Ik zag dit boek voor het eerst in een boekhandel in Potenza, waar de niet-Italiaanse naam van de tekenaar opviel. Ik had geen zin om het boek de rest van de reis mee te slepen (het is nogal groot, zeker als je strak bepakt bent), maar thuis heb ik het meteen besteld. Een Italiaanse versie was nog wel leuk geweest, want er staan geen teksten in dit boek, alleen achterop.
We reizen van de tropen, met zijn mangroves tot de poolzee en alles daar tussenin mee met een gevouwen papieren bootje. De tekeningen zijn betoverend. Ik las dat de tekenaar biologie studeerde en natuurgids was op de Kaaimaneilanden. Dat zie je aan het detail van het zeeleven. Het is een mix van fantasie en herkenbaarheid. Ook de (vriendelijke) voertuigen hebben iets biologisch: een slakkenhuis, of een duikboot met een vissenstaart. De niet-vriendelijke voertuigen zijn dan weer monsterlijker dan de zeemonsters: gigantische zwarte walmen uitstotende stalen oppervlakten.
Maar niet alleen wát er is getekend intrigeert, net zo goed verdient de manier waaróp de aandacht: duizenden, nee, tienduizenden streepjes zwarte inkt maken de zee met zijn golven, waarbij elk golfje bestaat uit een groepje streepjes. Koralen, vissen, wolken, zeemonsters, steden, allemaal hebben ze een eigen streepjesstructuur. Zelfs de duisternis van de diepzee is niet zomaar zwart gekleurd, maar bestaat uit minuscule horizontale streepjes, die nog net te ontwaren zijn.
Soms doet een tekening of compositie vaag aan Moebius denken, maar het is vooral een zeer eigen tekenstijl. Ik vind het prachtig.
Om boek om vaker open te slaan en je weer te wanen in deze prachtige fantasiewereld.