. van binnenuit) te begrijpen i.p.v. te verklaren (waarheid in religie i.p.v. waarheid van religie, zoals de auteur het zegt).

Ook de vier manieren om over religie na te denken ('paradigma's) zijn het weten waard. Wat de auteur misschien meer had mogen benadrukken is dat in hetwerk van eenzelfde auteur meerdere paradigma's kunnen terugkeren. Wie bijvoorbeeld vertrouwd zou zijn met de filosofie van René Girard (niet in Van Hercks boek behandeld), zal in Girards filosofie alle vier paradigma's herkennen: Girards filosofie is een religieuze, christelijke filosofie (eerste paradigma: gelovige filosofie; filosofie over God) die een rationele, aan de religie externe fundering voor dit christelijk geloof probeert te brengen (tweede paradigma: filosofisch geloof), een theorie biedt over de redenen waarom religie (meer bepaald het offer) ontstaat en daarbij niet altijd even positief is (derde paradigma: pathologie van de religie) en doorheen dit alles de betekenis van het christelijk geloof verkent (vierde paradigma: filosofie van de religie als descriptie).

Sommige hoofdstukken van dit boek zijn minder duidelijk maar het is over het algemeen een boeiende en verrijkende leeservaring. Een (niet zo) kleine bloemlezing:
De mysterieuze balans van vele religies kan misschien als volgt verwoord worden: op particuliere heilige plaatsen wordt het geloof gevierd dat God overal gekend, aanbeden en gediend kan worden. (p. 27)

Hij [Eckhart] brengt [...] een verklaring van een bijbelpassage, namelijk Jezus Sirach 38,4. Aldaar leest men in hedendaagse Bijbelvertalingen iets als het volgende: 'De Heer laat de aarde geneeskrachtige kruiden voortbrengen.' Aldus geformuleerd lijkt deze zin nog slechts interessant voor mensen met een historische belangstelling voor alternatieve geneeswijzen. In de Vulgaat die Eckhart raadpleegde stond er echter: 'Altissimus creavit de terra medicinam.' In het Nederlands luidt dit: 'De allerhoogste schiep uit de aarde een heilmiddel.' Wat een verschil! De betekenis van deze zin krijgt plots een bredere en diepere dimensie. Eckhart ziet er de indeling van de Sententiën van Petrus Lombardus in. Achtereenvolgens een godsleer (de allerhoogste), een scheppingsleer (schiep), een christologie (uit de aarde) en een sacramentenleer (een heilmiddel). Ook de leer van Eckhart kan men met deze zin begrijpen. De aarde of de schepselen zijn in vergelijking met hun schepper nietig en toch is er iets in de schepselen te vinden dat ze boven deze nietigheid verheft. Deze dynamiek van afstand en nabijheid, van nietigheid en troost zal een fundamenteel thema blijken van de leer van Eckhart. (pp. 66-65)

Want juist hierin gelijkt de ziel God, dat zij net als Hij niets gelijkt. Als zuivere receptiviteit is de ziel potentia pura. Als niets gelijkend, gelijkt zij God - is zij Imago Dei. 'Wie niets gelijk is, die alleen is God gelijk.' 'Ik kan mij een roos in de winter voorstellen,' zegt Eckhart, 'en met deze kracht waarmee ik mij een roos in de winter voorstel werkt de ziel in het niet-zijn en daarin volgt zij God die ook in het niet-zijn werkt.' (pp. 74-75)

Gelatenheid bestaat in het opgeven van de 'Eigenwille'. Het opgeven van zichzelf heeft niet, zoals sommigen misschien denken, een soort geestelijke dood tot gevolg, maar veeleer een openheid in de ziel. 'Zover jij uit alle dingen gaat, zover, noch min noch meer, gaat God in jou met al het zijne, voor zover jij in alle dingen uit jezelf gaat.' (p. 78)

Toch blijft er op het vlak van zingeving rond dit verschijnsel een 'mysterie' - ik hanteer hier de oppositie tussen probleem en mysterie van Gabriël Marcel. Zelfs nadat natuurverschijnselen verklaard zijn, blijven zij hun indrukwekkende karakter behouden en vragen ons om [...] betekenis [...] De dood is ongetwijfeld het meest overweldigende natuurverschijnsel. Wanneer een mens sterft, kennen de artsen meestal de doodsoorzaak. De onwetendheid is dan weggenomen en toch blijft er een zingevingsvraagstuk. (p. 105)

Wittgenstein heeft aandacht voor wat hij 'levensproblemen' noemt. Die problemen blijken van een heel andere aard dan gewone theoretische problemen. Voor Wittgenstein gaat het niet om een vraag van wetenschappelijke aard. Hij schrijft:
Wij voelen dat zelfs als alle mogelijke wetenschappelijke vragen beantwoord zijn, onze levensproblemen nog helemaal niet aangeroerd zijn.
De zin van het leven is natuurlijk geen puzzel of geen raadsel dat door voldoende lang nadenken (of met een superkrachtige computer) kan worden opgelost. [...] Zinvragen zijn van een andere orde dan wetenschappelijke vragen. (pp. 110-111)
Profile Image for Benjamin Lion.
16 reviews4 followers
August 30, 2023
‘Wanneer ongelovigen het denken van religieuze mensen verwerpen (het tegendeel van ‘verwerpen’ is hier niet ‘zich bekeren’ of ‘aanvaarden’), dan komt dit meestal voort uit het onvermogen om de pointe, het waarom en het hoe van dit denken te zien. Het is mogelijk de woorden van een gelovige te begrijpen en toch niet in te zien welke rol de gehanteerde concepten moeten vervullen; waarom iemand ooit zo zou willen denken. Wanneer mensen aldus tegenover elkaar komen te staan, dan kan de wetenschappelijke rationaliteit daar niets aan verhelpen.’
Displaying 1 - 2 of 2 reviews