Jonathan Robijn (Gent, 1970) studeerde sociologie en psychologie, en werkte nadien lange tijd voor Artsen Zonder Grenzen. In 2013 verscheen zijn literair debuut, de roman De stad en de tijd, die genomineerd werd voor de Gouden Boekenuil. In 2017 verscheen het succesvolle Congo blues. Tabak uit 2020 is zijn derde roman.
Het doodvonnis
De zestiger Jimmy Vandaele is een levensgenieter. Hij kleedt zich verzorgd, geniet graag met vrienden van een bourgondisch diner in een gerenommeerd restaurant en op z'n tijd van een goede wijn en een smaakvolle sigaret. Misschien is zijn levensstijl niet zo gezond, maar daar bekommert hij zich niet om. Er wordt teveel verboden in het leven om er nog van te kunnen genieten, is zijn visie. Hij heeft in zijn jeugd genoeg ellende mee gemaakt en daarna hard genoeg gewerkt om te bereiken wat hij nu heeft: van schoenlapper tot eigenaar van een florerend aspergebedrijf. En dan komt zijn huisarts met de cynische opmerking, dat hij voortaan net zo veel mag roken als hij wil: stoppen heeft geen zin meer. In plaats van te schrikken negeert Jimmy de boodschap van de aangekondigde dood. Hij vertelt het niet aan zijn vrouw en kinderen. Wel neemt hij een drastisch besluit. Stoppen met roken zal hij niet, maar hij wil wel graag dat zijn laatste sigaretten weer zullen smaken als zijn favoriete merk van vijftig jaar geleden: Davros. Pure tabak, zonder de smerige chemische toevoegingen van de sigaretten van tegenwoordig. Het merk ging falliet, maar wie weet kan hij ergens nog een paar pakjes vinden?
De zoektocht
Zo komt hij in Brussel terecht bij de Armeense sigarettenhandelaar Missirian, in wie hij een gelijkgestemde vindt, en samen trekken ze naar Armenië, het vaderland van de producenten van zijn favoriete tabak. Het heeft heel wat voeten in de aarde voor hij eindelijk iemand vindt die nog Davros sigaretten zou moeten hebben. Ondertussen wordt hij geregeld overvallen door beelden uit zijn jeugd en de mooie jaren met Ella zijn vrouw, toen ze elkaar net kenden en nog geen kinderen hadden. Hij vraagt zich af waar het fout is gegaan, waarom ze zo van elkaar zijn vervreemd. Het hoesten wordt steeds erger. En dan komt er een telefoontje van zijn vrouw. Een overrompelend einde.
Een dubbelzinnig verlangen
Het is duidelijk te merken dat Jacob Robijn enige tijd in Armenië heeft gewoond. Zo kleurrijk als hij het land en zijn bewoners weet te schilderen, komt het voor mij vrij onbekende land tot leven. Jimmy voelt zich er thuis, alles wat hij in België mist vindt hij hier. De restanten van het communistische bewind ervaart hij ten dele als geruststellend. De mensen zijn beleefd, zien er verzorgd uit en ze zijn gastvrij. Je mag overal gewoon roken en je hoeft geen tienduizend stappen per dag te zetten, het alcoholgebruik te beperken tot 1 glas per dag en alleen nog gezonde salades te eten. Maar ondertussen is er behalve het verlangen naar de smaak van de Davros sigaretten ook het verlangen naar het leven van vroeger, dat voorgoed voorbij is. Steeds opnieuw wisselen de avonturen van de zoektocht zich af met de vragen over zijn verleden. Hij ziet zijn hele leven aan zich voorbij trekken. Zijn gelukkige jaren met de avontuurlijke, spontane Ella, hun reizen samen, de drukte in het gezin bij de komst van de kinderen en tenslotte de verwijdering. Ook dat wordt een zoektocht: waar ging het fout? Ella is veranderd nadat de kinderen kwamen. Hadden ze ze niet moet hebben om gelukkig te blijven? Of is het toch zijn houding geweest die de oorzaak was?
Het is mooi om te zien hoe deze beide verlangens gelijk opgaan. Zal hij de sigaretten vinden en zullen ze de smaak hebben die hij verwacht? Zal hij erachter komen wat hun verwijdering op gang bracht en daar nog iets aan kunnen doen voor het te laat is? De plot van het verhaal is een enorme verrassing.
Tabak is een verhaal over een generatie die bijna is verdwenen, over een man die gelaten terugkijkt op zijn leven, maar tussen de hoestbuien en rookwolken door is het vooral ook een melancholisch verhaal over een verloren liefde.
"Als er iets was wat hij aan dit land (*) waardeerde, dan was het wel dat hij altijd en overal een sigaret kon opsteken, dat niemand hem daarop aansprak, dat hij niet voortdurend werd lastiggevallen met onheilspellende boodschappen over wat hem allemaal te wachten stond als hij doorging met roken, dat er op de pakjes geen belachelijke horrorfoto's afgedrukt stonden."
In dat opzicht is het roken van een sigaret als het lezen van een boek: zowel tussen rokers als tussen lezers ontstaat "een eerbiedwaardige ruimte, een rustig wederzijds respect, het vooruitzicht op gelijkgestemde geesten".
Alleen al om die gedachte, die vaststelling, is 'Tabak' het lezen meer dan waard.
Komt daarbij dat Robijn de geneugten van het roken - bij uitbreiding: het leven - in mooi kronkelende taal weet te vatten. Dat puritanisme lekker cynisch op de korrel wordt genomen. Dat je af en toe heerlijk politiek incorrect maar o zo overtuigd luidop 'ja, zo is het!' kunt roepen.
Dingen doen die tegen de stroom ingaan om te voelen dat je nog leeft, maar dan op een nostalgische manier. Een beetje raar om een boek te lezen dat (ondanks de hoestbuien) zo de geneugten van het roken bewierookt. De heimelijk terminale hoofdpersoon mijmert op zijn zoektocht naar een teloorgegaan sigarettenmerk over hoe zijn huwelijksleven ook teloor ging. Een nevenpersonage betreurt de ondergang van het leven onder het communisme. Mooi verhaal, met soms vreemde kronkels.
Ik denk dat ik te weinig affiniteit voelde met het hoofdpersonage en zijn queeste om echt helemaal mee te zijn in het boek. Desalniettemin wel vlot geschreven en stilistisch bijzonder accuraat in het beschrijven van Armenië en zijn inwoners.