Quatrième de couverture ‘Het lied van de goden’ van Reggie Baay is het aangrijpende verhaal van de tot slaaf gemaakte Flora van Makassar, die in de 18e eeuw als jong meisje in Oost-Indië wordt geroofd en door een VOC-koopman wordt meegenomen naar de Republiek. Parallel aan haar geschiedenis loopt die van de regent van een Amsterdams tuchthuis, Joachim van der Elst, een man met een tomeloze ambitie. De wegen van Flora en Van der Elst kruisen elkaar op verschillende manieren. Flora vertrouwt de lijdensweg die ze heeft afgelegd aan het papier toe en dit zal leiden tot de roemloze ondergang van Van der Elst. ‘Het lied van de goden’ is op feiten gebaseerd en geeft een beeld van de nog relatief onbekende slavernij in de Oost en het tragische lot van de tot slaaf gemaakten die destijds legaal en illegaal werden meegenomen en in ons land aan hun einde kwamen.
Reggie Baay (Leiden, 1955) studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij zich specialiseerde in de koloniale en postkoloniale literatuur en geschiedenis. Van 1985 tot 2005 was hij als redacteur verbonden aan het tijdschrift Indische Letteren en publiceerde hij vele artikelen op het gebied van koloniale geschiedenis en koloniale literatuur.
Het boek beschrijft de belevenissen van Flora van Makassar en van Joachim van der Elst.
Flora van Makassar, geboren als Saromê ‘onbevlekte bloem van Wadja’, is de dochter van stamhoofd LaMadoekelleng van het eiland Sulawesi. Wanneer Saromê zich te ver buiten het dorp waagt, wordt ze door slavenhandelaars gevangengenomen, vervolgens met de boot naar Batavia gebracht, waar zij uiteindelijk als slavin wordt verkocht aan een Nederlander. Flora zal nog vaak van eigenaar wisselen voor zij in Nederland terechtkomt, waar haar de vrijheid was beloofd … maar het tegendeel is waar.
Joachim van der Elst is regent van het Spinhuis en wil zijn aanzien in de stad zien stijgen en doet verwoede pogingen zijn macht en rijkdom te vergroten. Zijn bekommernissen lezen we in brieven die hij aan zijn in Batavia werkende en wonende zoon Godfried stuurt.
Hoe vergaat het Flora verder in Nederland? Zal zij kunnen terugkeren naar haar thuisland? Wat gebeurt er met VOC-handelaar J. van der Elst en zijn toekomstplannen?
Het lied van de goden is een heel indrukwekkend boek en verhaalt over een zwarte en minder bekende bladzijde uit de VOC-periode.
De auteur opteerde voor twee verhaallijnen, enerzijds het verhaal van Flora en anderzijds dat van VOC-handelaar Joachim van der Elst. Het boek wisselt voortdurend van verhaallijn, waardoor de geschiedenis van de hoofdfiguren heel goed te volgen is. Beide verhaallijnen groeien naar elkaar toe om te eindigen in een ‘licht’ voorspelbare, maar mooi neergeschreven plot.
De auteur heeft een mooie, vlotte, beeldende en beschrijvende schrijfstijl. Hij verwerkt in het verhaal dialectwoorden uit Batavia, waarvan de verklaring in een uitgebreide woordenlijst achteraan in het boek terug te vinden is. Het is naar mijn gevoel een heel sereen verhaal geworden. De schrijver gaat niets uit de weg, verbloemt niets maar weet het steeds boeiend en verrassend te houden.
Heel speciaal aan deze uitgave is dat Flora haar eigen verhaal aan het papier toevertrouwt en dat Joachim van der Elst brieven schrijft. Heel ongewoon en verrassend dat een slaaf kan schrijven, maar tijdens het lezen van haar levensgeschiedenis wordt vlug duidelijk hoe zij Nederlands leerde lezen, schrijven en spreken. Wanneer je je als lezer verplaatst in de tijdsperiode van het boek, is de briefwisseling tussen de regent en zijn zoon verklaarbaar en perfect te plaatsen naast het zelfgeschreven relaas van Flora.
Tijdens het lezen verplaatste ik mijn gedachten naar een boek uit mijn schoolperiode ‘Max Havelaar’. Ik heb echter nooit geweten dat er in de voormalige Nederlandse kolonies een bloeiende slavenhandel was. Slaven link ik onmiddellijk aan uitbuiting. In dit boek is het niet anders, maar worden wel andere aspecten van het slaaf zijn benaderd, waaronder seksuele uitbuiting, volledige onderdanigheid en ondergeschiktheid.
De hoofdfiguren in het boek zijn fictieve personages, maar de aangehaalde feiten in het boek zijn dat uiteraard niet. Het verhaal van Flora is gebaseerd op verschillende tot slaaf gemaakte vrouwen en het personage van Joachim van der Elst is gestoeld op diverse historische personages. In het nawoord geeft de auteur duiding over slavernij en slavenhandel in het bijzonder. Ik was verbaasd te lezen dat onder slaven een hiërarchie bestond. De auteur heeft met Het lied van de goden een mooie historische roman geschreven die een niet zo fraai beeld schetst uit de rijke VOC-periode. Maar dit boek moest geschreven worden en moest ons doen nadenken over de moderne vormen van slavernij en uitbuiting. Het nawoord sluit af met een korte maar interessante literatuurlijst.
Op de cover prijkt een mooi fragment uit het werk ‘Julius Schelto van Aitzema met vrouw, gasten en bedienden’ van Gerard Wigmana uit 1697, waarop een slaaf als bediende is afgebeeld.
Voor de historische feiten, voor het mooie serene verhaal, voor de fijne taal en woordspelingen waardeer ik dit boek graag met vier sterren.
Ik vraag me vaak af hoe onze voorouders op het idee kwamen dat je ergens naartoe kunt varen en daar zonder vorm van proces de baas spelen en mensen als je eigendom beschouwen en dan ook nog eigendom waar je niet zuinig op hoeft zijn. Baay schrijft in zijn nawoord bij dit boek dat in de 17e en 18e eeuw slavernij en slavenhandel zowat overal in de wereld aan de orde van de dag waren, behalve in Noordwest-Europa. Hier was het verboden. Dat maakt het nog raarder dat de West-Europeanen er vervolgens zo ongeveer wereldkampioen in werden. Of dachten ze schouderophalend: 's lands wijs 's lands eer, best profijtelijk zo? Ik geef dit boek toch niet meer dan drie sterren. Ik vond de brieven van de koopman niet zo overtuigend, het lag er wel erg dik bovenop. Ben nu wel heel benieuwd naar meer over de levens van mensen als Rosetta van Sabauwe of Christina van Batavia, meegenomen naar de Republiek.
Uiterst pijnlijke, maar daarmee waardevolle weergave van de impact die slavernij heeft gehad op het leven van zovelen. Twee verhaallijnen die op indrukwekkende wijze samenkomen, en tot die tijd enorm uitnodigen om door te lezen.
Slaven in Nederland? Dat was voor mij nieuw. En reden om dit boek te lezen. In dit boek lees je het verhaal van Flora. Zij kwam als slavin naar Nederland met haar meester. Officieel was Flora vrij zodra ze voet op Nederlandse bodem zette. Dat wist zij niet. Haar meester profiteerde van haar onwetendheid en behandelde haar ook in Nederland ‘gewoon’ als slavin. In het boek lees je dat dit vaker gebeurde.
Hoe kwam Flora in Amsterdam? Dat vertelt zij zelf in briefvorm aan een in het begin onbekende ‘liefste’. Ik vond het boek taai om te lezen. Wel leerzaam. Ik vond het daarom ook lastig om met Flora mee te voelen. Gelukkig heb ik het boek uitgelezen, want het verhaal van Flora bleek rijker dan ik dacht. Meer over mijn leeservaring lees je op Harmkes Leestips.
cijfer: 7,5 Boek in de vorm van brieven geschreven. Geschreven door een Amsterdamse koopman en een slavin (uit een vorstelijke familie van Wadjo afkomstig). Vanwege die briefvorm ietwat wat lastig te lezen omdat je steeds moet schakelen tussen de levens van die koopman en de slavin Flora. Maar verder wel erg interessant en vooral (net als in 'lichter dan ik' heel verhelderend over de manier waarop er in Nederlands Indië met slaven werd omgegaan.
Prachtig boek over een uiterst pijnlijke periode uit onze vaderlandse geschiedenis. Het verhaal is in briefvorm geschreven, wat niet altijd even gemakkelijk leest, maar wel een originele en treffende manier is om je mee te sleuren naar deze tijd. Ik kreeg tijdens het lezen veel last van plaatsvervangende schaamte.
Prachtig boek vanuit het perspectief van een 'silenced voice': een tot slaaf gemaakte vrouw uit 'de Oost' en vanuit een witte koopman die wordt beschreven op een manier die me doet denken aan Thomas Rosenboom.
De achterflaptekst helpt het me om te weten wie de vertellers zijn. In het begin kost het me moeite om in het verhaal te komen. Na een tijdje ga ik meeleven met de tot slaaf gemaakte Sarome. Ik ben weer geschokt over hoe er met mensen werd omgegaan in Nederlands-Indië.