Jump to ratings and reviews
Rate this book

De muziek van de herfst. Verzamelde verhalen

Rate this book
Konstantin Paustovski is als verhalenschrijver een meester in de traditie van de grote Russische klassieken als Tsjechov, Boenin en Toergenjev. De verhalen in De muziek van de herfst vinden hun oorsprong in Paustovski’s talloze omzwervingen en ontmoetingen met zeer uiteenlopend en boeiend volk. Het liefst schrijft hij over de eenvoudige en onbekende mensen die hij tegenkomt: ambachtslieden, herders, veerlui, boswachters, en over zijn grootste vrienden: de dorpskinderen. Altijd is zijn proza romantisch gestemd. De lezer volgt Paustovski door de diverse en weidse Russische landschappen, waartegen in steeds andere tinten en tonen de weemoed, de poëzie, de meeslependheid van het leven wordt beschreven. Paustovski lezen is Rusland leren kennen, maar in de prachtige vertaling van Wim Hartog is het evengoed een onderdompeling in de schoonheid van de Nederlandse taal. De muziek van de herfst bestaat voor het overgrote deel uit nooit eerder in het Nederlands verschenen verhalen.

653 pages, Hardcover

First published January 1, 2005

Loading...
Loading...

About the author

Konstantin Paustovsky

323 books126 followers
Konstantin Georgiyevich Paustovsky was a Russian Soviet writer nominated for the Nobel Prize for literature in 1965.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
15 (34%)
4 stars
19 (43%)
3 stars
9 (20%)
2 stars
1 (2%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 4 of 4 reviews
Profile Image for Laurens Trommel.
56 reviews1 follower
September 21, 2026
In dit boek zijn meer dan vijftig verhalen bijeengebracht, variërend van 2 tot een kleine 50 pagina's. De volgorde van de verhalen is (zo goed als?) chronologisch en je merkt in de loop van het boek een ontwikkeling in schrijfstijl. Melancholisch, soms saai, soms prachtig, eigenlijk niet geschikt om in één ruk van kaft tot kaft te lezen, maar over langere tijd zou je deze verhalen moeten lezen. Maar omdat dit boek geleend is van de bibliotheek, was daar geen tijd voor.

P. 22: 's Avonds, toen in het bos een slaperige, nachtelijke stilte hing en in het noorden gesternten verrezen, zei de schilder tegen ons: 'Hier, in deze eenzaamheid, wil ik jullie vragen je bij ede te verbinden het verleden te vergeten, gehaast, gesomber en sleur, al dat slijk dat zich op de ziel heeft opgehoopt te vergeten en je uit te leveren aan eenzaamheid en de eigen ziel. Wij zullen ons eigen ik scheppen, onze verborgen en gekleineerde ziel afslechten en weetgierig en scherpzinnig naar de wereld blikken. Wij moeten aandachtig naar onszelf luisteren. Wij moeten heel het weergaloze verband van de wereld en van God leren begrijpen en liefhebben, en al evenzeer het eigen verhaal dat diep verborgen in ieder van ons schuilt. Wij moeten zorgen voor meer vreugde, meer bedachtzaamheid en moet tot nadenken. Dat is moeilijk, heel moeilijk, maar daarmee vinden wij ons eigen zelf. In ons schuilt een voor ieder zo toegankelijk maar door iedereen vergeten geluk... de weg naar de vervolmaking of, zo u wilt, naar de verfijning, naar een hogere spiritualiteit.

P114: Hoe ingewikkelder de dingen waren die gebeurden, des te minder graag ik over ze nadacht. Misschien omdat ik hield van het toeval, van een leven dat niet werd beheerst door het stalen regelmechaniek van het verstand waarin niet ik maar iemand anders bontgekleurde dagen met ingewikkelde patronen borduurde. Ik had altijd geweten dat mijn wegen niet platgetreden waren, maar dat er nog heel veel veelkleurigheid voor mij in het verschiet lag en dat daarin zowel droefheid zou blinken als vreugde waar je je hele leven naar smacht. Ik hoefde nooit mijzelf voort te slepen naar een van tevoren bepaald doel. Ik liep graag langs wegen waarvan ik niet wist waarheen ze voerden. Daarom had ik zo'n zwak voor zeelieden. Deze leven immers in de greep van het toeval, net als vagebonden en als iedereen die een bonte, vrolijke en echte strijd om het bestaan aandurft.

P. 352-353: De planten- en dierenwereld vormt de kern van de bekoring van de aarde. Beide werelden zijn door ons tot in bijna alle details bestudeerd, maar desondanks ontstaat bij het ermee in aanraking komen altijd weer een gevoel van raadselachtigheid. Raadselachtig mooi zijn de donkere wildernissen van de bossen en de diepten van de zeeën, raadselachtig is de vogelroep en het plofje van een door de warmte openbarstende knop aan het houtgewas. De ontraadseling van de raadselen der natuur doet geen afbreuk aan de ontroering die de aanblik van de aarde bij ons wekt. Hoe meer wij weten, des te sterker is onze levensdrang.

P. 393: Ik roei in de ochtendnevel weg. In het oosten kleurt de hemel roze. Ik ben al te ver om de rook van de kachels in het dorp nog te kunnen ruiken. Er is alleen nog het zwijgen van het water, de rivieren en de eeuwenoude wilgen. Voor mij ligt een verlaten septemberdag. Voor mij ligt verlorenheid in dit immense universum van geurig gebladerte, grassen, herfstige verwelking, verstilde wateren, wolken en laaghangende luchten. En iedere keer weer gevoel ik deze verlorenheid als een groot geluk.

P. 488: Alleen al de gewaarwording van ons leven als iets unieks en wonderbaarlijks lost alle teleurstellingen, verliezen en flitsen van onvolmaakt geluk op. Misschien behoort het tot de taak van schrijvers, dichters en schilders juist het leven te bezingen als het allermooiste, het meest zinvolle wat er onder de zon bestaat. Het is algemeen bekend dat de bekoring van het leven niet alleen schuilt in de verwachting van heden en toekomst, maar voor een deel ook in de herinnering. Deze houdt vaak verband met fantaseren en creëren. Wie van ons geeft niet in zijn herinnering datgene wat hij beleefd heeft vorm met het onvervulde? Wie behoudt niet in zijn herinnering alleen het wezenlijke van wat hij beleefd heeft? Herinneringen zijn geen vergeelde brieven, geen gedroogde bloemen en relikwieën, ze zijn geen antiquiteiten, maar vormen onderdeel van een levende, bruisende wereld vol poëzie.

P. 492: Het is helemaal niet erg als bij de aanblik van riviertjes en elzenbosjes, de bleke hemel en beboste hellingen steeds een lichte melancholie in je opwelt. Misschien komt dat omdat iedere ontmoeting met zulke plekjes tegelijk ook een afscheid inhoudt. Het stemt ons droevig dat wij niet bij machte zijn deze vluchtige herfstochtend te laten worden tot een eindeloos ritselen van droge goudkleurige bladeren, een eindeloos glanzen van koele meren, een eindeloze reidans van wolken, luchtig als rook. Vanaf een steile zandheuvel ontvouwden zich in de diepte de uiterwaarden van een onbekende rivier. Erachter verrezen dennenbossen als ondoordringbare vestingen. Aan de zoom ervan was een dorp zichtbaar met een door de tijd geblakerde, hoog oprijzende houten kerk die in de nevel iets van een visioen had.

P. 497-498: Was het maar mogelijk de loop van de tijd te vertragen, zodat het stille licht en deze wonderbaarlijke dag nog lang blauw boven het meer zouden schemeren en men de schaduwen van de boven het water zwevende vogels en de hemelwaarts stijgende nauwverholen glans nog lang kon gadeslaan! Ineens werd de betekenis van het woord 'volmaaktheid' duidelijk. Tegelijk kwam echter ook een licht gevoel van spijt op. Waarom? Omdat de mens, hoezeer hij zich ook inspant, nooit de betovering van deze dag, van dit water, van de grassen, van de verheven stilte zal kunnen weergeven, evenmin als heel de betovering van hetgeen daarbij in zijn ziel omgaat. Tegelijkertijd steeg er ook een gevoel van ergernis in je op over het feit dat je dit alles in je eentje ziet terwijl je het zo graag had willen delen met al diegenen die je lief en dierbaar zijn. Wanneer iemand zich gelukkig voelt, is hij ook gul en streeft hij ernaar het mooie aan anderen door te geven. Maar als wij nu, daar aan de rand van het meer, zwegen terwijl wij gelukkig waren, dan was dat omdat ware verrukking geen luidkeelse uitroepen en uiterlijkheden duldt.

P. 507: Onze aarde heeft van die plekjes waar men een opperst geluk en de volheid van het leven ervaart en je hele wezen wordt afgestemd op een uiterst eenvoudige en creatief lyrische toonaard. Zo'n plek is de Krim. Daarom is hij, zoals men in vroeger tijden zei, 'een inspiratiebron' voor heel veel schrijvers en dichters, schilders en musici. Er zijn ook mensen voor wie de pracht van de Krimse bodem zich langzamer en stukje bij beetje openbaart, maar ook zij zullen er voorgoed van in de ban geraken. En iedereen die op de Krim vertoefd heeft, neemt bij het afscheid een gevoel van gemis mee naar huis, een nostalgie naar je kindertijd, en hoopt 'deze streek van de middaggloed' nogmaals te mogen aanschouwen.

P. 507: Wat is inspiratie eigenlijk? Poesjkin heeft deze in algemene trekken als volgt gedefinieerd: je met inzet van al je krachten openstellen voor zo veel mogelijk impressies; deze kun je dan vervolgens aan anderen overdragen. Deze openstelling levert de Krim ons in allerlei gedaanten: niet alleen via weidse, door een geel zonnewaas bedekte landschappen, maar ook in zulke nietige dingen als de bloem van een amandelboom, de dwarse lichtbanen in de dennenbossen, de scherf van een dakpan, het stekelige eikenhakhout en de geur van door de branding aangespoelde algen. En zelfs in de gedaante van lentenevels en door de zon verwarmde, stenige aarde, en in de lucht zelf van dit wondermooie plekje van ons land.

P. 554: 'Het leven van de mens behoeft verfraaiing. Dat moet gewoon. Het is hoog tijd de domme uitspraak dat het leven geen zier waard is definitief af te schaffen. Bloemen en al het overige dat oog en ziel verblijdt, dienen ons op ons levenspad te vergezellen. Daar wordt de mens onvoorstelbaar veel grootmoediger door.'

P. 577: Wij kunnen niet zonder mastbossen, waterrijke rivieren, oceanen vol heilzame lucht, parken, bloeiende beemden vol mals gras. Wij kunnen niet zonder overvloedige dauw, heldere zonsopgangen, klaterende waterbronnen, vogels aan de mistige herfsthemel boven goudgele bossen op hun trek naar warme oorden, kwinkeleren van vogels, schijnsel van sterrenbeelden aan een niet door rook vertroebelde hemel en brede, helder gekleurde regenbogen als voorboden van zonneschijn na regenval. Wij kunnen niet zonder een luisterrijke aarde als enig acceptabel onderkomen voor het bestaan en handelen van de mens. Wij moeten onverzoenlijk voor zo'n aarde de strijd aanbinden met allen die ons land trachten te verminken en die het door onbenul of onwetendheid doen veranderen in een dorre, onvruchtbare woestenij.

P. 598: 'Wanneer iemand aan de dichtkunst denkt,' zei hij, 'dan wellen de in zijn hart opgeslagen gedichten als vanzelf naar boven. Ze vervullen hem met commotie en devotie. Op zulke momenten voelt de mens zijn eigen groei, iets wat planten en dieren niet gegeven is.'

Profile Image for Wouter Zwemmer.
754 reviews41 followers
June 9, 2021
Mooie taal maar wel erg weemoedig. De dominant in de verleden tijd geschreven verhalen doen aan als sombere overpeinzingen en smachtende herinneringen die welbeschouwd meestal helemaal niet zo aantrekkelijk zijn: veel innerlijke leegte, depressie, drank voor vergetelheid, armoede, viezigheid en oorlog. Als contrast de immer mooie natuur.

Niet alle verhalen gelezen.
Profile Image for Arvid Steyaert.
93 reviews
August 10, 2022
Het begon winter te worden. De stad was tot zijn kraag in mist gehuld. Roestige schepen, uit allerlei landen afkomstig, lagen sluimerend aan de houten aanlegsteigers en stieten zo nu en dan snurkend wat stoom uit.
Profile Image for Gerson Veldhuizen.
172 reviews
November 8, 2025
Een fors boek met vele verhaaltjes die allemaal rondom het allerdaagse Russische, Oost- en West- Europese) leven gaan. Uitgebreide natuur en sfeerbeschrijvingen. je moet ervan houden. Weinig tot geen plotverhalen.
Displaying 1 - 4 of 4 reviews