Ik wil geen hond zijn is het verhaal van een jonge vrouw wiens liefdesverdriet zo tomeloos is, dat ze na een paar maanden besluit in een hond te veranderen: dat zal dé manier worden om bij degene te kunnen zijn die haar heeft verlaten. Zo kan ze haar liefde openlijk en onbekommerd aan hem geven, zoals honden dat nu eenmaal doen. Het is een soort omgekeerde The Lobster, een film die ze ook even noemt in het begin van het verhaal.
Maar de crux van het boek is: ze wil niet per se letterlijk een hond zijn, er is alleen geen andere manier om haar liefde kwijt te kunnen. Ze loopt namelijk over van liefde voor de man die wegging, en die liefde heeft nu "geen uitweg meer".
“Hond” betekent in deze novelle dan ook meerdere dingen: ten eerste is “hond” het fysieke wezen, het huisdier, waar men in kan veranderen om terug te komen bij een geliefde. Maar ten tweede is er ook de hond als verlichamelijking van de onvoorwaardelijke, onbegrensde liefde en trouw, voor wie elke ontmoeting met het baasje een groot feest is. En ten derde “hond” als stijlfiguur voor (wanhopige) liefde en trouw binnen de kunst. Mathijsen noemde in een lezing al “I Wanna Be Your Dog” van The Stooges als inspiratie, maar de novelle doet ook denken aan een van de beroemdste liefdes/break-up liedjes ooit: “Ne Me Quitte Pas” van Jacques Brel. Vrij vertaald: “laat mij de schaduw van je schaduw worden/ de schaduw van je hand, de schaduw van je hond”. Hier is de hond een meetlat voor hoe zeer spreker zich verlaagt, omdat hij alleen bij gratie van de verloren aanbeden persoon kan leven.
Ik wil geen hond zijn is een bloedserieus what-if verhaal: wat als je iets kon doen aan je liefdesverdriet, iets onomkeerbaars? Het feit dat de transformatie niet als bizars wordt gepresenteerd geeft ook aan dat haar verdriet haar een enorme tunnelvisie geeft. Het onomkeerbare aan de transformatie tot hond levert dan ook spanning op bij de lezer. Het boek is geschreven in de eerste persoon, en in de tegenwoordige tijd. Dit is niet iemand die terugblikt, dit is iemand die op dit moment acuut verdriet voelt en een dramatische beslissing neemt die de rest van haar leven zal bepalen. Het idee dat haar liefdesverdriet voorbij zal gaan lijkt helemaal niet in haar op te komen. Ik ben er niet over uit of dit een makke is van het boek of iets dat het verhaal versterkt: de keuze voor de transformatie geeft wel precies de uitzichtloosheid van haar wanhoop aan, waar het verstrijken van tijd (nog) geen vat op heeft.
Mathijsens stijl is simpel op een manier die niet vervelend is, maar helder en fijn. Het is leuk om te zien hoe ze in dezelfde tekst herkenbaar hoogdravende metaforen gebruikt, maar juist ook metaforen gebruikt met een pakje Wicky of de verpakking van een Twix. Dit zijn natuurlijk banale voorwerpen, en daarom vallen ze op. Deze categorie metaforen brengt ook wat lichtheid in wat verder een zwaar onderwerp is.
Ook weet Mathijsen social media op een heel goede manier in het verhaal onder te brengen. Social media zijn normale onderdelen van het moderne leven en moderne liefde, en ze worden gebruikt op een manier die in dienst staat van het verhaal. Daardoor komt het compleet natuurlijk over.
Het is een vrij kort boek, maar het geeft genoeg stof tot nadenken omdat het zich op meerdere manieren laat lezen wat betreft de hoofdmoot van het verhaal (de transformatie tot hond). Bovendien stipt Mathijsen een paar andere interessante ideeën aan: de rol van eten als indicator van zowel gulzigheid als levenslust, liefde in de moderne tijd, en de aanwezigheid van geluk en ongeluk in de literatuur. “Aanstippen” is hierbij het juiste werkwoord: deze ideeën worden vlug opgeworpen en nodigen uit tot reflectie. Ze worden echter niet uitgewerkt, wat ook wel begrijpelijk is vanwege het beperkte aantal pagina’s.
Ik ben ook na het bedenken en schrijven van deze recensie nog lang niet over deze novelle uitgedacht. Dat is altijd een goed teken.
EDIT:
Het boek blijft bij de tweede lezing absoluut overeind staan, en zag ook allemaal interessante verwijzingen naar dingen binnen en buiten de tekst.