De verteller van Schoonheidsdrift houdt zich al zijn leven lang hartstochtelijk bezig met literatuur. De herinnering aan een dierbare overleden vriendin zorgt ervoor dat zijn boeken en woorden hem niet langer troost geven, maar voor zijn ogen dwarrelen. Om aan zijn sombere gedachten te ontkomen, reist hij naar Londen, om precies te zijn naar Hampstead, de woonplaats van de door hem bewonderde negentiende-eeuwse dichter John Keats.
Maar zijn hotel kraakt en piept, en de gasten zijn op zijn zachtst gezegd merkwaardig. De verteller probeert te werken aan zijn komische roman die zich afspeelt op Terschelling, maar het schrijven is niet bevorderlijk voor zijn welzijn. Hoe kan het dat de gasten van het hotel over Keats praten alsof hij nog in leven is? Waarom staat Keats zelfs in levenden lijve voor hem als hij zijn schrijversvriend Alan Hollinghurst opzoekt? En waarom moet de verteller ineens aan Menno Wigman denken?
In Schoonheidsdrift verbindt Arie Storm op aangrijpende en geestige wijze twee steden en twee tijden met elkaar - Amsterdam en Londen, het begin van de negentiende en van de eenentwintigste eeuw. Proza wordt poëzie en poëzie wordt proza.
Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963) is een Nederlands schrijver en literatuurcriticus. Hij debuteerde in 1994 met de roman Hémans duik, die vervolgens werd genomineerd voor de Debutantenprijs. Tegenwoordig schrijft hij voor Het Parool en Vrij Nederland, vroeger publiceerde hij ook in Bzzlletin en Snoecks Almanak. Hij was van 2012 tot 2014 te horen als literatuurrecensent in de TROS Nieuwsshow op NPO Radio 1 (zaterdagmorgen rond half 11).
Het kan verkeren, dat je als millennial gegrepen wordt door het boek van een boomer en dat het dus fantastisch is. Arie Storm hoort in het rijtje geweldige schrijvers, ik zeg het maar gewoon.
Een schrijver verliest een dierbare vriendin, en zoekt troost in de enige uitweg die hij kent: de literatuur (lezen is niet toevallig een vorm van verdwijnen voor hem).
Zijn troosttocht brengt hem in Hampstead in London, waar hij in ‘een gat in de tijd valt’. Hij ontmoet er Allan Hollinghurst, maar ook de door hem bewonderde dichter Keats en enkele van zijn biografen. Realiteit en verbeelding lopen in elkaar over - zo ontvangt de schrijver een telefoontje van zijn vrouw, die hij beweert niet te hebben.
Terwijl hij in Hampstead de straten optrekt met historische, dode figuren schrijft de verteller een komische roman in de stijl van P.G. Wodehouse, die het middenstuk van ‘Schoonheidsdrift’ uitmaakt. Wat volgt is een bizarre Miss Marple/Pulp Fiction blend op het ‘verschrikkelijke’ eiland Terschelling (met naakte vrouwen, mysterieuze aanvallen met een hockeystick, een vrouw met een zeehondengezicht en enkele explosies). De cursus ‘creatief schrijven’ die de protagonist moet volgen wordt -terecht- zwaar door de mangel gehaald en helaas ook in de praktijk toegepast in dit freewheelende deel.
Waar het middenstuk misschien iets te vrijblijvend is, blinkt het eerste deel uit in meta-commentaar op het schrijven zelf, de rol van literatuur in een mensenleven en de grens tussen feit en fictie.
Met tal van verwijzingen naar Hampstead, Keats’ House en de boekhandels in Charing Cross Road is dit een heerlijke roman voor wie van London houdt.
Twee boeken voor de prijs van één. In het eerste deel herken ik meteen de typische stijl van Storm. Ik dacht dat ik al dikwijls mijmerde over literatuur en lezen, maar blijkbaar is Arie daar nog veel meer mee bezig. Ik vond de absurde invalshoek wel een goeie opening om zijn gedachten te bundelen tot een verhaal. Het tweede deel (de ‘komedie’) is helemaal anders opgesteld, het lijkt wel alsof er een andere schrijver aan het werk is geweest. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik van deze eilandklucht moet denken. Ik zal er stormsgewijs nog wat over filosoferen ...
Intrigerende exercitie van een schrijver die gewend om verschillende ballen tegelijk in de lucht te houden, waarbij met de ballen in dit geval de verstrengeling van schrijver, verteller en hoofdpersoon bedoeld is. Helaas is het verhaal dat binnen deze exercitie verteld wordt, over een verblijf van een stel op Terschelling, minder boeiend, maar dat neemt niet weg dat de reis die de hoofdpersoon naar Londen maakt om John Keats te ontmoeten, fascinerend is en op het netvlies geplakt blijft.