Vóór Kerstmis ontving ik van De Limburger de traditionele envelop-met-bobbel. Die arriveert nu al zo’n dertig jaar lang. De hoofdredactie blikt dan schriftelijk terug en vooruit, vergezeld van een kleinigheid die de envelop altijd een spannende bobbel meegeeft. Pennen, agenda’s, lampjes, usb-sticks, van alles is er in de loop der jaren bezorgd. Deze keer echter had de bobbel een omvang die deed vrezen voor een ontwikkeling richting kerstpakket. Gelukkig was het ‘slechts’ een boek. Maar wat voor boek: De zaak – Nicky Verstappen, een uitgave van De Limburger zelf, geschreven door Marco van Kampen en Paul Bots. Ik had wat anders klaarliggen voor het lange kerstweekeinde, maar besloot dat dat even kon wachten.
Onderbroken door enkele gezelligheidsmomenten heb ik dit boek over ‘wanhoop, woede en verdriet’ in één ruk uitgelezen. Niet alleen omdat het vaardig en met vaart geschreven is, hier en daar zelfs licht thrillerachtig, maar ook omdat ik moest ervaren hoe dit Midden-Limburgs trauma, na ruim twintig jaar compleet uitgesponnen, mij als lezende vader en opa bij de keel greep: je zult maar tot de getroffen familie Verstappen behoren… En dit boek gaf mij nog iets, namelijk niet diezelfde overtuiging die de recht-bank in Maastricht bracht tot veroordeling van de verdachte. Alle aangedragen materi-aal en getuigenis wegend, inclusief alle forensische fouten en opsporingsmissers, zie ik niet het wettig en overtuigend bewijs dat volgens ons Wetboek van Strafvordering nodig is om iemand strafrechtelijk te veroordelen. Ik zie wel dat deze zwaarbeladen zaak tot een dader moest leiden en dat ook de rechtbank mogelijk is aangeraakt door deze overtuiging. Zo zie ik dit vonnis in eerste aanleg, als dubbeltje op zijn kant, bij de rechters in hoger beroep zomaar de andere kant op vallen. Dus, je zult maar naaste van Nicky zijn…
Zo kan ook straks blijken dat Peter R. de Vries zich deze keer tevreden heeft gesteld met een gerechtelijke dwaling. Niet echt iets voor hem, dus ik zou zeggen: werk aan de winkel! En terwijl ik dit al lezend allemaal bedenk, passeert de Top 2000. Ik hoor deze voor het eerst live sinds 2006 en wissel af met de Snob 2000, waar ik mijn eigen lijstje voor heb ingediend. Bij zwakke nummers in de Top 2000 – en die zijn er – draai ik gelijke klasseringen in de Snob 2000. Dus bijvoorbeeld op 1986 klonk bij mij niet Dichterbij Dan Ooit van Bløf, maar White Punks On Dope van The Tubes. En toen, toen ik het boek al uit had, kwam in Top 2000 a gogo op tv een filmpje voorbij over Vlinder, het monument van Rowwen Hèze. Je zult maar…