In Klink: Spreken met impact (2021) verbinden Henk Stoorvogel en Mark van Vuuren de gouden regels van de klassieke retorica met recente inzichten uit de communicatiewetenschappen. In dit toegankelijke en helder opgebouwde boek leren zij de lezer “de fijne kneepjes van het spreken en presenteren.” Klink beoogt daarbij een stapsgewijze begeleiding te bieden: van de eerste voorbereidingsfase tot het moment waarop de boodschap daadwerkelijk wordt overgebracht op het podium.
Klink is in de kern een methodisch boek. De auteurs nemen de lezer stap voor stap mee langs de bouwstenen van een overtuigend verhaal. Daarbij putten zij uit de klassieke retorica, maar verbinden deze traditie ook met moderne communicatiewetenschappelijke inzichten. Stoorvogel en Van Vuuren zijn beiden communicatiewetenschappers met ruime spreekervaring. Die combinatie van theoretische kennis en praktijk blijkt vruchtbaar. Het boek is niet alleen systematisch en methodisch, maar ook creatief opgezet, met een speelse, visuele vormgeving en het gebruik van vijf zogeheten ‘gidsen’.
Deze vijf gidsen corresponderen met de vijf stappen die volgens de auteurs nodig zijn om te komen tot “een verhaal dat KLINKT” (p. 26): (1) ontdekken, (2) ordenen, (3) omschrijven, (4) onthouden en (5) overdragen. Elke stap wordt verbeeld door een historische of culturele figuur: Leonardo da Vinci staat voor het ontdekken, Jane Jacobs voor het ordenen, Mohammed Ali voor het omschrijven, Agatha Christie voor het onthouden en Theodore Roosevelt voor het overdragen. De koppeling tussen stappen en gidsen is origineel.
Het ontdekken betreft het creatieve proces waarin het ‘reservoir’ wordt gevuld; divergent denken staat hier centraal. Het ordenen daarentegen kenmerkt zich door convergentie. Modellen als NYC (New, You, Call), evenals inductieve en deductieve structuren helpen bij het aanbrengen van samenhang. Voor de call to action introduceren de auteurs de vijf H’s: Hart, Hoop, Hem/Haar, Haalbaar en Hier & Nu. Het omschrijven van het verhaal verloopt vervolgens via vijf stappen: ritme (schakelmomenten), ‘voetenwerk’ (woordkeus en stijlfiguren), schijnbewegingen, combinaties (zoals drieslagen) en de ‘punch’, de zin die de kern van de boodschap vangt. Voor het onthouden bespreken Stoorvogel en Van Vuuren vier strategieën: het geheugenpaleis, de mindmap, de PowerPointpresentatie en het kaartjessysteem. In de fase van het overdragen staat het daadwerkelijk communiceren centraal, waarbij het zaak is af te rekenen met “de anonieme criticus”. Spreken wordt hier opgevat als een prestatie op het vlak van presence (volledig aanwezig zijn), plek (het benutten van de ruimte) en performance, waarbij communicatie plaatsvindt op zes niveaus: taal, stem, ogen, mimiek, gebaren en lichaamshouding, en ruimte.
De verschillende stappen en bijbehorende technieken worden helder en beknopt beschreven. Zowel klassieke retorica als moderne inzichten komen aan bod, maar steeds functioneel en zonder overbodige uitweidingen. Daarnaast verhelderen de voorbeelden wat de stappen concreet betekenen. Als lezer merk je dat de auteurs hun bronnen grondig kennen, maar ook zorgvuldig afwegen wat zij wel en niet communiceren. Hun doel is nadrukkelijk niet om een academische inleiding in de retorica of communicatiewetenschap te bieden, maar om een praktisch en samenhangend stappenplan te presenteren: van ontdekken, via ordenen, omschrijven en onthouden, naar overdragen. Het uiteindelijke doel is helder: de lezer helpen om te komen tot een boodschap die klinkt.
Vrijwel iedereen krijgt in meer of mindere mate te maken met spreken in het openbaar. Klink biedt handvatten om dit spreken – zowel in voorbereiding als uitvoering – methodisch aan te pakken. Het boek reikt een doordacht raamwerk aan om een verhaal van begin tot eind op te bouwen: van het creatieve ontdekkingsproces tot de uitvoeringsfase. De inzichten in verhaalopbouw en de praktische tips voor het onthouden en overdragen van een boodschap zijn concreet en direct toepasbaar. Als lezer kun je hier zeker je voordeel mee doen.