In mijn mand, de derde bundel van Lieke Marsman, behandelt de grootste thema’s die het menselijke bestaan kenmerken: de waarde van het leven en de plek van de dood in een mensenleven. Hoe leef je met een levensbedreigende ziekte? Hoe verandert dat je blik op de wereld, op wat van waarde is, op wat je je herinnert en het verloop van de tijd? En hoe verhoud je je tot de wereld in dergelijke omstandigheden? Trek je je eruit terug, of laat je je juist gelden en houd je die wereld een spiegel voor? Lieke Marsman kiest resoluut voor het laatste.
Lieke Marsman (1990) debuteerde als dichter in Tirade. Voor de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud werd Marsman bekroond met de Lucy B en C.W van der Hoogtprijs, de Liegend Konijn Debuutprijs 2011 en de Buddingh'-prijs 2011. De eerste letter is haar tweede bundel.
In 2017 verscheen haar debuutroman Het tegenovergestelde van een mens bij Atlas Contact. De verzamelbundel Man met hoed bevat bundels 1 & 2, aslook nieuw werk en een selectie vertalingen.
2018: De volgende scan duurt 5 minuten / The following scan will last 5 minutes
In de Volkskrant schreef Arjan Peters over haar debuut: 'Ze kan het, geen misverstand daarover.'
'Het gaat daar telkens over in de werkelijk wervelende roman Het tegenovergestelde van een mens: over het vermogen om je te engageren. Over de vraag: waarom lijken we niet geraakt door de klimaatverandering? Je kunt denken: meer een vraag voor een essay dan voor een roman, maar deze roman is juist zo hemelbestormend omdat het die genrescheidingen irrelevant maakt. Marsman verlaat geregeld de geijkte romanvorm om ruimte te maken voor glasheldere essayistiek en poëzie. En ze doet dat ogenschijnlijk moeiteloos.' - Thomas de Veen in NRC over Het tegenovergestelde van een mens
Poëzie is mijn blinde vlek binnen de literatuur, dus ik heb mezelf opgedragen vaker gedichten te lezen. Tot dusverre bevalt dat goed. Ik merk dat poëzie een bepaalde vrijheid met zich meebrengt, een bevrijding van een bepaald narratief stramien en rechtevenredigheid, die je maar zelden tegenkomt in proza (het proza dat ik lees, tenminste).
De kersverse Dichter des Vaderlands doet dat ook in haar jongste boek In mijn mand. En met verve: dit is een beeldschone bundel (zó mooi ontworpen; petje af, Janine Hendriks), maar ook letterlijk een beeldschone dichtbundel. Letter-lijk. Letters die over lijken gaan: het tweede deel heet niet voor niets ‘LICHAMEN / KADAVERS’.
Laat ik er niet omheen draaien: ik heb deze bundel aangeschaft in de hoop dat het troost zou bieden. Onlangs is ons iemand ontvallen, een jong persoon die overliep van levensvreugde. Ze werd ongeneeslijk ziek en binnen een paar maanden was het gedaan. Hoewel ik haar niet héél erg goed kende, greep haar overlijden mij enorm aan. Dat voelt dubbel: aan de ene kant wil je het verdriet de ruimte geven, al is het verdriet misschien niet eens je eigen verdriet, maar dat van een ander. Aan de andere kant voelt het dus larmoyant en potsierlijk om je te hullen in (grotendeels) andermans verdriet. Emotioneel ramptoerisme.
En wat doe ik als ik niet weet wat ik met mezelf en mijn ambigue emoties aanmoet? Ik duik in de boeken en denk in stilte na over de dingen des levens. Probeer betekenis te vinden in betekenisloze gebeurtenissen. Om aldoor tot de conclusie te komen dat ik op dit moment niet relativering nodig heb, maar slechts soelaas.
Ik vond het In mijn mand. Dank, Lieke Marsman, voor de troost die uit jouw gedichten spreekt. Dat is al een kunst op zich.
'Waarom zoveel gelezen over hoe je om hulp kunt vragen, maar niet over hoe je een tweede keer om hulp kunt vragen, wat veel moeilijker is? De derde en vierde keer sla je om die reden over. De vijfde keer sta je daar en uit je mond komt alleen nog maar getjilp.'
Lieke Marsman gaat recht voor de feels met In mijn mand. Ik kon een paar nachten niet slapen (kan ook aan iets anders liggen) en toen heb ik zo over deze gedichten liggen malen, de vereniging van zoveel moois en zoveel pijnlijks, haast achteloos verteld (maar dat is schijn, want niets is achteloos in deze bundel, de hele bundel ademt het gevoel: was ik maar weer achteloos, kon ik maar weer achteloos zijn). En ik had het niet gedacht, maar 'Vergeet de vogels die zingen / Ik wil mijn hond horen drinken' is mijn nieuwe favoriete dichtregel.
Ik twijfel een beetje of Lieke haar stijl bij mij past. Waarschijnlijk zal ik nogmaals door de bundel heen moeten om alles goed te vatten, maar helaas moet hij voor nu terug naar de bieb. Op dit moment sprongen er vooral een drietal gedichten voor mij uit: Verzet, Het blauw voor het donker en In mijn mand.
Poëzie is echt nog een onbewandelde weg voor me. Waar te beginnen? Hoe te begrijpen? Ik heb geen idee. Deze heb ik specifiek uitgekozen omdat ik de cover erg aantrekkelijk vond, en Lieke Marsman Dichter des Vaderlands was. Was het wat? Ik zit duidelijk nog in een proces, wel eentje die ik niet wil eindigen, en In mijn mand heeft me zeker getriggerd om er meer mee te doen, dus dat is al een grote win. Niet alles raakte me, of begreep ik voluit, maar zeker haar laatste gedicht (in mijn mand) kon me zeker niet onberoerd laten.
Lieke heeft nooit zo maar wat geschreven. Haar proza en poëzie hebben altijd al een vuur in zich gehad dat een vlam in de lezer wil ontsteken. Een vlam die aanwakkert, zuivert, verandering teweegbrengt.
In mijn mand heeft dat ook. Deze grandioze bundel bevat drie delen: in deel 1 krijg je een brok in je keel, in deel 2 krijg je wat schoppen onder je kont en in deel 3 rukt ze met vaardige hand je hart er uit.
Ik wil zo veel zeggen maar kan het niet. Ik ben net als het ven op de (prachtige cover) ogenschijnlijk rustig maar er broeit, gloeit, schuurt iets in mij. Ik kan rafeltjes vastgrijpen, dan weer verlies ik greep, mijzelf, er ligt vanalles te rijpen. In mij. Gezaaid, geplant, aangevuurd door Marsman. Nu nog urgenter dan ooit.
Geen dag te laat dat ze haar als Dichter des Vaderlands hebben aangesteld. Zij bezit de gave om mensen echt te raken. Mensen in hun kleine individuele zijn, maar ook als betekenisvol onderdeel van de maatschappij. Haar poëzie is medicijn, spiegel, troost en vuur ineen. Broodnodig en vol oneindigheid.
Niet helemaal mijn smaak vrees ik, maar razend knap geschreven. Het gedicht ‘Meditatie’ waarin Marsman het verlangen uit om enkel nog ‘ongeëngageerde natuurpoëzie’ te schrijven is wel een prachtige opmaat naar het laatste deel van deze bundel waarin ze het maatschappijkritische als voldaan lijkt te beschouwen en de taal geconcentreerder wordt.
als je een landschap was, dan was je een canyon: / tot grote hoogte uitgesleten / ik verkwistte in jou al mijn vrolijke dagen / en keek ‘s nachts vanuit jou naar die brave planeten
Ik lees geen poëzie, niet omdat ik het niet wil, maar omdat ik denk dat ik het niet ga snappen. Ik ga niet doen alsof ik alle werken in deze bundel 'snap', maar ik heb erg hard genoten van mijn eerste poëzie in lange tijd. 'Kijk om je heen, door de geschiedenis heen dat verdomde verdoemen en minachten van emoties... Geen wonder dat we zijn aanbeland waar we zijn aangestrand.'
"Protestkunst op de pleinen van Europa Een glaasje gin voor wie het kan gebruiken"
"Is het mijn sterfdag? Vergeet engelen en psalmen Ik wil het vanille van een oud boek Ik wil een koud flesje bier en ik wil jou, nog één keer Vergeet vogels die zingen Ik wil mijn hond horen drinken"
Bundel over de omgang met een aangekondigde dood - die van jezelf - in de wereld van iedereen. De bundel begint met een beschouwing over het sublieme en over de genade die al die niet in het sublieme gevonden kan worden. En de bundel eindigt subliem, met genade die wordt gevonden in het aardse, in het moment Nu. Ik weet niet of het voor kattenmensen ook werkt, maar de laatste regel laat me huilen, d.w.z. het effect is iets erger dan opwellend vocht.
Daartussenin, met name in deel twee is de bundel wat wisselvallig. De geëngageerde gedichten in het tweede deel proberen op een rommelige manier de Coronacrisis in verband te brengen met migratiedrama's; dat dit niet echt bevredigende poëzie oplevert blijkt uit het laatste gedicht van die afdeling, waar de dichter erover fantaseert op haar gedroomde oude dag eindelijk een gedicht over een libelle te kunnen schrijven. (Overigens is het echte woord "libel". Het tijdschrift Libelle maakte er ooit een Franse woordspeling van, om het woord "belle" erin te brengen. Ik ben er enorm voor om het woord libel definitief te vervangen door libelle. Ik ben ooit gedwongen om libelle in libel te veranderen in een gedicht en dat hindert me nog steeds).
Toch zou de bundel zonder het tweede deel minder sterk zijn; de machteloze gedichten helpen om de transformatieve gedichten beter te laten uitkomen; een onbevredigend middendeel maakt het laatste deel des te sterker. De geëngageerde gedichten veranderen aan de wereld niets; maar de sublieme gedichten veranderen persoonlijke werkelijkheden. Het derde deel ("Barmhartig vennetje") is m.i. het sterkste deel van de bundel. De taal begint hier ook meer te zingen en licht te verspreiden.
Protestkunst is leuk en geeft het leven zin, vooral in groepsverband, maar welbeschouwd is dat - zeker in het steenrijke westen - een zorgeloze vorm van engagement, die evenveel om gezelligheid als om het veranderen van de wereld draait. Als het erop aan komt, als het om dood en leven gaat, heb je ook een glaasje gin nodig - poëzie met 5% genade.
In bovenstaande blorb van de uitgever staat dat Lieke Marsman ervoor kiest de wereld een spiegel voor te houden. Dat is juist niet de grootste kwaliteit van deze bundel. In die spiegel zijn vooral Twitter-meningen te zien. De genade zit in de spiegel die de dichter zichzelf voorhoudt, en waarin de lezer mee mag kijken; daarin wordt de wereld getransformeerd. Maar de grote wereld eromheen is daarbij nodig als lijst.
Poeh, wat prachtig! Ik houd echt van Lieke Marsman. Ik was erg onder de indruk van haar boek “Op een andere planeet kunnen ze me redden” en ook wat ze te vertellen had in podcasts en tv uitzendingen. Ik had, hoewel ik enorm poëzie fan ben, nog geen van haar dichtbundels gelezen. Schande! Maar daar is nu dus verandering in gekomen. “In mijn mand” kwam op mijn pad en ik heb mezelf erin herkend, gegrinnikt, gehuild, na zitten denken over de woorden en het leven — kortom, alles waarvan je hoopt dat je het ervaart bij het lezen van poëzie.
De gedichten gaan over leven, dood en het spanningsveld er tussenin. Dat klinkt zo misschien heel breed en kaal, maar dat is her allerminst. Het is vaak klein en dichtbij, filosoferend, ontdekkend, voelend, echt. Vooral geschikt voor mensen die al wat rottige dingen hebben meegemaakt in het leven, maar toch nog genieten van de zon en ander licht.
Er zullen opnieuw geliefden in de wijnbar zitten waar wij elkaar voor het eerst kusten Zelfs jij zal opnieuw een geliefde in een wijnbar zijn en opnieuw gelukkig zijn
Een mooie, persoonlijke dichtbundel over menselijke thema’s. Het laatste gedicht vind ik vooral heel erg mooi <3 (Voornemen: meer poëzie lezen, het bevalt me wel)
In mijn mand is opgetekend tegen de achtergrond van de levensbedreigende ziekte van de dichteres, en dat laat zich voelen in haar verzen. Marsman reflecteert en ageert volop over en tegen de dood - nu eens hoopvol, dan weer opstandig, maar vooral met veel vragen en angst. Het vertekent haar beeld van de tijd: 'Oneindigheid van tijd houdt me overeind nu./ Hoe lang de dag ook leek, het was een snipper. /Hoe kort de dag ook lijkt, er is nog tijd.'
De immer geëngageerde Marsman spaart huidige machthebbers niet; er is snoeiharde kritiek op de regeringsleiders ('Dun melkvel van arrogantie op een pap met klonten.') Ze laakt ook de literaire kritiek, die emoties niet de nodige aandacht geeft: 'Kijk om je heen, door de hele geschiedenis heen/ dat verdomde verdoemen en minachten van emoties... /Geen wonder dat we zijn aanbeland/waar we zijn aangestrand.'
Meteen legt Marsman hiermee een pijnpunt van haar eigen poëzie bloot. Haar gedichten zijn één en al emotie, rechttoe-rechtaan en - zeldzaam in de poëzie - vrij eenduidig. Dat levert toegankelijke, aangrijpende gedichten op (zoals in Verlate kamervragen, over vluchtelingen), maar is tegelijk vrij beperkend in het totstandbrengen van een connectie met de lezer. In de laatste cyclus, 'Barmhartig vennetje', over de natuur, maakt Marsman meer gebruik van het gebruikelijke poëtisch arsenaal (metaforen, oxymoron) wat de gedichten meer opentrekt.
"Je was maar een kind en je bent maar een kind nu, maar we hebben gezien dat je in essentie makkelijk te overreden bent. Één mooi gedicht en je was verkocht. Één leuke film en je introduceerde jezelf als liefhebber. Hoeveel rampspoed is er nodig om een gewoontedier te veranderen?"
Sommige gedichten vond ik heel sterk, vooral de wat (maatschappij)kritischere en langere gedichten, maar andere gedichten vond ik dan weer minder, omdat ze voor mij niet op konden tegen de voorgaande sterkere gedichten. Dat zwakte het dan weer af, en vond ik jammer. Bijvoorbeeld het gedicht 'Spelen' en het openingsgedicht vond ik heel goed werken. Maar er waren ook een aantal zinnen (bijvoorbeeld “nu ken ik mijn bloedgroep / en mijn vriendengroep” of “geen wonder dat we zijn aanbeland / waar we zijn aangestrand”) die ik in een redactieronde echt snel geschrapt zou hebben, en die gewoon net wat too much of voorspelbaar waren. 3.5*
"terwijl ons beloofd was / dat de kinderen niet / zouden sterven"
de proza is niet helemaal mijn smaak maar de structuur van sterk maatschappelijk betrokken poëzie, naar de "ongeëngageerde natuurpoëzie" is heel overtuigend. Ik vond dit laatste deel me qua taligheid meer aanspreken, hoewel de eerdere onderdelen me meer bij de les hielden
De corona-crisis en Marsmans eigen ziekte lopen als een rode draad door de bundel. Waar een gedicht als ‘Verzet’ ooit onschuldig geïnterpreteerd zou worden als een vrolijke lentense wandeling door de stad, krijgt het nu een geheel nieuwe betekenis wanneer Marsman en haar Vriendin voor het eerst in weken weer eens naar buiten durven. Toch gaat de wanhoop nooit overheersen. Daarvoor heeft de bundel te veel humor, intertekst (van Hegel en Marx tot Plath en Campert) en bovenal een rijk gezelschap aan honden. Ik moest regelmatig denken aan Godfried Bomans’ ‘Spleen’. Sowieso een herkenbaar gedicht in deze tijden.
Geen vijf sterren omdat het engagement soms iets afdoet aan de ambiguïteit. Een gedicht als ‘Spelen’ is sterk in de manier waarop Marsman de nog altijd gebrekkige intolerantie van Nederlanders zowel humoristisch als schrijnend weet te verbeelden, maar de boodschap is te eenduidig om hier meer lagen uit te halen tijdens een tweede lezing. Dat dit soort gedichten de zwakkere zijn zegt echter in de eerste plaats iets over hoe sterk de rest van de bundel is. Zeker de twee lange gedichten waarmee Marsman de bundel opent en sluit zijn fenomenaal.
verslonden met een broodje gegrilde groente en een glaasje gingerbeer, als een echte yup. hier wat mooie stukken:
wat als het ongrijpbaar is omdat niet bestaat? wat als er tussen de regels door alleen een peilloze leegte ligt, een stilte waarin ik probeerde een gedachten te formuleren
waarom honing op een schrale keel? waarom niet marmelade op een papiersnee? (…) waarom nooit vlechten gehad?
er zullen opnieuw tieners wild na sluitingstijd de cafetaria inrennen er zullen opnieuw geliefde in de wijnbar zitten waar wij elkaar voor het eerst kusten zelfs jij zal opnieuw een geliefde in een wijnbar zijn en opnieuw gelukkig zijn ook al is je oude geliefde dood. (…) is het mijn sterfdag? vergeet engelen en psalmen ik wil het vanille van een oud boek ik wil een koud flesje bier en ik wil jou, nog één keer.
This entire review has been hidden because of spoilers.
De 'Universele esthetiek' weergegeven door een vrouw die leeft met een levensbedreigende ziekte. Waarin woede en kritiek op de wereld, melancholisch en met toch een beetje weemoed aan terug gedacht wordt.