In kleurrijke scènes, waaruit bijna vergeten details van een verzonken tijd aan de oppervlakte komen, verbeeldt Willem van Toorn de geschiedenis van een middenstandsgezin dat zijn wortels heeft in de Betuwe en vlak voor de oorlog naar Amsterdam verhuist. Met groot gevoel voor het alledaagse bestaan brengt hij op liefdevolle wijze het leven en de mentaliteit in het Betuwse landschap van weleer en in het Amsterdam van tijdens de oorlog in kaart. Dat landschap, het landschap van de Waal, is ook het onderwerp van het 'actuele' deel van deze autobiografische roman. De dijkverzwaringen van de jaren tachtig en negentig waren aanleiding tot het verzet van een aantal kunstenaars tegen de kaalslag van dat gebied. De deelname aan dat verzet valt voor de schrijver samen met het afscheid van zijn ouders. Door hun dood en op de vraag wat er te verdedigen valt aan een landschap opent zich zijn geheugen en moet hij alsnog het verleden een plaats zien te geven.
Willem van Toorn (Amsterdam, 1935) was dichter, schrijver en vertaler. Hij publiceerde een groot aantal romans en verhalen- en gedichtenbundels, en was redacteur van het literair tijdschrift Raster. Zijn roman Een leeg landschap (1988) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en de roman Het verhaal van een middag (1994) voor de Libris Literatuur Prijs. Zijn recentste roman, Stoom, werd enkele malen herdrukt.
Voor zijn poëzie ontving Willem van Toorn de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs en de A. Roland Holst-penning. Van Toorn heeft poëzievertalingen gemaakt van het werk van onder andere W.S. Graham, Franco Loi en Cesare Pavese. Ook heeft hij veel proza vertaald; uit het Duits werk van Klaus Mann, Franz Kafka en Stefan Zweig en uit het Engels romans van onder andere Aldous Huxley, Christopher Isherwood, John Updike en E.L. Doctorow. In de komende jaren werkt Willem van Toorn daarnaast aan een biografie over Emmanuel Querido, de grondlegger van de in 2015 honderd jaar bestaande uitgeverij Em. Querido. Zijn roman De rivier en het jeugdboek Rooie werden in het Duits vertaald; een keuze uit zijn gedichten, onder de titel Paesaggi, verscheen in het Italiaans.
'Willem van Toorn ergert zich aan het feit dat mensen betrekkelijk machteloos staan tegenover een voortdurend veranderende samenleving, die helaas ook steeds onpersoonlijker wordt, die ons haar regels oplegt en ons een bestaan laat leiden dat we niet zelf hebben gekozen. (...) Dit is wat Van Toorn bezighoudt. De melancholie om het verval, de liefde voor het landschap, het ironisch geamuseerd zijn, het meegevoel, het verlangen om iets vast te houden in taal (...) De taal overleeft.' Juryrapport A. Roland Holst-penning 2000
Zowel een mooi opgetekende familiegeschiedenis (over bijvoorbeeld de oorlogsjaren) als een lofzang op de Betuwe en het rivierengebied. Herkenbaar voor een ieder die bekend is met dat schilderachtige gebied.
Het verhaal gaat over een middenstandsgezin dat voor de oorlog naar Amsterdam verhuist vanuit "het stadje". Dat het over Tiel gaat, blijkt verderop. Het verhaal wordt verteld vanuit het gezichtspunt van de - toen nog jonge- Willem van Toorn, de schrijver van het boek. Belevenissen van een kleine, opgroeiende jongen in de crisis- en oorlogsjaren in Amsterdam worden met veel oog voor detail verteld. De herinneringen aan het landschap van de Betuwe, vaak gekleurd door de verhalen van zijn ouders, zorgen ervoor dat hij zich als volwassene deel zal nemen aan het verzet tegen de kaalslag van het gebied door de dijkverzwaringen. Een boeiend boek dat ik met plezier heb gelezen.