Ons boerenland is morsdood. Nauwelijks meer insecten, nauwelijks meer vogels, nauwelijks meer bodemleven. Landdegradatie. Het komt nu aan op radicale dienstbaarheid aan de aarde, zonder hoop op dankbaarheid of begrip van je medemens.’
Tommy Wieringa is niet alleen bezorgd over het boerenland, hij schrijft met dezelfde urgentie over onze cultuur, onze democratie en onze intellectuele vrijheid. De actualiteit is de aanleiding om zijn pen te scherpen, maar steeds weet hij dieper te raken door brandende kwesties in hun historische context te zien en tegelijk een moreel appel te doen. Wieringa excelleert als columnist, zijn stukken geven een indringende analyse van de ontregelingen van onze tijd en zetten daarmee aan tot verder denken en het zoeken naar oplossingen.
Tommy Wieringa (born 20 May 1967 in Goor, Overijssel) is a Dutch writer. He received the Ferdinand Bordewijk Prijs in 2006 for his novel Joe Speedboat.
"Een student die tijdens zijn opleiding niet is afgerekend op zijn gebrekkige taalvaardigheid, loopt na zijn studie tegen een muur op. De maatschappij waarin hij terechtkomt bezit niet dezelfde tolerantie voor taalfouten; zo zal hij om te beginnen met een krukkige sollicitatiebrief niet eens voor een gesprek worden uitgenodigd. Taal is macht, inderdaad, macht die hij nu niet bezit. (...) Het dient, met andere woorden, het streven naar meritocratie niet om de maatschappelijke eisen voor nieuwkomers en hun kinderen te verlagen. Beter keren we terug naar het aloude ideaal van verheffing. Er zijn al genoeg domme mensen."
Dat Wieringa niet om een boude bewering of cassante uitspraak verlegen zit, kan je wekelijks op zaterdag lezen in zijn columns op de site van het NRC Handelsblad. Maar het heeft toch iets om ze gebundeld in de hand te kunnen lezen en herlezen, zeker in deze mooi vormgegeven uitgave in een net iets groter formaat. Mocht Wieringa de lezer niet nu en dan stevig wakker schudden, dan zou dat met deze klepper met harde kaft zeker lukken. En je zou er geeneens stevig voor moeten doorslaan.
Zijn columns zijn niet onder één noemer te vatten, maar meanderen alle richtingen uit. Het uitgangspunt is vaak een persoonlijke observatie of een fait divers uit het leven van alledag. Of het nu als vader, als schrijver, als mens of burger met biculturele achtergrond (zoals hij dat zelf neerschrijft) is dat hij deze observatie neerpent, hij gebruikt deze insteek als opstapje naar een grotere maatschappelijke context en die overgang gebeurt nagenoeg naadloos. De boeren en de multinationals krijgen er flink van langs. Maar eveneens de politieke correctheid die tot in alle geledingen van maatschappij doorgedrongen is en het vrije woord, het eenvoudigweg hebben van een mening en de vrije meningsuiting tout court bedreigt of het belang van taal, onderwijs of literatuur passeren de revue. Evenals klimaatactivisme en -sceptici, Trump en het "stabiele genie Baudet".
In zekere zin deden sommige stukjes tekst me vaaglijk denken aan "De Blonde Neger", de bundeling krantenreportages van Joseph Roth, waarvoor Wieringa recentelijk een voorwoord schreef. Roth bracht een kleine honderd jaar geleden eveneens urgente maatschappelijke thema's op een eigen, karakteristieke manier. De teksten van Wieringa zijn over het algemeen korter en (wellicht) aangepast aan de plaats die ze in de weekendkrant krijgen, maar qua opmerkzaamheid, oog voor detail, thematiek, taalgebruik en vinger-op-de-wonde gehalte kunnen ze de vergelijking zeker doorstaan. Of ze de tand des tijds zullen doorstaan zal de toekomst uitwijzen.
Op de binnenflap van het boek valt te lezen dat het in één adem na elkaar lezen van deze korte tekstjes je "onherroepelijk bij de schrijver, ja, zelfs bij de romancier die Tommy Wieringa is", brengt. Ik zou het alvast niemand aanraden. Sommige stukken moét je laten bezinken. De columns kan je blijven lezen, dat wel. Maar lees ze vooral niet allemaal na elkaar.
Wie de voorbije anderhalf jaar in een comateuze toestand was weggezonken kan gerust ontwaken. Dankzij deze bundel columns die tussen oktober ‘18 en januari ‘21 in NRC Handelsblad verschenen zijn, is een mens zo weer mee met de toestand van de wereld.
Toen ik deze bundel kocht, dacht ik dat ik het boek zou laten slingeren in huis en zo op tijd en stond een stukje zou lezen, eentje voor het slapen gaan, eentje voor bij het aperitief wanneer de lasagna in de oven staat. Maar draaide dat even anders uit.
Deze stukjes lezen als een trein - en ofschoon Vlaanderen Nederland niet is blijkt de psyche van de mens best universeel. Wij mogen in België dan wel geen ‘stabiel genie’ Thierry Baudet hebben, de mechanismen van pervers rechts en genadeloos populisme kennen we ook bij ons. Wieringa slaagt er bovendien in om zijn stukjes met zoveel literaire en geschiedkundige wijsheden te larderen dat ze universeel smakelijke lectuur opleveren.
Het is goed vertoeven in het hoofd en het gezelschap van Wieringa. Hij is de universele mens die met wijsheid in de wereld rondstapt immer op zoek naar het rechtvaardige en schone maar ook naar wat fout loopt. Stellingname is in zijn columns immer aan de orde. Wieringa "s’indigne et s’engage", om het met Stéphane Hessel te zeggen.
Humor, wijsheid, talent, verantwoordelijkheid en betrokkenheid … Wieringa is zoveel gegeven, ook bescheidenheid en hij moet een fantastische familieman en vader voor zijn dochters zijn. In het stukje ‘Hou je Steinbeck’ klapt Wieringa uit de gemoedelijke huishoudelijke biecht: “Pasgeleden kwam mijn oudste dochter voor me staan en zei: ‘Dat in gemetelijke grillen ik mijn dagen kon verspillen, dat ik haar voorbijgegaan of een steen daar had gestaan, dat ik heel mijn zondig leven heb gekregen zonder geven, dat mij alles heeft gesmaakt, dat ik niet heb uitgebraakt’ - enz., waarbij ik me pas na de eerste strofe realiseerde dat ik naar Elsschot luisterde , het gedicht ‘Spijt’, dat ze van begin tot eind opzegde. Ze had het in de kast gevonden en ‘s middags uit haar hoofd geleerd. Van veel woorden kende ze de betekenis niet maar het was leuk om ze uit te spreken, als een liedje in een vreemde taal.”
Letterlijk literatuur komen we tegen in ‘Hoe komt een boer aan luizen’ waarin Wieringa uit de doeken doet wat hem inspireerde bij de totstandkoming van z’n roman De heilige Rita en hoe hij als schrijvend roofdier zijn prooi in de vorm van dorpskruidenier Theo in Geesteren benaderde. Hij stelt het letterlijk zo “Als een jakhals gedroeg ik mij tussen de levenden.”
Politiek, literatuur, complotdenken, Trump, klimaatopwarming, het gezinsleven, wereldproblemen… ze passeren allemaal de revue. Tel al deze columns op en je hebt opnieuw een magistrale Wieringa. Wat was dit boek een boeiende en interessante bondgenoot de voorbije tien dagen. Wie het stukje ‘Ballensysteem’ gelezen heeft, weet: met minder dan 4 sterren (ballen) moet ik niet afkomen.
Het doet goed Wieringa de huidige waanzin in de wereld met intelligentie en superieure ironie te lijf zien gaan. Gedeelde smart is halve smart. Het feit dat je je dan weer ergert wanneer zijn standpunten niet de jouwe zijn (gelukkig maar op schaarse momenten) illustreert de beperkingen van columns.
De schrijfstijl van Wieringa is heerlijk. Het leest als een trein en de woorden en opvattingen zijn amusant.
Ik moet wel zeggen dat de column Ballensysteem mij deed denken aan hoe het wordt opgevat tijdens het werk. Als je wil verkopen dan is alleen vijf ballen of dus vijf sterren echt wat je nodig hebt. Vier is al te weinig. Dat Wieringa zelf alleen nog vier en vijf sterren leest is interessant, dat drie al minder is terwijl drie voor mij de het was prima, niet te spectaculair betekend en dus nog steeds goed is.
Nou moet ik wel zeggen dat het mij deed denken aan het debacle dat ik tegen kwam over schrijfster Lauren Hough, die de fans uitschold die haar een 4.5 gaven. Blijkbaar ook niet goed genoeg. Toch zou het systeem het beste zijn, aldus Wieringa, als je uit kan gaan van 1 tm 10 en het liefst ook nog met halfjes, kwartjes en tienden. Dat zou zeker meer motiverend zijn (als "hobby reviewer" immers doe ik het eigenlijk voor mijzelf) zou het wel een stuk moeilijker maken. Ik vind het nou al super lastig.
Tijdens de colums heb ik vaak gegrinnikt, gefronst en eens na gedacht. Het is in ieder geval fijn om te lezen dat toen ik in Parijs in de hitte golf zat (Ik zweer je mijn reisgenoot roept dat altijd op al 4x op rij) dat Wieringa daar ook was. Koele boreale wereld beschrijft in de eerste zinnen hoe ik mij voelde. En toch zet een column je zo aan het denken. Ik heb mij altijd af gevraagd wat ik kan doen in deze klimaatcrisis, plastic-crisis etc. Maar wat kan je in je eentje?
Veel interessante en goed geschreven essays, om af en toe te pakken en enkele bladzijden te lezen. Maar als boek wat te vermoeiend. En ook nog - bijna drie jaar na de gebrurtenissen zijn al enkele gegevens vaag. Hoe lang blijft het dan actueel? Ik miste een beetje opmerkingen van meer algemene, universele aard.
Hecht niet te veel waarde aan deze review. Ik ben een liefhebber van zijn schrijfstijl en zit wat in dezelfde bubble. Kritisch zijn op Tommy Wieringa is moeilijk. Dit boek is alleen wel een verzameling column dus inmiddels wat gedateerd. Onze tijd is hier een daar wel verleden tijd geworden.
Een bundeling columns van iemand met wie ik doorgaans een mening deel. Fijn. Voor Vaderdag gekregen van mijn dochter met wie ik doorgaans ook een mening deel. Nu ze rechten studeert zijn sommige stukken extra interessant en relevant. Neem nou de laatste column, daar kan ik jaren op vooruit: “Conservatisme is gebaseerd op in-groepen die worden beschermd door de wet maar er niet aan worden gehouden, en uit-groepen die aan de wet worden gehouden maar er niet door worden beschermd.” Ik heb ervan genoten maar geen nieuwe inzichten.
Sterren en ballen zijn een belediging voor de auteur en grondige zelfoverschatting van de criticus… zo schrijft de auteur zelf. Anders had ik moeiteloos een vijf gegeven. Zalige bespiegelingen die aanzetten tot actie, tot nadenken, tot kritisch denken. Erudiet, speels, indringend. Ik heb nog meer respect gekregen voor de mens en de schrijver.
Mooie verhandelingen over de eigen tijd in goed geschrift. Beklemmende columns en alhoewel ik het niet met alles eens ben, schept Wieringa een fraai beeld van bepaalde en/of bepalende gebeurtenissen in de afgelopen jaren.
Ik las deze essays over een iets langere periode. Aanvankelijk vond ik ze niet zo heel sterk, maar dat gevoel veranderde vreemd genoeg. Naarmate ik vorderde in het boek, kreeg ik er steeds meer schik in en uiteindelijk vond ik het jammer dat ik het uit had. Wieringa legt in geheel eigen stijl zijn vinger op de wonde van deze tijd. Wat hij schrijft is zelden gratuit. Goed dat er nog (of terug) schrijvers zijn die zich duidelijk uitspreken over onderwerpen die er (nu) toe doen, waarbij een vooral zijn bekommernis om het milieu een terugkerende topic is. De titel is wat dat betreft heel accuraat gekozen. Vraag is hoe relevant het boek blijft voor wie het over tien jaar leest.