Midden in een broeierige hittegolf ontvangen twee jonge dertigers met de post een heremietkreeft. Kort daarna kondigt een vriendin aan dat ze in verwachting is, wat bij het koppel oud verdriet naar boven haalt. Hun wereld is misschien wel onze nabije toekomst: de postbezorging is overgenomen door Amazon, drones bewaken de openbare orde, rijken migreren naar het koelere noorden. Met hun jeugdvrienden filosoferen ze over hoe alles anders had kunnen zijn, over tijdreizen, over het koloniseren van andere planeten, over het leven dat hen beloofd is en het leven dat ze gekregen hebben. Gaandeweg lijken tijd en ruimte in de hitte te versmelten: herinneringen vloeien door elkaar, oude Europese mythes verweven zich met het heden, geesten komen tot leven. Het lijkt wel alsof de hele geschiedenis van de mensheid zich verzet tegen het uitsterven.
Jens Meijen vraagt zich in zijn overrompelende debuutroman af hoe we een zinvol leven kunnen opbouwen, of het wel rechtvaardig is om in dit klimaat nog een kind op de wereld te zetten, en welke verantwoordelijkheid we dragen voor andere levensvormen op onze aarde.
Jens Meijen (1996) rondde de masters Westerse Literatuur, Literatuurwetenschappen en Europese studies af aan de KU Leuven. Daarnaast is hij journalist, recensent en columnist bij Humo en De Morgen, redacteur bij Greenpeace Belgium en lid van de kernredactie van literair tijdschrift dw b. Hij publiceerde ook nog in De Revisor, deFusie, Hard//hoofd en Deus Ex Machina. Hij was de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België. Xenomorf (2019) is zijn debuutbundel, De lichtjaren (2021) is zijn debuutroman.
Prachtig geschreven, maar tegen het einde werd het verhaal me toch wat te vreemd. Gek eigenlijk, want ik ben een grote fan van speculatieve fictie. Ik denk dat het speculatieve aspect misschien te laat werd ingezet? Of onvoldoende uitwerking kreeg? Desalniettemin vond ik de toekomstvisie sterk, de personages bijzonder en het proza prachtig.
Dit boek speelt zich in de toekomst af, maar de personages hebben hedendaagse ideeën over de wereld. Het is net alsof Meijen enkel onze tijd een paar decennia vooruit heeft geplaatst, en niet heeft nagedacht over dat als een verhaal zich in de toekomst afspeelt, er andere denkbeelden en bedrijven zijn, dat Deliveroo en Google dan misschien niet meer bestaan.
Ik heb De lichtjaren gelezen, een knappe, ontregelende en dus bijzonder interessante roman van de Vlaamse auteur Jens Meijen.
(Opgelet: hieronder staan net iets teveel spoilers; het is altijd beter om een boek 'fris' te ervaren.)
De twee hoofdpersonen van het boek leven in een (licht) dystopische toekomst. We zien de gevolgen van de klimaatopwarming, het water is gerantsoeneerd, de rijken zijn gevlucht naar het noorden, het is een wereld waarin drones en data overheersen. Ze wonen in een armoedig appartement en krijgen op een dag tot hun verbazing een levende heremietkreeft aan huis geleverd. Tegelijk maakt een goede vriendin bekend dat ze een kind verwacht.
De roman ontwikkelt zich als een complex geheel, met geregeld verhalen in het verhaal. Uiteindelijk lijkt het boek te gaan over het idee dat deze versie van de realiteit één van vele mogelijke werelden is. (Voor alle duidelijkheid: deze roman is totaal geen sciencefiction.) De lichtjaren voelt voor mij in die zin aan als een troostroman. De realiteit is slechts één van een oneindig aantal mogelijke versies. Tegelijk is het een boek over kwetsbaarheid: als wereld, als samenleving, als vrouw, als kreeft.
De lichtjaren is soms verwarrend. Ik heb het gevoel dat ik veel aspecten niet begrepen heb, waarvoor ik het boek dus een tweede keer zou moeten lezen. Tegelijk is de roman sterk, verrassend en gedurfd. Een uitdaging en een aanrader.
PS: Ik moest af en toe onvermijdelijk denken aan de film The Lobster, waarin mensen reïncarneren als een dier. Benieuwd of iemand daar iets van vindt.
‘Ik hoop dat de woorden hun werk doen en je ergens aanraken, voor jou ook iets uitdrukken wat je zelf niet begrijpt. Ik denk dat he wel weet wat ik bedoel, dat hoop ik, en later kunnen we deze stilte samen uitkleden, in een pyjama steken, in bed leggen, een kus op het voorhoofd geven, en zelf ook gaan slapen, desnoods voor de deur op de grond als het moet, of op het mos van de vensterbank, of op straat in de gietende regen. Een vijver zal mijn deken zijn.’ (236)
‘Mensen zijn vreemde dieren. Als je ze lang genoeg samenzet, vergroeien ze met elkaar’ (179)
Fascinerend boek. Ik heb genoten van de slimme stijl, de ideeën en de setting. Naar het einde toe kwam de roes meer op de voorgrond en bleef ik wat op mijn honger zitten.
Erg matig: bol van de belerende zinnen in een onsamenhangend geheel met een nochtans interessant uitgangspunt. Af en toe een mooie zin, maar de stijl komt echt vaak geforceerd en gekunsteld over. Samengevat een boek waarvan je je eens het uit is afvraagt: wat heb ik nu eigenlijk gelezen.
De lichtjaren leest als een koortsige droom en ik weet nog niet zo goed wat ik daar nou van vind. Een soort trip waar je bij raaskalt maar toch ook een aantal hele rake dingen in zegt
Ik zou De lichtjaren vijf sterren al alleen geven voor de enkele typfoutjes die ik er nog heb kunnen uithalen, maar gelukkig gelden ze even goed voor het verhaal zelf. Deze keer in romanvorm schept Jens een surreële - maar ook vrij potentiële - wereld die volledig is onderworpen aan het klimaat. Daarbinnen krijgt de lezer een intieme blik voorgeschoteld, bestaande uit de kleine momentjes des levens. Hoezeer iedereen telkens met z'n eigen ding bezig is, zijn ze vooral ook met elkaar. Het is dan ook in dat samen (over)leven, dat Jens z'n personages worden verweven met treffend eigentijdse motieven en thema's om zo uit te komen tot een ijzersterk geheel.
Durf ik het Normal People meets Xenomorf te noemen? Daar zou ik Xenomorf nog voor moeten lezen. Sorry. Maar echt, goe gedaan.
Gelezen voor een interview! Toffe mens, mooi boek, all of the things. (Door mijn regel van 'nooit sterren geven aan boeken die ik voor mijn werk lees' helaas wel geen rating)
Het verhaal is op zich mager, maar als kapstok om te reflecteren over de maatschappij heeft het boek me toch verschillende keren aan het denken gezet. De multiversumtheorie aan het einde met zijn surreële elementen vind ik dan weer te naïef. Uiteindelijk toch een boek waar ik iets aan gehad heb.
In slechts 260 paginas schept Jens Meijer een wereld die niet zo anders is dan die waarin we nu leven, maar dan met hitte, droogte, polarisatie tussen arm en rijk verder doorgetrokken. Ik kreeg het er benauwd van. Ook knap hoe hij het verhaal zo klein en overzichtelijk houdt; hij had bijna net zo goed de dystopische wereld verder kunnen uitwerken en uitdenken maar hij hield het beknopt - wat ik waardeerde; te veel science fiction is niet mijn genre. Die beknoptheid werd echter teniet gedaan door onnodige semi poetische zinssnedes (gedachten likten zich als vlammen in mijn hoofd naar boven) en de scenes met de rivierkreeft droegen niks bij. En begreep ik ook niet. Ook had ik meer gehoopt op wat er op de achterflap stond: wil je wel of geen kinderen in een wereld die zo op barsten staat. Ook begreep ik de passages met het vliegtuig niet. Al met al oke; bijzonder, maar niet fantastisch. En niet wat ik ervan verwachtte.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Echte literatuur. Ik kan er eigenlijk niet meer over zeggen dan wat op de flaptekst staat. In de niet zo verre toekomst (over 10-20 jaar) is alles uitvergroot: droogte, warmte, waterschaarste, armoede, Een koppel krijgt het vonnis van onvruchtbaarheid. En dan wordt er een levende kreeft aan huis geleverd. Vreemd maar meeslepend.
Een heel avontuur, zowel door verschillende plaatsen, tijden, dimensies en staten van bewustzijn als door de taal. Mooie balans tussen concreet en abstract.
Ik heb het gevoel dat ik teveel van het boek niet heb begrepen. Het boek heeft mij verward achtergelaten. Terwijl het op één of andere manier ook wel geniaal is.