Jump to ratings and reviews
Rate this book

Cel 269

Rate this book
Voor mijn vrouw

181 pages, Paperback

First published January 1, 1951

4 people want to read

About the author

Ernest Claes

116 books9 followers
Andreas Ernestus Josephus (Ernest) Claes was een Vlaamse schrijver.
Hij was het zevende kind van Jozef Claes en Theresia Lemmens, landbouwers. Wanneer hij negen jaar oud was stierf zijn vader aan longproblemen. Ook hijzelf had een zwakke gezondheid.
Vanaf 1898 tot 1905 studeerde hij aan het "Collège patronné de Herenthals", waar de clerus begaafde jongeren uit de arbeidersklasse gratis onderwijs verstrekte, weliswaar in het Frans. Daar ligt ook de kiem van zijn flamigantisme. Hij toonde zich een goed student en ging vanaf 1906 "Philologie Germanique" studeren aan de (franstalige) Leuvense universiteit. Zijn reeds aangehaalde Vlaamsgezindheid bracht hem regelmatig in moeilijkheden.
In 1912 huwde hij met Stephanie Claes-Vetter, een Nederlandse schrijfster. In 1913 werd hij benoemd als ambtenaar in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Hij werd hoofdredacteur van Ons Leven, en voorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij gemobiliseerd. Ook hier bleek zijn flamigantisme: hij klaagde aan dat alle bevelen en onderrichtingen in het Frans gegeven werden. In 1914 werd hij zwaargewond en als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. Na zijn vrijlating in 1915 was hij verder actief als correspondent voor kranten en tijdschriften vanuit Frankrijk.
De periode volgend op de Eerste Wereldoorlog was voor Claes zeer vruchtbaar. Hij schreef niet minder dan drie "oorlogsboeken": Namen 1914 (1919), Bei uns in Deutschland (1919), Oorlogsnovellen (1919) - maar ook zijn meest bekende werk: De Witte (1920) en De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop (1923). Van 1919 tot 1940 heeft Claes gemiddeld elk jaar een werk uitgegeven.
In 1934 werd hij verkozen als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.Deze eerste periode van zijn schrijverschap wordt in 1940 afgesloten met een autobiografische roman: Jeugd, waarvoor hij de staatsprijs voor verhalend proza ontving.
Zoals eerder vermeld was Claes Vlaamsgezind en tijdens de oorlog schaarde hij zich achter de Eenheidsbeweging-VNV, wat hem later duur te staan kwam. Hij werd beschuldigd van collaboratie en gedurende drie maanden opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. Hij werd echter over de ganse lijn vrijgesproken door de Krijgsraad en door het Krijgshof, kreeg zijn politieke en burgerrechten terug en werd als ambtenaar in ere hersteld.
Na de Tweede Wereldoorlog begint het tweede hoofdstuk van zijn schrijversloopbaan, dat cumuleerd in werken als Daar is een mens verdronken (1950) en wat men zijn twee meesterwerken kan noemen: Floere, het fluwijn (1950)en Het leven en de dood van Victalis van Gille (1951). Zijn gezondheid ging echter sterk achteruit en op 5 januari 1965 kreeg hij een zware hartaanval. Ernest Claes overleed op 2 september 1968. Hij ligt begraven tegen de muur van de abdijkerk van Averbode.
Ernest Claes kreeg verschillende literaire prijzen, onder andere:
- August Beernaertprijs (1920) voor Bei uns in Deutschland
- Prijs van de provincie Brabant (1936)
- Staatsprijs (1942)
- Prijs der Vlaamse Provincies (1958)
Zijn werk werd in verschillende talen vertaald. De Witte was het eerste Vlaamse literaire werk dat ooit verfilmt werd (reeds in 1934 en opnieuw in 1980). Van Jeroom en Benzamien(1947) werd een televisieserie gemaakt en uit zijn heimatverhalen werd een andere, in Vlaanderen megapopulaire televisieserie,De Heren van Zichem gedistilleerd.

Ernest Claes in de Nederlandstalige Wikipedia

Ernest Claes in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Ernest Claes bij "Schrijversgewijs"

Ernest Claesgenootschap

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (15%)
4 stars
3 (23%)
3 stars
6 (46%)
2 stars
2 (15%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 of 1 review
1,902 reviews49 followers
February 4, 2026
Zelfs in mijn jonge jaren was Ernest Claes al uit de mode. Hij werd beschouwd als een schrijver van streekromans en als de geestelijke vader van "De Witte". Maar dit boek betoont dat hij toch wel meer kon. Dit is het verhaal van de 3 maanden (Sept eindejaar 1944) die hij doorgebracht heeft in de gevangenis, slachtoffer van de Repressie. Wat hij precies verkeerd heeft gedaan, is hem nooit duidelijk geweest- van de ene dag op de andere naar de gevangenis gesleept door jong gespuis dat na de Bevrijding zich plots als weerstanders wilden laten gelden, en losgelaten zonder een proces of verklaring. Het zal wel iets te maken hebben met de algemene achterdochtigheid tegenover alles wat "Vlaams" of "Vlaamsgezind" was - het is moeilijk om daar vanuit 2026 helder in te zien.

In sommige opzichten is het boek zeer verouderd. In de gevangenis vindt Ernest Claes verschillende lotgenoten uit de Vlaamse cultuurwereld die voor het lezerspubliek van 1951 huishoudnamen zouden geweest zijn, maar die voor mij niets betekenden. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen naar politiekers. Het Katholicisme dat Ernest Claes onderstond in zijn beproeving is ook gedateerd - ik geloof niet dat er tegenwoordig nog veel mensen rondlopen met een rozenkrans in hun zak.

Maar er zijn ook aspecten die tijdeloos zijn, zoals zijn pogingen om zichzelf intellectueel en emotioneel te handhaven. De beschrijving van de gevangenisroutine, van het bezoek tot de gevangenisarts tot een poging om een vlieg te temmen. De observatie dat de echte weerstanders en echte cipiers veel meer bedaard, rechtvaardig en genadig zijn dan de jonge melkmuilen die zich snel een witte armband omgedaan hebben en met een ergens gevonden vuurwapen de burgerij gaan intimideren, nu dat de Duitsers er niet meer zijn.

Er is zelfs humor te vinden in het boek, vooral in de beschrijving van de "gewone klanten", de volksmannen die "in 't gevang vliegen" wegens dronkenschap, inbraak of andere niet-politieke toestanden. En dat eigenaardige mengsel van Frans en Brussels dat de meeste conversaties uitmaakt, doet me altijd glimlachen.

Je moet de grootaardigheid van de auteur toch wel bewonderen. Hij is in de gevangenis gegooid zonder enige vorm van klacht of proces, danig afgeranseld door een sadistische tiener, geisoleerd van zijn familie...en toch kon hij het boek besluiten met "Ik dank allen die goed voor mij waren."
Displaying 1 of 1 review

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.