"MY FAVOURITE MUSIC IS THE MUSIC I HAVEN’T YET HEARD."
Deze vaak geciteerde uitspraak van componist John Cage is van toepassing op heel veel componisten én luisteraars. In de westerse kunstmuziek van na 1950 is veel moois te ontdekken: de zoektocht naar vernieuwing kende een ongeziene piek, die uitwaaierde in talloze stromingen en tendensen. Veel van die stijlen klinken menig luisteraar vreemd in de oren en net daarom focust dit boek op dat segment van de ‘nieuwe muziek’.
Een kleine muziekgeschiedenis van hier en nu wil een gids zijn om het veelzijdige landschap van de nieuwe muziek te verkennen, met het volle besef dat geen enkele wandelroute de volledige omgeving kan laten zien. Dit boek combineert een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen en hun muziekhistorische wortels met een thematische dwarsdoorsnede van begrippen zoals tijd en ruimte, multimedia en de rol van het internet.
Ruim een dozijn auteurs verleende zijn expertise aan deze publicatie. De meesten onder hen zijn verbonden aan universiteiten en conservatoria in Nederland en België. Allen zijn ze begeesterd door nieuwe muziek. Het boek is dan ook niet alleen bedoeld als handboek voor muziekstudenten, het richt zich ook tot een breed publiek van nieuwsgierige cultuurliefhebbers en (toekomstige) luisteraars van hedendaagse muziek.
Degelijk overzicht van de zogenaamde 'nieuwe muziek' na 1950. Paar leuke ontdekkingen. Rode draad is wel wat zoek. De kwaliteit van de hoofstukken verschilt sterk. Er zitten ook veel herhalingen in (Stockhausen, Schaeffer, Nono,...). Ik miste ook een noodzaak om het boek te schrijven. Het voelde wat als een allegaartje van voorbeelden, zonder een duidelijk coherent 'idee'.
In 'Een kleine muziekgeschiedenis van hier en nu' doen elf Belgische en twee Nederlandse auteurs een dappere poging om de lezer in te wijden in de hedendaagse klassieke muziek, zonder dat deze hierbij musicologische kennis nodig heeft. Hierbij concentreren de auteurs zich op de lage landen en op trends in stijl en in techniek en minder op het complete plaatje. Dus het kan daarom zijn dat Krzysztof Penderecki nauwelijks genoemd wordt en bijv. John Luther Adams, George Benjamin, Pascal Dusapin en Esa-Pekka Salonen helemaal niet.
De auteurs slagen helaas niet helemaal niet in hun missie. Ten eerste omdat ze geen enkele stilistische ontwikkeling kunnen duiden die ná de jaren zestig is gestart. Het lijkt er op dat er na post-modernisme (de laatst besproken stijl) niks meer bestaat. Voor de lezer die goed ingevoerd is in de muziek van de twintigste eeuw zijn er dan ook helaas geen verrassingen en hij blijft net zo onwetend over de trends van de laatste veertig jaar als daarvoor.
In het tweede deel 'sleutelbegrippen' is dat iets anders, omdat bijvoorbeeld het gebruik van video, sampling en internet latere ontwikkelingen zijn, maar dit gaat over techniek en niet over stijl. Vooral het gebruik van internet resulteert in conceptuele kunst en niet in muziekstukken zoals we die doorgaans tegenkomen in de concertzaal.
De tweede reden waarom 'Een kleine muziekgeschiedenis' niet helemaal is wat het beoogt te zijn, komt door de nogal stijve, academische stijl die sommige auteurs hanteren. Hiermee is het boekje minder toegankelijk of laagdrempelig dan gehoopt.
En als derde reden wil ik toch even noemen dat hoewel de auteurs het hebben over de lage landen en er daadwerkelijk Nederlandse componisten langskomen, de focus toch echt op België ligt. Hierbij is het teleurstellend om te observeren dat de twee lage landen nauwelijks naar elkaars muziek luisteren. Tenminste, ik was van alle genoemde Belgische componisten alleen bekend met Karel Goeyvaerts (inmiddels al meer dan dertig jaar dood) en Annelies Van Parys...
De muziek van 1950 tot 2020. Er worden vele voorbeelden gegeven waardoor een Spotify account wel handig is. John Cage met zijn 4’33” is zeker het beluisteren waard!