Een jaar geleden is Rosemary gestorven, tijdens een etentje in een restaurant. Zelfmoord, was de conclusie, er was blauwzuur in haar champagne gevonden.
Haar man, George, is er nochtans niet zeker van dat ze zelfmoord gepleegd heeft, zeker niet nadat hij brieven ontvangen heeft waarin staat dat Rosemary vermoord is. Er zijn vooral twee mannen die hij verdenkt, omdat hij denkt dat één van de twee de minnaar van Rosemary was, maar hij weet niet welke.
We leren ook andere personages kennen in het verhaal: Iris, de zus van Rosemary, Anthony Browne, één van de verdachten, Steven Farraday, de andere verdachte, en zijn vrouw Sandra. Dan is er ook nog Lucilla Drake, een tante van Iris en Rosemary, die bij George en Iris in huis woont, en een zoon heeft, Victor, die steeds in geldnood zit en zich allerlei serieuze moeilijkheden op de hals haalt. Tenslotte is er ook nog Ruth Lessing, de secretaresse van George, die een oogje op hem heeft en Rosemary niet kon uitstaan.
Dan organiseert George een etentje in hetzelfde restaurant waar Rosemary gestorven is, met dezelfde gasten. Op een gegeven moment, na een toast uitgebracht te hebben, zakt George ineen en sterft: blauwzuur in zijn champagne. Zelfmoord?
Het is nu aan de inspecteurs Kemp en Race om de zaak op te lossen.
Spannend verhaal, dat alle kanten op kan gaan, en uiteindelijk weer met een ingewikkelde en verrassende ontknoping op de proppen komt.
Leuk om te lezen, te verwachten Christie-stijl.